Roger Raveel is de grootste naoorlogse schilder, zeker als we kijken naar zijn werken van voor de jaren zeventig. Die buitenmaatse lof komt van de Belgische kunstpaus Jan Hoet in een al even buitenmaats boek: Roger Raveel en de Nieuwe Visie. Zo'n 600 kleurenreproducties vinden we in het kloeke werk van de Gentse uitgeverij Snoeck. De tekst heeft de Antwerpse journalist Marc Ruyters grotendeels geschreven op basis van uitvoerige gesprekken met de kunstenaar in Machelen-Zulte. Ook enkele van Raveels vermaarde vrienden en kunstkenners komen ...

Roger Raveel is de grootste naoorlogse schilder, zeker als we kijken naar zijn werken van voor de jaren zeventig. Die buitenmaatse lof komt van de Belgische kunstpaus Jan Hoet in een al even buitenmaats boek: Roger Raveel en de Nieuwe Visie. Zo'n 600 kleurenreproducties vinden we in het kloeke werk van de Gentse uitgeverij Snoeck. De tekst heeft de Antwerpse journalist Marc Ruyters grotendeels geschreven op basis van uitvoerige gesprekken met de kunstenaar in Machelen-Zulte. Ook enkele van Raveels vermaarde vrienden en kunstkenners komen aan het woord, zoals Jan Hoet, die onder meer Het verschrikkelijk mooie leven op dezelfde hoogte plaatst als De intrede van Christus in Brussel van James Ensor: "Ik bedoel daarmee: de complexiteit is er, samengevat in een geniale triptiek." Die complexiteit wordt nog altijd het duidelijkst toegelicht door dichter Roland Jooris, die zijn opvattingen over Raveels eigenzinnige werk al in 1967 samenpropte in de term Nieuwe Visie. "Roger Raveel sprak in die jaren altijd over zijn visie. Eigenlijk bedoelde hij: zijn manier van kijken," preciseert Jooris. "Om zich heen kijken, ontdekte hij elementen die meer of minder aanwezig waren. Naargelang van de lichtinval, de gezichtshoek, de afstand en dies meer konden in zijn ogen bepaalde elementen, ook al waren ze te zien, toch afwezig zijn. Andersom kon ook: dingen die niet meteen te zien waren, konden toch aanwezig zijn." Het zonlicht, bijvoorbeeld, kan zo fel op iemands gezicht schijnen, dat het niet meer echt zichtbaar is. Het wordt een witte vlek, waardoor meteen de identiteit van de persoon weggewist wordt. Andere zaken, zoals een pet, kunnen dan juist veel scherper aanwezig lijken en geven de identiteit terug. Dat verschuiven, wissen of beklemtonen van bepaalde elementen groeide uit tot een spel tussen het zichtbare en de illusie, tussen de werkelijkheid en de perceptie. Decennia vóór (politieke) commentatoren een boom opzetten over het verpletterende belang van de perceptie, maakte Raveel dat al duidelijk in zijn grensverleggende werk. Die uitleg klinkt politiek en universeel, maar de kunstenaar uit Machelen aan de Leie haalde ze uit de beelden uit het dorp dat hij maar zelden heeft verlaten. Hij tekende de gebogen man met de pet en de verhaspelde esthetiek van het Vlaamse dorp (grillige tuinomheiningen incluis) in een scherp kleurenpalet dat de manier van waarnemen nog beklemtoont. Allengs integreerde Raveel ook voorwerpen en zelfs dieren (een duif in een kooi, bijvoorbeeld) in zijn schilderijen of hij bracht een spiegel aan. Zo wil hij het schilderij laten uitvloeien in de omgeving, "in de werkelijkheid." En hij legt meteen ook de link tussen leven en kunst, werkelijkheid en perceptie. Marc Ruyters, Roger Raveel en de Nieuwe Visie. Uitgeverij Snoeck, 456 blz., 65 euro.Luc De Decker