Het economisch liberalisme zit al een tijdje in de hoek waar de klappen vallen. Maar de vrijemarktadepten zetten de tegenaanval in. Dat Marc De Vos, directeur van de denktank Itinera, in After The Meltdown een lans breekt voor het klassiek liberaal-economisch denken, is niet verwonderlijk. De academicus heeft zijn liberale overtuiging nooit onder stoelen of banken gestoken. Met After The Meltdown verzet De Vos zich tegen de beweringen als zou de recente crisis het gevolg zijn van een gebrek aan staatstussenkomst en regulering. Integendeel, de overheid zelf heeft heel wat boter op het hoofd. R...

Het economisch liberalisme zit al een tijdje in de hoek waar de klappen vallen. Maar de vrijemarktadepten zetten de tegenaanval in. Dat Marc De Vos, directeur van de denktank Itinera, in After The Meltdown een lans breekt voor het klassiek liberaal-economisch denken, is niet verwonderlijk. De academicus heeft zijn liberale overtuiging nooit onder stoelen of banken gestoken. Met After The Meltdown verzet De Vos zich tegen de beweringen als zou de recente crisis het gevolg zijn van een gebrek aan staatstussenkomst en regulering. Integendeel, de overheid zelf heeft heel wat boter op het hoofd. Regeringen hebben de bevolking aangezet om risicovolle kredieten af te sluiten. En de noodzakelijke opsplitsing tussen commerciële banken en zakenbanken werd door Bill Clinton - toch niet het schoolvoorbeeld van ultraliberalisme - ongedaan gemaakt. Die nefaste beslissing is een van redenen waarom de hele financiële sector de voorbije twee jaar door de crisis werd besmet. Die analyse is natuurlijk niet nieuw. Interessanter aan het boek van De Vos is dat de man vooruitkijkt. De Vos waarschuwt: we dreigen opnieuw fouten uit het verleden te maken. En dan heeft hij het vooral over het protectionisme en het staatskapitalisme dat net zoals in de jaren dertig de wereldeconomie zware schade heeft toegebracht. Doorheen het boek hamert hij op de voordelen van de economische groei die we de voorbije jaren dankzij vrijhandel hebben gekend. De omvang van de wereldhandel is tussen 1980 en 2007 verzevenvoudigd en was net voor het uitbreken van de crisis goed voor 11,3 biljoen euro. De auteur kijkt met enige heimwee terug naar de periode dat vrijhandel de wereldeconomie met gemiddeld 5 procent per jaar deed groeien. Daarmee behoort hij tot de school van Financial Times-econoom Martin Wolf en historicus Niall Ferguson, die eveneens vol heimwee terugkijken naar de periode van globalisering en toenemende vrijhandel die de wereldeconomie tussen pakweg 1875 en 1914 heeft gekend en die volgens hen veel gelijkenissen vertoont met de periode 1980-2007. Periodes die abrupt ten einde kwamen. In 1914 met een onverwachte wereldbrand, in 2008 met een twin crisis: een financiële meltdown en een wereldwijde recessie. Net als na de Eerste Wereldoorlog dreigt dus nu een periode van etatisme en protectionisme te volgen, aldus De Vos. Dat is des te verontrustender omdat de kiemen hiervoor al een tijd geleden merkbaar waren. Volgens de auteur is het onzin te beweren dat de toenemende staatstussenkomst de terugslag is van een ongebreideld kapitalisme en een fundamentalistisch marktdenken. Nog voor de crisis uitbrak, kwam de vrijhandel zwaar onder druk te staan. De in 2001 opgestarte Doha-ronde om tot meer vrijhandel te komen, brak in 2008 af. Het waren de eerste mislukte globale handelsonderhandelingen sinds 1930. Bilaterale handelsakkoorden hebben de voorbije jaren de overhand gehaald. Ook de rol van de staatsinvesteringsfondsen groeit al jaren. Voor De Vos het bewijs dat staatstussenkomst of staatskapitalisme in onze economie steeds belangrijker worden, wat in zijn ogen een nefaste evolutie is. MARC DE VOS, AFTER THE MELTDOWN, SHOEHORNBOOKS, 2010, 145 BLZ, 18 EURO A.M.