" Je kan toch niet alles op de crisis blijven steken. Het is ondertussen tien jaar geleden." Klopt. Edoch. De Grote Recessie was zo ingrijpend dat we de gevolgen dragen tot vandaag. Met enig gevoel voor drama: de wereld zal nooit meer dezelfde zijn.
...

" Je kan toch niet alles op de crisis blijven steken. Het is ondertussen tien jaar geleden." Klopt. Edoch. De Grote Recessie was zo ingrijpend dat we de gevolgen dragen tot vandaag. Met enig gevoel voor drama: de wereld zal nooit meer dezelfde zijn. De blijvende schade aan de economie is in de eerste plaats de groei die verloren is gegaan. Heel wat landen zijn de klap van 2008 en de daarop volgende recessie - in Europa was het zelfs een dubbele recessie - nog niet zolang te boven. De wereld heeft zo een decennium van economische vooruitgang misgelopen. "Dat verlies kan je nooit meer inhalen", zegt William De Vijlder, de hoofdeconoom van de Franse grootbank BNP Paribas. Zelfs als het economisch goed gaat, blijft de groei vandaag lager dan voor de crisis. Dat toont voor De Vijlder dat het potentieel van de economie is gedaald. "Vorig jaar heerste een hoera-sfeertje, omdat het zo goed ging. Dat was ook zo, maar wel omdat de potentiële groei lager is en we dus blij moeten zijn met minder." Elke crisis hakt in de potentiële groei, beklemtoont Geert Gielens, de hoofdeconoom van Belfius. In de Verenigde Staten wordt die maar op 1,8 procent geschat, in Europa zelfs nog lager. "Voor de crisis was de sputterende groei ook al een probleem, maar die trend is nog versterkt." De economie kampt met nog een pak problemen waar economen zich het hoofd over breken, zoals lagere inflatie en zwakke productiviteitsgroei. Het probleem is dat ook telkens andere factoren spelen die al veel langer bezig zijn. Denk aan de globalisering, technologische innovatie of demografische verschuivingen. Het is dus moeilijk oorzaak en gevolg van elkaar te scheiden en de onderlinge wisselwerking in te schatten. De Vijlder besluit dat de crisis een aantal trends heeft versterkt, "wat blijvende gevolgen heeft voor de manier waarop de economie functioneert". De situatie op de arbeidsmarkt verschilt natuurlijk van land tot land. In Spanje en Griekenland, en in mindere mate ook in België, blijft de werkloosheid hoog. "Daar zijn structurele hervormingen nodig", zegt Gielens. "Misschien moet daar zelfs eerst een nieuwe crisis voor komen, want hervormingen roepen weerstand op." In landen als de Verenigde Staten en Duitsland daarentegen was de werkloosheid nooit zo laag. Daar kan je dus moeilijk claimen dat de crisis blijvende schade heeft aangebracht. Toch heeft de Grote Recessie overal sporen nagelaten. De Vijlder merkt heel duidelijk dat een aantal structurele veranderingen hebben plaatsgevonden. Zo is het belang van flexibele banen in veel landen toegenomen. "Ook die trend bestond al voor de crisis. Bedrijven proberen op die manier de gevoeligheid van hun resultaten voor de schommelingen in de economie uit te vlakken." Maar opnieuw is die trend versterkt, stelt De Vijlder vast. "Dit is misschien anekdotisch, maar je merkt dat meer mensen na hun uren bijvoorbeeld voor Uber rijden om hun loon aan te vullen. Wat is veranderd op de arbeidsmarkt zijn de banen die er zijn, en hoeveel die worden betaald. Er is meer structurele inkomensonzekerheid." Voor Geert Gielens is het grootste litteken dat de crisis achterlaat de breuk in de sanering van de overheidsfinanciën. Eerst hebben de overheden de banken moeten redden, daarna werden de budgetten nog verder uit koers geslagen door de toename van de werkloosheid en de daling van de inkomsten door de recessie. "De overheidsfinanciën zijn daar nooit van hersteld", zegt de econoom. "En vandaag is er nog altijd een hoge schuld." Dat heeft zware gevolgen. Zo is er geen geld om investeringen te doen, die op veel plaatsen broodnodig zijn, niet het minst in België. Met het plan-Juncker heeft de Europese Commissie geprobeerd de investeringen aan te zwengelen, maar dat heeft volgens Gielens nog niet veel zoden aan de dijk gebracht. Een tweede gevolg van de ontspoorde financiën is voor Gielens dat veel landen een zware sanering werd opgelegd, "al waren politici maar al te gretig om de zwartepiet door te schuiven naar Europa". "De besparingen spelen een rol in het succes van eurosceptische en populistische partijen. En de toekomst van een hele generatie is gehypothekeerd." Voor de crisis liep de afbouw van de schulden nog als vanzelf. "De economie groeide en dus moesten landen als België niet veel inspanningen doen. Er was zelfs ruimte om cadeautjes uit te delen", zegt Gielens. De Vijlder spreekt nu van hysteresis in de overheidsfinanciën: "De economie verbetert, maar de financiën niet. Dat is problematisch, want wat bij een volgende recessie?" De vaststelling na tien jaar crisisbeleid is voor De Vijlder dat er geen marge meer is in het monetaire beleid. De economie is stilaan genormaliseerd, maar dat heeft enorm veel onconventionele maatregelen gevraagd (zie grafiek). De Europese Centrale Bank blijft overigens nog tot eind dit jaar geld in de economie pompen en een verhoging van de nulrente komt er ten vroegste na de volgende zomer. In de Verenigde Staten heeft de Federal Reserve de rente wel al opgetrokken tot 2 procent. Maar De Vijlder merkt op dat de reële rente, de rente na aftrek van inflatie, zo nog altijd nul is. Die lage rente is een blijver, meent Gielens. "Eeuwig is lang, maar toch de eerste vijf tot tien jaar. En zelfs al stijgt de rente naar 3 procent, dan nog is ze historisch zeer laag." De gevolgen zijn ingrijpend. Omdat de inflatie hoger is dan de rente, verdampt elk jaar een paar miljard aan koopkracht op de nulrentende spaarboekjes, waar in ons land 260 miljard euro op staat geparkeerd. "Je kan daar iets aan doen door te beleggen of vastgoed te kopen, maar daar dreigt het risico van zeepbellen." De centrale banken hebben veel munitie verschoten na de crisis en de overheid heeft nauwelijks nog budgettaire ruimte. "Het zal veel moeilijker zijn om nog eens een gelijkaardig beleid te voeren", oordeelt de Belfius-econoom. Er zijn veel onzekerheden. Kunnen negatieve rentes werken? Heeft het zin nog meer geld in de economie te pompen? Gielens: "Als er een nieuwe crisis komt, gaan de centrale banken uiteraard alles proberen. Maar het zal minder makkelijk mensen te doen geloven dat ze hun doel zullen halen. Dat zal effect hebben op de inflatieverwachtingen bij consumenten en bedrijven. We mogen niet vergeten dat het monetaire beleid ook via de menselijke geest werkt." Er is de voorbije jaren een hevig debat gevoerd over de toename van de ongelijkheid, en wat de economische gevolgen daar van zijn. Alle cijfers tonen bijvoorbeeld dat Amerikanen minder van hun beschikbare inkomen sparen. "De optimistische lezing is dat het vertrouwen is toegenomen. De pessimistische lezing stelt dat een groter deel van de bevolking het niet breed heeft. Mij lijkt het dat meer mensen het moeilijk hebben om rond te komen", zegt De Vijlder. Ook hier klinkt het dat de crisis niet de oorzaak is, maar het probleem nog scherper heeft gesteld. De Vijlder wijst op de verschillen in vermogen. Wie een klein vermogen heeft, is meestal eerder defensief belegd, wat nauwelijks iets opbrengt. Mensen met een groter vermogen hebben een offensievere portefeuille en profiteren meer van de stijgende beurzen en huizenprijzen. Gielens vraagt zich af of er minder ongelijkheid zou zijn geweest zonder de crisis. "Door de recessie is de werkloosheid gestegen, wat voor meer ongelijkheid heeft gezorgd. Maar het moet nog blijken of dat een blijvend effect is." Hij heeft ook een aantal bedenkingen over de relatie tussen ongelijkheid en de economie. "België is een van de meest gelijke landen, maar de groei is wel laag. En de ongelijkheid is sterk gestegen in Duitsland, waar de economie nochtans sterk is." "Als iedereen arm is, heerst er grote gelijkheid, maar is dat beter? En als mijn baas tien keer zoveel verdient als ik, is de ongelijkheid groot, maar is dat zo erg?" Gielens ziet maar één zekerheid en dat is dat armoede slecht is. "De ongelijkheid is gestegen door de crisis, zeker in Europa. En als dat leidt tot meer armoede is dat zeker een probleem." De financiële crisis was ook een institutionele crisis, die pijnlijk duidelijk maakte dat heel wat schortte aan ons raamwerk om met zulke problemen om te gaan. Nadien bleek ook dat de eurozone op los zand was gebouwd. Sindsdien is heel wat veranderd, maar voor Gielens blijft dat een muntunie zonder een economische en een politieke unie een ongeluk is dat er ooit zal komen. "De oplossing is meer Europa. Maar wat nemen we als basis? Vertrekken we van een Italiaans of een Duits model? Daar gaan de huidige discussies over." De eeuwige twijfel over de eurozone en de robuustheid van het financiële systeem speelt de mensen parten, daarvan is De Vijlder overtuigd. "2008 is blijven hangen bij de mensen. Dat effect mag je niet onderschatten. Veel mensen lijken te geloven dat elke recessie heel zwaar zal zijn. Dat is een vergissing. We moeten beseffen dat 2008 uniek was. Je moet al terug naar de jaren dertig om iets gelijkaardigs te zien. Bij een volgende recessie zullen de markten wellicht sterk reageren. De vraag is of ook de mensen en de bedrijven in paniek zullen schieten door een psychologische reactie die voorkomt uit de vorige crisis."