In analyses over de financiële crisis wordt vaak met een beschuldigende vinger gewezen naar de beurswaakhonden: waarom hebben zij de financiële tsunami niet zien aankomen? Maar dezelfde vraag geldt ook voor de gespecialiseerde pers. Die heeft het gevaar in de aanloop naar de ramp van 2007-2008 het gevaar evenmin opgemerkt. In The Watchdog That Didn't Bark onderzoekt Dean Starkman waarom de mediawaakhonden bleven slapen. Starkman weet waarover hij schrijft. Hij werkte eerder voor The Wall Street Journal en maakte deel uit van een onderzoeksteam dat een Pulitzer Prize won.
...

In analyses over de financiële crisis wordt vaak met een beschuldigende vinger gewezen naar de beurswaakhonden: waarom hebben zij de financiële tsunami niet zien aankomen? Maar dezelfde vraag geldt ook voor de gespecialiseerde pers. Die heeft het gevaar in de aanloop naar de ramp van 2007-2008 het gevaar evenmin opgemerkt. In The Watchdog That Didn't Bark onderzoekt Dean Starkman waarom de mediawaakhonden bleven slapen. Starkman weet waarover hij schrijft. Hij werkte eerder voor The Wall Street Journal en maakte deel uit van een onderzoeksteam dat een Pulitzer Prize won. Starkman onderzocht voor zijn boek de grootste negen aanbieders van zakelijk nieuws in de VS, waaronder Bloomberg en CNBC. Hij analyseerde de berichtgeving in de zeven jaar voor het uitbreken van de financiële crisis. De auteur maakt daarbij het interessante onderscheid tussen wat hij access- en accountabilityreportages noemt. Accessreportages zijn toegankelijke verhalen die bijvoorbeeld het profiel van een bedrijfsleider schetsen of de standpunten van deze CEO's brengen. Of het zijn artikels die op een bevattelijke manier de werking van beleggingsfondsen uitleggen. De grens met publireportages is in dit geval vaak flinterdun, stelt Starkman. Accountabilityreportages zijn dan weer kritische stukken waarin praktijken aangekaart worden die het bedrijfsleven liever verborgen houdt. Die twee benaderingen van de journalistiek worden respectievelijk meer en minder belangrijk in de loop der jaren. Het lijken wel communicerende vaten. Spijtig genoeg nam het belang van de accountabilityreportages -- of diepgravende financiële onderzoeksjournalistiek -- af in de jaren voor 2008. Merkwaardig genoeg waren de media tussen 2000 en 2003 het meest kritisch. Daarna, tussen 2004 en 2006 kozen ze voor weliswaar nuttige maar onvoldoende kritische verhalen, net tijdens de cruciale jaren voor het uitbreken van de financiële crisis. Starkman: "Wat ontbrak, waren onderzoekende verhalen die de machtige financiële instellingen confronteerden met hun gebrekkige zakelijke praktijken." Een andere verklaring voor de gebrekkige rol van de pers in de jaren voor het uitbreken van de financiële crisis is wat Starkman de CNBCization noemt. CNBC is zoals bekend een Amerikaanse zakenzender. Minder bekend is dat CNBC eigendom is van General Electric (GE). Volgens de auteur waren de journalisten van deze -- en andere zenders -- in de jaren voor de crisis te veel bezig met het profileren van toplui van bedrijven: die van GE en van andere CEO's. Ze schetsten liever een vleiend profiel van JP Morgan Chase-topman Jamie Dimon dan dat ze de praktijken van Lehman Brothers aan de kaak stelden. Het resultaat was in elk geval een oorverdovende stilte over het systemische risicogedrag in de financiële sector. Starkman benadrukt in zijn werk dat er wel degelijk journalisten waren die vanaf 2007 een waarschuwende vinger opstaken. Ze zagen het dreigende probleem, maar, zo schrijft hij, deze verhalen waren niet alomtegenwoordig genoeg om "een heilzaam effect te hebben". De auteur wijst op de voor journalisten te complexe economische vraagstukken. Probeer maar eens aan een niet-economisch geschoolde lezer uit te leggen wat mortgage-backed securities zijn. Dean Starkman, The Watchdog That Didn't Bark: The Financial Crisis and the Disappearance of Investigative Journalism, Columbia University Press, 2014, 368 blz., 35 euro THIERRY DEBELS