Van 2007 tot 2011 vloeit er 1,8 miljard euro naar twintig nieuwe schepen. Na deze operatie rekent De Nul erop dat zijn onderneming 40 procent van alle schepen in de baggersector bezit. En dus de absolute wereldleider wordt. Momenteel leidt het Nederlandse beursgenoteerde Koninklijke Boskalis Westminster met 2,1 miljard euro omzet het peloton. Als volbloed strateeg kan de CEO met zijn familiebedrijf snel beslissingen nemen, terwijl het beursgenoteerde Deme wat trager is in zijn besluitvorming.
...

Van 2007 tot 2011 vloeit er 1,8 miljard euro naar twintig nieuwe schepen. Na deze operatie rekent De Nul erop dat zijn onderneming 40 procent van alle schepen in de baggersector bezit. En dus de absolute wereldleider wordt. Momenteel leidt het Nederlandse beursgenoteerde Koninklijke Boskalis Westminster met 2,1 miljard euro omzet het peloton. Als volbloed strateeg kan de CEO met zijn familiebedrijf snel beslissingen nemen, terwijl het beursgenoteerde Deme wat trager is in zijn besluitvorming. Natuurlijk voelt Jan De Nul de crisis. De groep was in 2008 voor 66 procent van zijn omzet (in totaal 1,9 miljard euro) afhankelijk van het Midden-Oosten. Bij branchegenoot Deme was dat slechts 20 procent. Het aantal werknemers in de regio daalde met meer dan de helft. In Saudi-Arabië, Qatar en Oman houdt Jan De Nul stand. In Abu Dhabi begonnen zelfs nieuwe opdrachten. In Dubai - goed voor 14 procent van het orderboekje - werden echter enkele werken stilgelegd. Heel wat schepen uit die regio worden nu ingezet in Zuid-Oost-Azië en Zuid-Amerika, wat het verlies aan orders grotendeels compenseerde. Ook in het olie- en gassegment is er een aarzelende houding bij de klanten door de kabbelende petroleumprijzen. Heel wat offshore-werken, goed voor relatief hogere marges, worden voorlopig uitgesteld. Jan De Nul Group - ondergebracht in het Luxemburgse Sofidra - heeft een orderboekje van 3 miljard. Ze rekent dit jaar op een stabiele omzet, een winst van 150 miljoen en 300 miljoen cashflow. In 1938 startte Jan De Nul in Hofstade (bij Aalst) als een klassiek bouwbedrijf. Een halve eeuw geleden schreef het in op een baggercontract voor de uitbouw van het kanaal Gent-Terneuzen. In 1967 bestelde Jan Frans J. De Nul zijn eerste sleephopperzuiger. Vandaag is de baggerdivisie goed voor 90 procent van de omzet. De belangrijkste werken zijn momenteel de bouw van een ijzerertsterminal in de haven van Port Hedland (Australië), de bagger- en opspuitingswerken voor een nieuw havencomplex in Duqm (Oman), de creatie van 27 eilanden en verbindingswegen voor het Manifa-olieveld (Saudi-Arabië) en de uitbreiding van de haven van Mesaieed (Qatar). De groep haalde in 2009 enkele mooie contracten binnen, zoals de bouw van sluizen in en de verbreding van het Panamakanaal. De burgerlijke bouwdivisie is goed voor 7 procent van de groepsomzet. Ze maakt onder meer deel uit van de tijdelijke vereniging die de 1,25 kilometer lange spoortunnel Schuman-Josaphat zal bouwen en is verantwoordelijk voor de kaaimuren voor een nieuwe gasexport-haven in Qatar. Amper 3 procent van de omzet komt van de milieuactiviteiten (met dochterbedrijf Envisan). Bij Deme is dat liefst 13 procent. "Maar we zijn ervan overtuigd dat Jan De Nul zijn aandeel zal versterken als blijkt dat onze divisie een groot succes zal worden", verwacht Alain Bernard, CEO van Deme. Jan Pieter De Nul voorspelt dat de crisis tot 2011 duurt. Zijn bedrijf is goed gewapend. Het verwacht de nog 700 miljoen euro investeringen de volgende jaren af te betalen met zijn cashflow en de beschikbare kredieten. Nog een voordeel van een familiebedrijf: in tegenstelling tot Deme hoeft het niet de helft van zijn winst als dividend uit te keren. Die blijft in de groep. Door Hans Brockmans