De aloude operator Belgacom heeft geïnvesteerd om het prestatievermogen van zijn netwerken voor gegevensoverdracht op te voeren dankzij een programma dat Broadway heet. Die investering opent de weg naar een waaier van diensten. Naast een snellere toegang tot internet, komt er ook een aanbod van tv-programma's. Dat wordt dus concurrentie met de kabelmaatschappijen, meer bepaald met Telenet. De lancering ervan zou al in juni 2005 plaatsvinden.
...

De aloude operator Belgacom heeft geïnvesteerd om het prestatievermogen van zijn netwerken voor gegevensoverdracht op te voeren dankzij een programma dat Broadway heet. Die investering opent de weg naar een waaier van diensten. Naast een snellere toegang tot internet, komt er ook een aanbod van tv-programma's. Dat wordt dus concurrentie met de kabelmaatschappijen, meer bepaald met Telenet. De lancering ervan zou al in juni 2005 plaatsvinden. Een hele tijd lag België op kop in innovatie op het vlak van internettoegang. Nu rennen de buren ons fluitend voorbij. Vlotte internettoegang via ADSL (via de telefoonlijn) is al veel potenter in Nederland en Frankrijk - en vaak nog veel goedkoper op de koop toe (zie blz. 88). In België doen de operators het wat kalmer aan. Belgacom verwacht wel veel van een nieuwe toegangstechnologie, VDSL (Very High Speed Digital Subscriber Line) en is niet geïnteresseerd in ADSL2+, de krachtige vorm die nu al in Frankrijk furore maakt. VDSL is wereldwijd nog niet erg verspreid. Het beloofde prestatievermogen ligt hoger dan 20 megabit per seconde en de toegang kan twee aparte kanalen bevatten (een voor tv en een voor internet, bijvoorbeeld). Een eerste dienst werd al gelanceerd in een beperkt gebied en met een prestatievermogen van 9 megabit per seconde in enkele zones van Brussel, Brugge, Antwerpen, Bergen en Luik (Ans) tegen 59,95 euro per maand. Belgacom zal in 2006 een driejarenplan afronden om heel het land of alvast de dichtstbevolkte gebieden aan te passen voor die nieuwe technologie. Eind 2004 was het netwerk nog maar op 6,77 % van het grondgebied beschikbaar. VDSL moet Belgacom toelaten om een dienst aan te bieden zoals die van een kabelnetwerk, dat tegelijk telefonie, internet en televisie verkoopt. Buiten Telenet biedt niemand in België die drie diensten aan binnen één abonnement. Zelfs Telenet verkoopt elke dienst apart, want de wet op de handelspraktijken laat nog niet toe om pakketten aan te bieden. VDSL zoals het nu op de markt gebracht wordt, verschilt ook niet van sommige diensten die de kabelmaatschappijen aanbieden. Coditel, Telenet en UPC bieden supersnelle toegang van meer dan 10 en zelfs van 20 megabit/seconde. Op termijn kan VDSL echter zeer aantrekkelijk worden, omdat het op nationaal niveau beschikbaar zal zijn, terwijl de kabelverdelers beperkt zullen blijven in hun territoriale dekking. Iemand in Schaarbeek kan gebruikmaken van de diensten van UPC, maar iemand uit Ukkel zit op het netwerk van Brutele, dat geen 10 megabit/seconde aanbiedt. Het zal nog een hele tijd duren vooraleer VDSL het hele grondgebied zal dekken. Het Broadway-project mikt op amper 46 % van de bevolking tegen eind 2006, tegenover 98,5 % voor ADSL vandaag. Het zal ook lange tijd een dienst zijn die beperkt blijft tot de stedelijke gebieden. Dat heeft te maken met de VDSL-technologie, die om goed te presteren veronderstelt dat er geen al te grote afstand is tussen de abonnee en de dichtstbijzijnde aansluitingscabine van Belgacom. Bestaat er wel een voldoende groot publiek voor de ultrasnelle toegang? Voor Belgacom is dat een strategische vraag. De televisiediensten zullen waarschijnlijk niet gecommercialiseerd worden als een internettoegang, ook al zullen ze van dezelfde normen gebruikmaken. Ze zullen werken met een decoder (zoals Canal+). Internettoegang zal een aparte dienst blijven waarin de hoge snelheid vooral een publiek zal interesseren dat films of beelden wil uitwisselen. Ondertussen gaat ook draadloos internetten een nieuwe evolutie tegemoet. Op dit ogenblik is het al goed verspreid onder de particuliere gebruikers via de WiFi-standaard, die gebruikt wordt bij draagbare computers. De reikwijdte van dergelijke netwerken is echter beperkt: hooguit 10 tot 15 meter. Er tekenen zich twee ontwikkelingen af met allereerst een super-WiFi dat beter een heel huis of kantoor dekking zal bieden en Mimo gedoopt werd. Het is nog niet helemaal gestandaardiseerd, maar in de winkelrekken vinden we al Mimo-routers en toegangspunten met een draagwijdte van meer dan 100 meter. Wel moeten alle elementen van dezelfde leverancier gekocht worden om problemen met de compatibiliteit te vermijden. Mimo vult de leemten van het huidige draadloze systeem op. De theoretische reikwijdte van een WiFi-netwerk - een honderdtal meter - wordt zelden gehaald. Over het algemeen ligt ze tussen de 15 en 20 meter. Het is dan ook vaak nodig om een of twee relais aan te sluiten om een goede dekking te verzekeren, wat voor een particulier vaak een lastig karwei is. Een Mimo-toestel zou het allemaal wat gemakkelijker maken. Het materiaal ziet er net hetzelfde uit als voor WiFi. Bovendien zal deze standaard van de toekomst kunnen uitpakken met een veel hogere toegangssnelheid tot 100 megabit/seconde, of twee tot tien keer sneller dan WiFi. Ten tweede zijn er Wimax-netwerken voor lange afstanden. In principe werken ze zoals WiFi: ofwel is de functie en de antenne standaard ingebouwd in de computer, ofwel kan ze aangekoppeld worden aan een accessoire. In dit geval zou de actieradius van de antenne een veertigtal kilometer bedragen met een klein debiet van 70 megabit/seconde. Een provider zou dus geen kabel meer nodig hebben om zijn klanten te bereiken. Deze standaard is evenwel minder geavanceerd dan Mimo. De eerste aansluitingstoestellen beginnen beschikbaar te komen. Ze zullen duurder zijn dan de toestellen voor de WiFi-standaard en zullen tegen 2007 en 2008 pas een voor het grote publiek haalbare prijs bereiken. Intel heeft al aangekondigd dat het zal uitpakken met een chip om schakeltoestellen te bouwen, wat de weg opent naar een aanzienlijke productie. In Frankrijk werden al twee licenties afgeleverd om operators toe te laten internettoegang te bieden volgens de nieuwe standaard. In België is de markt nog maar matig geïnteresseerd in Wimax, vooral omdat het nodige aansluitingsmateriaal nog niet in grote hoeveelheden beschikbaar is. Toch kan Wimax ook hier het internetlandschap grondig omwoelen, want om de handen vrij te hebben, is het nog altijd beter om over een eigen netwerk te beschikken. Op dit ogenblik is het nog altijd ontzettend duur om lijnen te trekken tot bij de klanten. Heel wat operators geven er de voorkeur aan om daarvoor gebruik te maken van het netwerk van Belgacom en betalen daarvoor een doorgangsrecht (een bron van betwistingen). Wimax verlaagt de toegangskosten tot de klanten. Een operator zou bijvoorbeeld heel Brussel kunnen dekken met een paar antennes mits een kleine investering en wat strubbelingen (antennes zijn nu eenmaal steeds minder welkom). Volledigheidshalve voegen we er nog aan toe dat internettoegang ook mogelijk is via het gsm-netwerk van de derde generatie (UMTS). Dat is geen toekomstmuziek meer sinds Proximus eind 2004 een internetabonnement aanbiedt voor dat gloednieuwe netwerk. De gebruiker krijgt toegang door een kaart in zijn draagbare pc te steken. Andere formules zullen ongetwijfeld hun intrede doen, vermits ook Mobistar en Base hun UMTS-netwerk in 2005 of 2006 in gebruik zullen nemen. Mobistar, dat wat achterstand heeft opgelopen, mikt op een gemengde formule van UMTS en EDGE, die weliswaar wat minder snel is (respectievelijk 380 en 220 kilobit/sec), maar het voordeel biedt dat het hele grondgebied gedekt wordt. De UMTS-netwerken zullen in eerste instantie beperkt blijven tot de stedelijke gebieden. Dat soort van dienstverlening zal ook duurder blijven dan de traditionele internetabonnementen en richt zich dan ook tot de (zeer) mobiele professionals. Robert van ApeldoornInternet via gsm: geen toekomstmuziek meer sinds Proximus eind 2004 een internetabonnement aanbiedt voor UMTS.