Ik ga zeker stemmen. Niet omdat het moet, wel omdat het hoort. En toch... Verkiezingen gaan over het maken van keuzes. Een keuze voor een programma of voor een combinatie van programma's en een keuze voor personen die het programma kunnen uitvoeren, minstens voor personen die de uitvoering van het programma kunnen controleren.
...

Ik ga zeker stemmen. Niet omdat het moet, wel omdat het hoort. En toch... Verkiezingen gaan over het maken van keuzes. Een keuze voor een programma of voor een combinatie van programma's en een keuze voor personen die het programma kunnen uitvoeren, minstens voor personen die de uitvoering van het programma kunnen controleren. Bij deze verkiezingen rijst levensgroot de vraag of er nog wel een keuze mogelijk is over het sociaaleconomische programma dat de volgende regering moet uitvoeren. Door de economische situatie kan meer en meer de vraag gesteld worden of er nog wel beleidskeuzes mogelijk zijn. Je kunt inderdaad de stelling verdedigen dat de volgende regering gedwongen wordt om een door de marktomstandigheden gedicteerd plan uit te voeren. Daarmee suggereer ik niet dat de Europese Commissie of het Internationaal Monetair Fonds al aan de deur staat om België de les te spellen. Dat is niet het geval en ik ben er ook van overtuigd dat het nooit het geval zal zijn. Ik heb het wel over de wereldwijde marktmechanismen die de beschikbaarheid van financiering voor bedrijven en overheden bepalen, de prijs van de schulden vastleggen, het volume van de economische activiteit en de werkgelegenheid verhogen of verlagen en beslissen over het bedrag en de aard van de investeringen in ons land. Ik besef dat politici niet houden van de stelling dat er in België geen echte economische beleidskeuzes meer gemaakt kunnen worden. De meeste politici gaan er immers van uit dat maatschappij en economie maakbaar zijn. Daarmee bedoelen zij dat het volstaat om wetten te maken om de krachten van de markt te bedwingen. Stellen dat België de internationale marktkrachten aan banden kan leggen of een halt kan toeroepen, zoals dat mooi klinkt in bombastische pamfletten en artikels, is belachelijk. Het is net alsof staatssecretaris Etienne Schouppe een wetsontwerp ter stemming zou leggen om de IJslandse vulkaan te verbieden nog aswolken uit te stoten om het vliegverkeer niet te hinderen. Schouppe is te slim om zoiets te doen. Maar ook de Belgische burgers zijn te slim om nog in de economische maakbaarheid te geloven. Dertig jaar geleden was het anders, toen was de economie nog beter te kneden door de politici. Dat dacht men toch. Toen in 1973 de olieprijzen fors omhooggingen, meenden de Belgische politici dat dit varkentje gemakkelijk te wassen was. De lonen werden verhoogd om de koopkracht te beschermen en de overheid nam duizenden mensen in dienst. Het resultaat was dramatisch: honderden faillissementen, verlies aan omzet in het buitenland, een totale ontsporing van de overheidsbegroting en een overheidsschuld die we vandaag nog niet terugbetaald hebben. Maar de economie was toen nog een beetje maakbaar. In 1981 werd de Belgische frank gedevalueerd en er werd massa's overheidsgeld uitgegeven om textiel, staal en scheepsbouw te helpen. De devaluatie stelde de politici in staat om de fouten te corrigeren die in de jaren zeventig gemaakt werden. Maar het ging wel ten koste van een groot verlies aan welvaart in vergelijking met het buitenland. Devalueren en subsidiëren: twee instrumenten waarmee politici hun beleid konden maken en corrigeren, hebben ze gelukkig niet meer ter beschikking. Er zijn drie redenen waarom de greep van de Belgische politiek op het economische beleid verminderd is. Twee redenen hebben te maken met Europa, de derde is het gevolg van de mondialisering. De oprichting van de eurozone en de noodzaak om de euro stabiel te houden, dwingen de Europese landen en dus ook België in een economisch keurslijf. Ook de Europese verdragen die een directe interventie van de nationale en regionale overheden niet meer toelaten om een specifiek stimuleringsbeleid te voeren, beperken de beslissingsvrijheid. Een recent voorbeeld is de Europese afkeuring van de btw-korting voor de Belgische bouwsector. Tenslotte is er de mondialisering die het mogelijk maakt economische activiteiten te verplaatsen naar de voordeligste economische locaties en financieringen te verschaffen aan de betrouwbaarste schuldenaars. Sommigen zullen betreuren dat deze krachten de maakbaarheid van het economische beleid hebben aangetast, maar het is nu eenmaal zo en we kunnen er in België niets aan doen. Trouwens het zou ook niet verstandig zijn deze krachten af te remmen omdat de euro, het verbieden van overheidssteun en de mondialisering positief bijdragen aan de economische ontwikkeling. We moeten ook niet hopen dat Europa de economische maakbaarheid kan overnemen. De reactie van de internationale financiële markten op het aarzelende Europese beleid na de Griekse moeilijkheden bewijst voldoende dat zelfs het grote Europa niet meer in staat is totaal autonoom een economisch beleid te voeren. Zoals vliegtuigen zich moeten schikken naar aswolken, zo ondergaan alle economieën de krachten van de markten. Is er dan niets meer te doen? Toch wel. Zoals Bram Vermeulen zingt in het altijd mooie liedje De Steen: "De stroom van een rivier hou je niet tegen, maar je kunt wel een steen verleggen". Voor het beleid betekent het dat de kracht van de markten gebruikt moet worden om tot meer welvaart te komen. In plaats van de markten tegen te houden, moet het beleid er slim mee omgaan. Sociaaleconomisch kampt België met vier grote problemen. De te grote overheidsschuld, het moeilijk te beheersen begrotingstekort, de verloren concurrentiekracht en de nu snel aankomende vergrijzing. Ik maak bewust een onderscheid tussen de grote overheidsschuld en het begrotingstekort. In het debat worden die vaak door elkaar genoemd, terwijl het om twee verschillende problemen gaat. Mochten we geen grote overheidsschuld hebben, dan zou het budgettaire tekort minder een probleem zijn. Een vergelijking met de Scandinavische economieën is hier trouwens interessant. Allemaal economieën met hoge belastingen, maar wel met relatief lage overheidsschulden. Het geeft hun veel meer bewegingsruimte. En het is misschien ook een bewijs dat ze de hoge belastingen zorgvuldig besteden. In veel discussies wordt een oplossing gezocht voor de overheidsschuld door het begrotingstekort te verminderen. Dat moet. Maar er zou ook moeten gekeken worden of de overheid niet te veel activa heeft. Geen sale-and-lease-backoperaties, want die zijn voor de overheid altijd duur, maar wel het afstoten van activa die niet fundamenteel zijn voor de overheidsrol. Bij het aanpakken van de vier grote problemen hebben we geen beleidsruimte. De gezondste oplossing is om de economische groei te bevorderen, dat leidt tot meer inkomsten en minder uitgaven voor de overheid. Maar is dat mogelijk? In Europa groeien de markten traag, kunnen wij dan sneller groeien? Het kan omdat België de voorbije jaren veel marktaandeel verloor in internationale markten. Het terugpakken van die markten moet mogelijk zijn, daarvoor moeten we de concurrentiekracht herstellen, vooral met Duitsland. De wetgeving die het beleid verplicht de concurrentiekracht te vergelijken met de buurlanden, moet zeker verscherpt worden. Het herstel van de concurrentiekracht moet worden gerealiseerd door een verdere verlaging van de fiscale en sociale lasten op lonen. Nu zijn die kosten de hoogste van Europa. Lagere kosten op arbeid moeten ook leiden tot een grotere inzetbaarheid van oudere werknemers. Innovatie is onvermijdelijk, maar het is fout te denken dat dit op korte termijn een oplossing kan brengen. Innovatie brengt zeker geen oplossing als er geen herstel van de concurrentiekracht komt, want dan wijken de ondernemers met hun innovaties uit naar buurlanden. Hoe moet dit gefinancierd worden? Een hoger beslag van de belastingen op de economie is niet meer mogelijk, daar behoort België al tot de hoogste van Europa. Als de fraudecijfers eraan toegevoegd worden, dan is de belastingdruk nog hoger. Het fraudegedrag is trouwens vrijwel zeker een gevolg van de hoge lastendruk. Ook een extra belasting op sommige bedrijven brengt geen structurele oplossing. Gezonde belastingen moeten recurrent inkomen opleveren, geen tijdelijk inkomen. Het versterken van de concurrentiekracht kan dan ook maar via een zorgvuldige beheersing en een eventuele afbouw van de overheidsuitgaven, niet onmiddellijk, maar we moeten wel de groeimechanismen van die uitgaven aftoppen. Groeinormen zoals we die kennen voor de gezondheidszorg zijn rekenkundig gewoon onhoudbaar. Misschien is het best dat een aantal belastingmechanismen grondig bekeken wordt. De vennootschapsbelasting en alle lasten op activiteiten van de ondernemingen zijn een ondoorzichtig kluwen geworden waar alleen de fiscaal adviseurs beter van worden. In dat kader moet ook gedacht worden over de notionele interest en de meerwaardebelastingen. Hervormingen zijn daar nodig, maar niet om voor meer inkomsten te zorgen, wel om juistere stimulansen voor ondernemingen te scheppen. Dit is allemaal heel dringend, want er moet nu eindelijk ruimte gemaakt worden in de begroting om de vergrijzing aan te pakken. Om een andere Nederlandse zanger, Frans Halsema, te parafraseren: wachten kan niet meer. Concreet betekent dit dat er in de begroting ruimte gemaakt moet worden, die ruimte kan niet komen van meer inkomen voor de overheid, gezien het al hoge beslag van de overheid. Voor economen zijn er bij deze verkiezingen nauwelijks nog grote keuzes. Maar natuurlijk zijn er nog veel detailkeuzes. Hoe belangrijk moet groene fiscaliteit zijn? Hoe sterk moet de progressiviteit van de belastingen zijn? Daar kan tussen de regeringspartijen nog aardig over gebakkeleid worden. Maar voor het herstel van de economie is het pad wel duidelijk. Daarvoor waren verkiezingen misschien niet nodig omdat alle partijen ongeveer hetzelfde pad moeten volgen. Veel minder duidelijkheid en eenstemmigheid is er over het staatkundige pad dat België moet bewandelen. Daarom is de kiesstrijd ook zo fel. En bovendien heeft de staatkundige oplossing een invloed op schuld en begroting en bijgevolg op het sociaaleconomische pad. Zo komen economie en staatshervorming samen, maar ook op gebied van de snelheid van actie. De klok tikt voor de economie, iedereen zou moeten weten wat er te doen staat. Het is te hopen dat iedereen de wekker gehoord heeft.Devalueren en subsidiëren: twee instrumenten waarmee politici hun beleid konden maken en corri-geren, hebben ze gelukkig niet meer ter beschikking. herman daems