Op de piano in de woonkamer van bisschop Luc Van Looy (65) staat een rijke partituur. De Oost-Vlaamse kerkleider speelt met zwier de klassieke componisten. Het bisschopshuis achter Sint-Baafs, met een herfstige Engelse binnentuin, is fris en gerestaureerd in de voorbije jaren. In een gelijkvloerse zaal met plechtige portretten en pluche speelde Julien Schoenaerts voor krengige purperen chef bij de ontvangst van Jan Decleir als priester Daens - een scène uit de succesvolle Vlaamse film Daens.
...

Op de piano in de woonkamer van bisschop Luc Van Looy (65) staat een rijke partituur. De Oost-Vlaamse kerkleider speelt met zwier de klassieke componisten. Het bisschopshuis achter Sint-Baafs, met een herfstige Engelse binnentuin, is fris en gerestaureerd in de voorbije jaren. In een gelijkvloerse zaal met plechtige portretten en pluche speelde Julien Schoenaerts voor krengige purperen chef bij de ontvangst van Jan Decleir als priester Daens - een scène uit de succesvolle Vlaamse film Daens. In het appartement van bisschop Van Looy zijn die situaties en tijden ver weg. Globalisering en broederlijkheid horen samen, zegt hij. Heulen met de machthebbers heeft de kerk afgezworen. Aan de overzijde van het paleis denkt de Vlerick Leuven Gent Management School, ondergebracht in het voormalige seminarie van het bisdom, na over duurzaam ondernemen, globalisering en ethisch leiderschap. Luc Van Looy is salesiaan, Kempenaar en was twintig jaar lang missionaris in Korea voor hij een centrale plaats innam bij zijn orde in Rome en religieus wereldreiziger werd. In 2003 volgde de benoeming tot bisschop van Gent. De Nieuwe Gentenaar spreekt acht talen, en Mozart en Bach waren en zijn vrienden voor het leven. LUC VAN LOOY (BISSCHOP VAN GENT). "Neen. Wij zeggen: bekijk de globalisering niet bekrompen, de economie mag niet alleen het mensbeeld bepalen. De mens is geen productiedier. Nu is hij volgens ons de knecht van de economie en de financiën." VAN LOOY. "Die speelde mee. Maar meer nog de ervaring van de jaren nadien. Ik ben vanuit Rome veel in contact geweest met verenigingen en agentschappen voor fondsenverzameling. Dan ervaar je wat machtsstructuren betekenen en hoe je personen kan wegwalsen als je niet oplet. In vormingssessies voor missionarissen komen trouwens thema's zoals globalisering nu aan bod. Inzichten over globalisering horen bij de evangelisatie." VAN LOOY. "Toen ik in Korea arriveerde in 1964, begon de bouw van de eerste autosnelweg. Die kwam er met Amerikaanse dollars. Die snelweg zou van noord naar zuid gaan, heeft economische mogelijkheden geschapen en een enorm potentieel losgeweekt. De VS is dan de eerste eenvoudige elektronicafabrieken gaan bouwen voor de chipproductie. Dat was goedkoop bandwerk." VAN LOOY. "De uitbuiting van de arbeiders met lage lonen, ziekten, slechte werkomstandigheden - mensen stierven op de werkvloer en er gebeurde niets om dat te keren - was een feit. De sociale zekerheid of de ziekteverzekering bestond daar niet bij het begin van de moderne industriële revolutie. Veel spanningen zijn er geweest, ook omdat de arbeiders niet mochten staken. Ze werden aan de deur gegooid, want er stonden er duizenden te wachten om hun plaats in te nemen. In de jaren zeventig heeft dat voor grote onrust gezorgd. De katholieke kerk heeft toen hard en herhaaldelijk geprotesteerd. Er werd daarvoor een bisschop gevangengezet. Korea is aan het transformeren tot een redelijke welvaartsstaat." VAN LOOY. ( lacht) "Neen, hoegenaamd niet. De theologen Guturriez en Boff of anderen heb ik nooit geconsulteerd." VAN LOOY. "Het document is geschreven door de werkgroep Gaudium et Spes, Vreugde en Hoop, namens de Belgische bisschoppenconferentie. De werkgroep bestond uit zes mensen, onder wie twee bisschoppen en vier Vlaamse en Waalse lekenexperts. De Kerk wordt met de neus gedrukt op de economische globalisering en onze insteek is: zij moet breder bekeken worden. Wij zochten naar een antropologie van de globalisering. Wat is de mens en wat is de vrijheid van de mens binnen de globalisering? Wij koppelden alle aspecten van het globaliseringssysteem aan elkaar: politiek, ethisch, economisch, financieel. Ik ken Afrika grondig en iets dat mij al lang bevreemdt is: men spreekt van Denemarken, Polen, Brazilië en Afrika, terwijl er in Afrika schijnbaar geen landen zijn, dat is letterlijk een donkere collectiviteit, een no man'sland in de globalisering." VAN LOOY. "Neen, wij zijn voor vrijheid op de markt. Trouwens, de vrije markt als systeem is een product van het christelijke denken. De uitwisseling van goederen en diensten volgens de vrijhandel is begonnen door priesters in West-Europa. Wij huiveren wel van de afhankelijkheid van het handelen, onderhandelen, verhandelen van de opbrengst eerder dan van het product op zich. Neem nu de visuele media: ze hebben als bedoeling kijkcijfers te maken, een effectenconcept, dus een deelelement van de werkelijkheid. Wij waarschuwen tegen een verenging van de blik op de mercantiele kanten van de globalisering." VAN LOOY. "Ja, voor een economie gestuurd door een pluriform lichaam, niet door één partij, maar in een brede dialoog. Bijvoorbeeld door een wereldparlement voor de economie. Dat zeggen wij ook in onze tekst. Wij gaan uit van de waardering van de persoon, van het meespreken en betrekken van iedereen. Als wij in het Westen een bepaald product goed noemen voor Afrika, dan moeten wij daarover spreken met Afrika. Door ons westerse dynamisme en ons onbewuste meerderwaardigheidsgevoel vergeten wij dat. De wereld wordt vandaag politiek gedomineerd door een paar landen en een paar mensen. Maar, wij zeggen: erken iedereen in zijn waardigheid en betrek alle mensen bij de keuzes die hen worden opgelegd. Onze westerse bril doet ons vandaag nog scheel kijken. In Congo hadden de salesianen weeshuizen, het heeft ons decennia gekost voor wij beseften: Afrika heeft geen wezen. Als de vader of moeder van een kind sterft door malaria, dan vangt de brede clan dat kind op. In onze weeshuizen werden ontwortelden geschapen die geen familie of thuis meer hadden. Wij pakten met de beste bedoelingen hun familiale netwerk af." VAN LOOY. "Het grote probleem zijn de geprivilegieerde machthebbers en daar heeft de Kerk ook mee te maken gehad. De missionerende kerk van het Westen trapte in de val van het geprivilegieerde machthebberschap, cultureel dan. In Sri Lanka zag ik fabrieken waar duizenden laagbetaalde arbeiders westerse onderdelen bijeenschroefden en terugstuurden in containers. Positief is dat Sri Lanka zo werk heeft dat anders was weggebleven, negatief dat het vooralsnog werk is tegen zeer lage lonen, zonder veel veiligheid, met excessieve werkuren. "Een goede formule is het systeem van de niet-gouvernementele organisaties waarbij de mensen ter plekke vandaag veel van de beslissingen en de infrastructuur zelf in handen hebben. Vroeger schreven veel Europese ngo's projecten, ontvingen daarvoor toelagen en traden ofwel niet op het terrein of drongen hun visie op aan de Derde Wereld. Na tien jaar storten de muren in of lukt de nieuwe koffieteelt niet meer. "Wij laten als Kerk de stem horen van de ontvanger van de giften en die willen wij integreren in de projectfase, dus voor alles in kannen en kruiken is en wij in hun plaats hebben beslist. Wij zijn te sterk. Neem een evangelische houding aan, is onze boodschap bij de globalisering. Wij loven de slimme ingenieur die ook wijs is, slimme ingenieurs bouwen geen goede coöperatieven uit."VAN LOOY. "Ik denk niet dat wij de armen te veel in het vizier stellen. De campagnes voor solidariteit zijn nodig. Solidariteit is een eerste stap. Als ze christelijk wordt, heet ze broederlijkheid." VAN LOOY. "Broederlijkheid gaat verder in het engagement en klit zich niet vast aan giften. Als een bedelaar aanklopt aan mijn deur en ik geef 50 euro via mijn huishoudster, is dat minder geëngageerd en broederlijk dan als ik zelf ga met 5 euro, dat is moreel sterker." VAN LOOY. "Neen. Ik voelde mij beschaamd toen ik terugkwam, want leefde gelukkig in de Derde Wereld, en vroeg me af waarmee wij bezig zijn in Europa: consumptie, individualisering tot voorbij de atomisering, materialisme. Over die schok ben ik wel heen, ik zie echter de leegte." VAN LOOY. "Ik denk dat er een bewustwording aan de gang is en dat ze sterker is dan vroeger. Tegelijk doet zich een individualisering voor die het moeilijk maakt om met die ervaringen om te gaan. Als westerlingen uit de ontwikkelingslanden terugkeren, zullen ze met hun vrienden hun ervaringen delen en hun frustratie over wat ze gezien hebben uitdrukken. Dat is het. Wij openen ons voor die andere wereld, maar of het invloed heeft op onze manier van leven, zie ik niet." VAN LOOY. "11.11.11 is een element van globalisering van een verschijnsel dat al eeuwen bestond, de missionarissen trokken rond van in de zeventiende eeuw, bouwden scholen, ziekenhuizen, kerken en boerderijen. Zij verzamelden plaatselijk geld, elke missionaris had thuis zijn eigen fundraising, in Tielen, in Dendermonde, in Kortrijk. 11.11.11 zet op een geseculariseerde manier het werk verder van de missionarissen: het opvoedingssysteem, de ziekenhuizen, de syndicaten in Azië, in Brazilië, in Afrika hebben een christelijke oorsprong." VAN LOOY. "De kans geven aan mensen om hun lot in eigen handen te nemen, betekent niet dat we moeten zeggen: hier is uw lot, neem het op en vertrek. Het is een pedagogisch principe. Het komt erop neer om de mensen zoveel mogelijk hun eigen toekomst te laten bepalen met een duidelijke maar bescheiden begeleiding. Een kind groeit maar op als het geleidelijk zijn eigen lot in handen kan nemen. Maar de begeleiding moet er zijn. "Ik heb gestudeerd in Korea en voor mijn accreditatie als leraar alle examens afgelegd, maar kreeg geen diploma. Met een certificaat kon ik volgens de Koreaanse wet na tien jaar praktijk schooldirecteur worden. Men wilde geen buitenlander als directeur en daar hadden ze groot gelijk in. Ondertussen heb ik wel tien jaar lang die scholen begeleid. Je geeft autonomie die langzaam groeit en je begeleidt kinderen naar het in handen nemen van het eigen lot."VAN LOOY. "Je blijft in de schaduw, maar bent daarom niet weg." VAN LOOY. "Dat is zo jammer: al die mensen die in de kerstperiode dingen kopen die ze niet nodig hebben. Zij zijn slaaf van het systeem. In januari staat alles in solden en iedereen trekt naar Londen om te kopen wat men evenmin nodig heeft." VAN LOOY ( lacht). "Neen. Volkswagen Vorst zegt mij: versober of het systeem gaat kapot. Het landbouwsysteem is al kapot en de landbouwers zijn verdwenen, de industrie zal volgen." VAN LOOY. "Ik denk niet dat ik me thuis voel bij één politieke partij. Ik voel me wel thuis bij mensen die fundamentele waarden beklemtonen. En de natuur is er daar één van." VAN LOOY. "Wallonië is vroeger door de secularisering gegaan dan Vlaanderen en daarnaast is de Vlaming schuchterder. Ik meen dat hier meer geloof leeft dan wij denken, maar wij komen daar minder voor uit. Walen zijn op dat vlak communicatiever. Dat is één element en de Franstalige mensen hebben het internationaal ook makkelijker. Kijk naar Waals-Brabant, daar zijn veel buitenlanders actief, zoals Polen en Indiërs. Het zijn vaak priesters die hier in het Frans gestudeerd hebben aan de UCL. Wie naar Leuven komt, studeert in het Engels en keert terug naar zijn land. "Als ik ergens kom voor een lezing - dat gebeurt een paar avonden per week - dan zitten de zalen vol. En dat zijn geen kerkgangers. De kerken die leeglopen, geven geen juist beeld van ons geloof, er zijn volle zalen om te luisteren naar zingeving. Ik merk dat ook aan de media: er wordt veel meer over geloof geschreven dan vijf jaar geleden."VAN LOOY. "Dat verbaasde me een paar jaar geleden, maar nu niet meer. Ik denk dat men het abc vroeger ook niet zo goed kende. De grootste lacune die wij in het geloof hebben, is het gebrek aan bijbelcultuur. Je mocht als katholiek de Bijbel niet lezen en de preken waren donderpreken, sterk moraliserend. Omdat ook de priesters over de Bijbel niet veel wisten. Wij hadden de gewijde geschiedenis, maar met de secularisatie waren onze wapens niet voorhanden. Dat is een van de belangrijkste aspecten van een politiek binnen de Kerk: omdat de protestanten de Bijbel lazen, moesten wij die niet lezen. Het stoort me eigenlijk niet meer dat de jongeren vandaag het weesgegroet niet meer kennen. Enkele weken geleden sprak ik op een school met zesdejaars. Zij stelden spontaan vragen over condooms, gehuwde pastoors, priesterschap voor vrouwen. Als je zelf begint over de vergelijking cultuur en religie, over de wereld, dan zullen ze daarover vragen stellen. En niet de modieuze vragen die ze van de media en hun ouders horen. Tegen die modevragen heb je weinig verhaal en argumenteren daarover brengt niemand verder." Frans Crols / Alain Mouton