De prijs van ruwe olie in de Amerikaanse markt zakte op 16 mei tot 93 dollar, het laagste peil in meer dan zes maanden. Eind februari was er nog een piek van 110 dollar per vat. Hoewel het tot nu toe weinig commentaar uitlokte, is het toch wel opmerkelijk dat de olieprijs daalt terwijl de groei van de Amerikaanse en de Canadese economie rond 2 procent op jaarbasis zweeft. Een gestaag toenemende productie van ruwe olie in Canada en vooral in de Verenigde Staten vormt de belangrijkste oorzaak achter de dalende trend in de olieprijs.
...

De prijs van ruwe olie in de Amerikaanse markt zakte op 16 mei tot 93 dollar, het laagste peil in meer dan zes maanden. Eind februari was er nog een piek van 110 dollar per vat. Hoewel het tot nu toe weinig commentaar uitlokte, is het toch wel opmerkelijk dat de olieprijs daalt terwijl de groei van de Amerikaanse en de Canadese economie rond 2 procent op jaarbasis zweeft. Een gestaag toenemende productie van ruwe olie in Canada en vooral in de Verenigde Staten vormt de belangrijkste oorzaak achter de dalende trend in de olieprijs. De snel veranderende situatie in de energievoorziening van de VS is een van de drie elementen die optimisme over de Amerikaanse economie wettigen. Let wel, er blijven nog problemen te over voor de economie die nog altijd afklokt als veruit de grootste van de wereld. Een falend onderwijssysteem, een enorm begrotingstekort, een snel stijgende overheidsschuld en blijvend grote tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans, waardoor de schuld aan het buitenland ook blijft escaleren. Vergeleken met de doffe Europese ellende, vooral als gevolg van de blijkbaar maar niet onder controle te krijgen eurocrisis, is er plaats voor doordacht optimisme over de Amerikaanse economie. Behalve de grote verschuivingen in de energievoorziening vormen het natuurlijke optimisme van de Amerikanen en de lage belastingdruk enorme pluspunten voor de Amerikaanse economie. In de VS ligt de globale belastingdruk iets boven 30 procent van het bbp, terwijl we in Europa meestal in de buurt van de 50 procent uitkomen. Verdere belastingverhogingen om de publieke financiën onder controle te krijgen vormen geen realistisch perspectief in Europa. Het principe van de Laffer-curve leert ons dat je bij zeer hoge belastingdruk minder ontvangsten zal boeken, niet het minst omdat het kaarsje van de economische groei dan helemaal op een laag pitje gaat branden, zo het al niet helemaal dooft. In de VS kan de belastingdruk perfect met, bijvoorbeeld, 3 tot 5 procentpunten van het bbp opgedreven worden zonder dat dat tot dramatisch negatieve effecten op de economische groei hoeft te leiden. Klik een dergelijke belastingverhoging vast aan besparingen van een gelijkaardige ordegrootte en het Amerikaanse begrotingstekort is zo verdwenen. Wie ernstige bekommernissen koestert over de Amerikaanse publieke financiën hoopt dan ook op een overwinning van Barack Obama bij de komende presidentsverkiezingen. De Republikeinen zitten zo gevangen in hun antibelastingretoriek dat zelfs een pragmaticus als Mitt Romney er zelfs nog niet mag aan denken de belastingdruk met 3 à 5 procentpunten van het bbp op te drijven. Over naar de tweede grote troef: het ongebreidelde optimisme van de Amerikanen. Amerikanen kunnen veel beter dan Europeanen een streep trekken onder het verleden. Amerikanen leven in de toekomst, Europeanen veel meer in het verleden. Er blijft bij de Amerikanen verhoudingsgewijs een groter volume aan avonturiersbloed door de aderen stromen. Dat leidt geregeld tot ongeordend en eerder dom gedrag. Maar om uit een economische put te klimmen, vormt die karaktertrek een ongemeen sterke troef. Erg nauw aansluitend bij dat gegeven is uiteraard de bijna instinctieve entrepreneurial drive. De derde grote troef voor de Amerikaanse economie is de enorme omslag die zich voltrekt in de energievoorziening. De voorbije decennia nam de afhankelijkheid van de energie zwelgende Amerikanen van buitenlandse energieleveranciers almaar toe. Die afhankelijkheid neemt nu snel af, zo blijkt uit recente studies. Vooral door nieuwe technieken voor de winning van olie en gas in leisteenlagen en teerzanden zullen de VS ergens tussen 2020 en 2030 nagenoeg volledig in hun eigen energiebehoeften kunnen voorzien. Vandaag moeten de VS aan ruim een kwart van hun energiebehoeften voldoen via import, vooral van ruwe olie. Met die nieuwe technieken zou een olieprijs van 60 dollar per vat volstaan om rendabele ontginning van de ontzaglijke voorraden in de Amerikaanse (en Canadese) leigesteenten en teerzanden toe te laten. Het perspectief van energie-onafhankelijkheid van het buitenland zwengelt de Amerikaanse trots, hun natuurlijke optimisme en de entrepreneurial drive nog aan. Gooi daar een geloofwaardig pakket maatregelen om de begroting te saneren bovenop en de wedergeboorte van de VS als vitale en leidende wereldmacht lijkt plots weer een realistisch perspectief. Europa kijkt kniezend en zuchtend toe. JOHAN VAN OVERTVELDTAmerikanen leven in de toekomst, Europeanen veel meer in het verleden.