In Afrika heeft de grote boom van de grondstoffenprijzen ruim een decennium de groei in de regio aangevuurd, om dan in 2014 helemaal in te storten. Het hardst getroffen zijn olie-exporteurs als Nigeria en Angola. De scherpe daling van de grondstoffenprijzen heeft landen in heel Afrika ten zuiden van de Sahara de helft van hun economische groei gekost.
...

In Afrika heeft de grote boom van de grondstoffenprijzen ruim een decennium de groei in de regio aangevuurd, om dan in 2014 helemaal in te storten. Het hardst getroffen zijn olie-exporteurs als Nigeria en Angola. De scherpe daling van de grondstoffenprijzen heeft landen in heel Afrika ten zuiden van de Sahara de helft van hun economische groei gekost. Voor de afropessimisten toont die inzinking hoe het continent blijft vastzitten in de door natuurlijke rijkdommen aangedreven achtbaan van hausses en baisses. Dat verzwakt zijn economieën, zet zijn geschoolde jongeren aan tot emigreren en ondermijnt zijn democratie. Er is echter hoop dat heel wat Afrikaanse economieën in 2017 reële stappen ondernemen om die vloek van zich af te schudden. Om te beginnen heeft de inzinking van de grondstoffenprijzen niet alle landen even hard getroffen. Sommige, zoals Kenia en Oeganda, voeren hun brandstof in en profiteren nu van de lagere olieprijzen. Hun economie zal in 2017 waarschijnlijk versnellen. Zeventien landen, die een kwart van de Afrikaanse bevolking vertegenwoordigen, zullen netto kunnen profiteren van de goedkopere energie. Zij hebben bruisende economieën - waarvan vele tot 10 procent groeien - boordevol innovatie, zoals mobiel geld, privéscholen die kinderen onderwijzen voor minder dan 6 dollar per maand, en goedkope zonnecellen die de mensen in landelijke dorpen voldoende elektriciteit bezorgen. In vele delen van Afrika groeit hernieuwbare energie nu sneller dan de fossiele brandstoffen. Dat biedt Afrika de kans over te stappen op schone energie en de wispelturigheden van de gas- en steenkolenprijzen achter zich te laten. Al even belangrijke economische verschuivingen zijn er bij sommige van Afrika's grootste olie-exporteurs. Zo voerde Nigeria geruime tijd zowat alles in omdat het door zijn olierijkdom kampte met een munt die zo sterk was dat zijn concurrentiepositie eronder leed. Het land liet zijn munt zakken en moedigt nu investeringen aan in landbouwbedrijven, verwerkingsfabrieken en infrastructuur die de gewassen naar de markt brengt voor ze rotten. De invoer van voedingsmiddelen is al gehalveerd en miljoenen keuterboeren worden commerciële landbouwers. De vloek van de natuurlijke rijkdommen raak je evenwel niet makkelijk kwijt. Midden 2017 begint Kenia weer olie te exporteren. In Mozambique overweegt de Amerikaanse firma Anadarko voor de kust een van de grootste gasvelden aan te boren die de voorbije tien jaar ontdekt zijn. De economische groei van Ghana verdubbelt zodra zijn olie- en gasproductie op volle capaciteit draait. Vele van die regeringen komen in de verleiding te vertrouwen op de inkomsten uit die fossiele brandstoffen en na te laten de essentiële hervormingen door te voeren om hun economie concurrentiëler te maken. Net zoals sommige landen 2017 gebruiken om hun afhankelijkheid van grondstoffen af te bouwen, zijn er andere die misschien net verslaafd raken.De auteur is redacteur Afrika van The Economist.Jonathan Rosenthal