Deze Amerikaanse verkiezingsstrijd leek voorbestemd voor het grote debat over de gezondheidszorg. Zo'n 47 miljoen Amerikanen zijn onverzekerd en tien miljoen burgers onderverzekerd. Een klein vijfde van de bevolking is slachtoffer van dure ziekteverzekeringen. Maar het economische tij keerde met een lagere groei, hogere werkloosheid, hoge inflatie en een hoge benzineprijs. De verkiezingen gaan nu over energie, belastingen en protectionisme.
...

Deze Amerikaanse verkiezingsstrijd leek voorbestemd voor het grote debat over de gezondheidszorg. Zo'n 47 miljoen Amerikanen zijn onverzekerd en tien miljoen burgers onderverzekerd. Een klein vijfde van de bevolking is slachtoffer van dure ziekteverzekeringen. Maar het economische tij keerde met een lagere groei, hogere werkloosheid, hoge inflatie en een hoge benzineprijs. De verkiezingen gaan nu over energie, belastingen en protectionisme. Gezondheidszorg was het thema waarmee de Democratische presidentskandidate Hillary Clinton naar het Witte Huis wilde. Ze had een allesomvattend plan om alle Amerikanen te verzekeren, maar haar poging mislukte. Haar Democratische rivaal Barack Obama maakte een allesomvattend plan voor change en wist de Democratische partij - die deze week haar conventie houdt in Denver in Colorado - te begeesteren. De Republikeinse kandidaat John McCain leek enkele maanden geleden nog kansloos tegen Obama, maar ineens veranderde er iets. De olieprijs schoot omhoog naar 140 dollar per vat en de Amerikanen betaalden zo'n 4 dollar voor een gallon (3,7 liter) benzine. Pain at the pumps, zo meldden alle kranten in schreeuwende koppen. Amerika is het land van auto's en wie er geen heeft, is sociaal gehandicapt. De auto is een deel van het leven zoals water en brood. Door de stijgende benzineprijs ging de discussie niet meer over de 'zielige onverzekerden', maar over 'ik en mijn auto'. De verkiezingsstrijd kwam in een ander daglicht te staan. De kandidaat die daarop insprong, had een voordeel. Dat was McCain. Tijdens de periode van pain at the pump straalde Obama presidentiële glans uit met zijn reis naar Europa en vooral zijn toespraak in Berlijn. Honderdduizenden Europeanen bewonderden hem als de 'zwarte Kennedy' en de 'nieuwe hoop' voor de wereld. Obama zag zichzelf ook zo. "Ik ben het symbool geworden van een Amerika, dat terugkeert naar zijn beste tradities. Wij zijn de mensen op wie wij hebben gewacht." De optredens van Obama kregen semi-religieuze dimensies, maar de Amerikaan vloekte aan de benzinepomp. De prijzen waren sinds de jaren zeventig niet zo hoog geweest en Amerikanen voelden de macht van de olie-exporterende landen. De VS moeten de helft van hun oliebehoefte financieren met honderden miljarden dollar en invoeren uit landen met regimes die Amerika dwarszitten, zoals Venezuela. John McCain, die in vergelijking met Obama een stuntelende campagne voerde, voelde de pols van Amerika beter aan. Hij verlegde het campagnethema naar de onafhankelijkheid van energie. Amerika moet zich onafhankelijk maken van olie-exporteurs. Voor McCain de aanval lanceerde, moest hij eerst zelf een serieuze flip flop - verandering van standpunt - doorvoeren. Als Republikein was hij altijd tegenstander van olieboringen voor de Amerikaanse kust, behalve enkele boorgebieden voor de kust van Texas en Louisiana. De Amerikaanse kust is een onaantastbaar natuurschoon. Dat was jaren de consensus tussen de Republikeinen en de Democraten om een verbod op grootschalige olie-exploitatie voor de kust te verbieden. Ook de Republikeinse gouverneurs, zoals Arnold Schwarzenegger in Californië en Charlie Christ in Florida, deelden dit adagium. Toen de benzineprijs een hoogtepunt bereikte, stelde McCain voor olieboringen voor de Amerikaanse kust toe te staan, behalve in een natuurreservaat in Alaska. Aan de west- en oostkust van de VS kunnen dus olieboortorens verschijnen, weliswaar uit het zicht van de kustbewoners. McCain had zijn thema te pakken: energy independence. Obama beschuldigde McCain van flip-flopping en Democratischgezinde media noemden de Republikein een serial driller, een allusie op serial killer. De wereldconsumptie van olie bedraagt dagelijks 86 miljoen vaten, waarvan de VS er zo'n 20 miljoen gebruiken. De VS produceren zelf zo'n tien miljoen vaten, maar ze moeten ook invoeren, vooral uit Canada, Mexico, Saoedi-Arabië, Venezuela en Nigeria. Volgens Obama hebben de VS maar 6 % van de bewezen globale olievoorraad en leveren boringen voor de kust niet veel op. Schattingen van de omvang van die olievoorraad lopen ver uiteen, van 115 tot 19 miljard vaten. "We kunnen ons niet uit deze crisis wegboren", zegt Obama, die een zuiver groene oplossing bepleit: zonne- en windenergie en besparing. "We moeten onze autobanden beter oppompen", gaf hij als advies aan gepijnigde automobilisten. McCain greep de opmerking aan om Obama als naïef af te schilderen. McCain lanceerde daarop meteen een tweede luik in zijn energiebeleid. De Amerikaanse transportsector moet omschakelen van olie naar ethanol (alcohol uit landbouwafval), methanol (alcohol uit kolen) en elektriciteit. De Amerikaanse automobielsector wil in 2012 de helft van de geproduceerde auto's voorzien van flexibele brandstof motoren ( flex-fuel vehicles, FFV). Die auto's rijden niet alleen op benzine, maar ook op combinaties van benzine met ethanol/methanol of op elektriciteit. In dat laatste geval trekt McCain 300 miljoen dollar uit voor de uitvinding van de beste batterijtechniek die een plug-in-voertuig mogelijk maakt. De batterij van de auto kan dan altijd via het stopcontact worden opgeladen. Dit transformeert de transportsector van olie als brandstof naar alternatieven waaronder elektriciteit. McCain wil die ontwikkeling steunen met de bouw van 45 nieuwe kerncentrales tot 2030, met nog eens 100 daarna. Dit offensief drukte Obama in het defensief. Hij is tegen olieboringen voor de Amerikaanse kust en hij is evenmin grote voorstander van nucleaire energie. De Democraten zijn voor hernieuwbare energie, maar daaronder verstaan zij vooral zonne- en windenergie. Obama heeft in zijn programma wel 150 miljard dollar uitgetrokken om in een periode van tien jaar biobrandstof voor auto's te ontwikkelen en ook voor een toepasbare batterijtechnologie. Maar de Amerikaanse elektriciteitsproductie zit aan haar plafond en stroompannes worden veroorzaakt door een grote vraag terwijl het netwerk verouderd is. Elke staat die elektriciteitscentrales wil bouwen, zoals Californië, stuit op enorm verzet van buurtgroepen die worden gesteund door milieuactivisten. Het Amerikaanse elektriciteits-verbruik neemt toe, maar de productie blijft achter. De enige energiedrager die dat gat kan dichten, nucleaire energie, zit in het verdomhoekje. Kerncentrales verzorgen een vijfde van de Amerikaanse elektriciteitsbehoefte, maar de jongste 30 jaar - na het incident bij de centrale in Harrisburg in 1979 - is er geen kerncentrale meer gebouwd. De omzetting van het Amerikaanse wagenpark naar elektriciteit vergt een enorme productieverhoging. Obama beschuldigde McCain weliswaar van een flip flop, maar hij kreeg de publieke opinie steeds meer tegen. Volgens opiniepeilingen is 70 % van de Amerikanen voor olieboringen voor de kust en voor meer nucleaire energie. Het thema energy independence raakte een snaar. President George W. Bush stelde in juli voor om het verbod op olieboringen voor de kust op te heffen, maar het Congres, dat wordt gedomineerd door Democraten, ging met vakantie en legde het voorstel in de lade. Daarop beschuldigden de Republikeinen de Democraten ervan een do-nothing Congress te maken. McCain kreeg de wind in de zeilen en Obama voelde aan dat hij verkeerd was gepositioneerd. Tijdens een verkiezingstoespraak in Sint-Petersburg, Florida, maakte hij ook zijn flip flop. Obama zei dat hij voorstander is van selectief boren voor de kust. Over de bouw van atoomcentrales bleef hij vaag. Hij zei geen principiële tegenstander van kernenergie te zijn. Ook de Democraten in het Congres beginnen langzaam bij te draaien, onder druk van de kiezersgunst. Maar de bekering kwam te laat. McCain had het initiatief. Het thema energie-onafhankelijkheid geeft McCain een breder voordeel dat zich uitstrekt over de hele economisch agenda. Een tweede belangrijk verschilpunt tussen Obama en McCain is het fiscale beleid. President Bush heeft in 2001 de grootste belastingverlaging uit de Amerikaanse geschiedenis doorgevoerd. Een verlaging van 1,3 triljoen dollar in een periode tot 2010. De centrale vraag is of die belastingverlaging na 2010 wordt verlengd of niet? McCain is voor. Hoewel hij curieus genoeg als senator in 2001 tegen het fiscale pakket van Bush stemde. Obama is tegen omdat de Bush tax cut volgens hem vooral de superrijken ten goede komt, burgers met een inkomen van 250.000 dollar en meer. Obama wil 150 miljoen werknemers een belastingverlaging van 1000 dollar per gezin geven. Hij noemt dit de belastingverlaging voor werkende gezinnen. De schrapping van de belastingverlaging van Bush komt echter neer op een belastingverhoging die voor werkende gezinnen weliswaar wordt verzacht met Obama's fiscale korting. Daarnaast heeft Obama een speciaal programma van 10 miljard dollar voor Amerikanen die wegens de hypotheekcrisis werden gedwongen hun huizen te verlaten. Hij wil ook 10 miljard reserveren voor de uitbreiding van de werkloosheidsverzekering. Obama wil een verhoging van de belasting op kapitaalinkomsten, zoals dividenden, van 15 naar 28 % en het toptarief in de inkomstenbelastingen optrekken van 35 naar bijna 40 %. Ruim de helft van de Amerikanen bezit aandelen. Als Obama het belastingplan van Bush in 2010 niet verlengt, wordt de belasting op onroerend goed en erfenissen weer ingevoerd. Bush had deze afgeschaft. Als contrast heeft McCain het thema belastingverlaging naar zich toegetrokken. Hij wil de Bush tax cut voortzetten en het maximumtarief voor de inkomstenbelasting op 35 % houden, terwijl de belastingen op kapitaal 15 % blijven. Hij wil de vennootschapsbelasting verlagen van 35 naar 25 % en een speciale regeling voor de aftrekbaarheid van innoverende investeringen en een belastingvermindering van 10 % op onderzoek en ontwikkeling. Hij is tegen de invoering van nieuwe belastingen, zoals op internet en mobiele telefoons. "Het voorstel van Obama leidt Amerika rechtstreeks naar een recessie", zegt politiek strateeg Dick Morris in zijn recente boek Fleeced. "De zogenoemde superrijken met 250.00 dollar of meer zijn slechts 2 % van de bevolking. Obama treft vooral de hogere middenklasse die jaarlijks rond de 100.000 dollar verdient. Dat maakt de rest van de middenklasse ook bang", zegt de oud-adviseur van de vroegere Amerikaanse president Bill Clinton. Een derde fundamenteel geschil tussen McCain en Obama is de vrijhandel. McCain is altijd een pleitbezorger geweest van vrijhandelsakkoorden en hij steunt het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA. Obama wil dit akkoord heronderhandelen en heeft zich ook uitgesproken tegen een soortgelijk akkoord met landen in Midden-Amerika, het Centraal-Amerikaans Vrijhandelsakkoord (CAFTA). President Bush wilde CAFTA onlangs laten goedkeuren door het Congres, maar Nancy Pelosi, de Democratische leider in het Huis van Afgevaardigden, voerde het af van de agenda. Dit tot grote woede van vooral Colombia, dat CAFTA zag als een beloning voor de deelname aan de Amerikaanse strijd tegen de drugsbaronnen. Obama staat onder sterke druk van de Amerikaanse vakbonden die vrijhandel zien als de reden voor het banenverlies in de VS. Vooral in de Midwest, met staten zoals Ohio en Michigan, gingen banen verloren in de auto-industrie. Obama sprak zich uit tegen CAFTA en hij wil NAFTA heronderhandelen om er clausules in op te nemen over de bescherming van de werkgelegenheid en het milieu. De partners van Amerika in NAFTA, Mexico en Canada, zijn niet ingenomen met deze voornemens en waarnemers vrezen dat zelfs de globale onderhandelingen over de liberalisering van de wereld-handel, de zogenoemde Doharonde, definitief mislukken. Bij de Democraten waait een wind van protectionisme die in combinatie met belastingverhogingen kan leiden tot een recessie. Niet alleen in de VS, maar in de hele wereld. Canada en Mexico hopen dat Obama zich desnoods beperkt tot 'cosmetische veranderingen' van NAFTA, maar de druk van de vakbonden is groot. Obama kan in de belangrijke swing states Ohio en Michigan niet winnen zonder hun steun. McCain wil daarentegen doorgaan met de vrijhandel en meer akkoorden sluiten zoals NAFTA. Hij wil ook de Doharonde nieuwe impulsen geven. Er zijn ook veel onderdelen van de economische agenda waar Obama en McCain niet veel verschillen, zoals hun opvattingen over immigratie en hun milieudoelstellingen voor het tegengaan van CO2-uitstoot. Op het gebied van onderwijs en ziekteverzekering zijn de verschillen minder groot dan verwacht. Obama en McCain willen geen verplichte ziekteverzekering zoals Clinton eiste. Ze willen werken met specifieke belastingverlagingen voor bepaalde doelgroepen om verzekeringen betaalbaar te maken. In het onderwijs willen McCain en Obama speciale toelagen ( vouchers) invoeren zodat ouders en studenten een betaalbare school naar wens kunnen kiezen. Concurrentie moet de kwaliteit verhogen. McCain en Obama willen alle twee een einde maken aan het oormerken van de Amerikaanse begroting, waarbij Congresleden bedragen uit het jaarlijkse budget, van zo'n 3000 miljard dollar, reserveren voor persoonlijke projecten in hun kiesdistrict. Daarbij gaat het meestal om wegen, bruggen, musea, subsidies en andere goede doelen waar het congreslid zijn naamkaartje aan kan verbinden. Deze zogenoemde pork barrel legislation (varkenstrogwetgeving) heeft de voorbije jaren epidemische vormen aangenomen en is opgelopen naar 35 tot 40 miljard dollar. McCain heeft nog nooit een project geoormerkt en was altijd tegenstander van deze praktijk. Obama is nu ook tegen, maar heeft als parlementslid, zowel in de staat Illinois als in de Senaat, voor honderden miljoenen dollar projecten laten oormerken voor zijn politieke basis in Chicago. Hier vallen de Republikeinen Obama aan als hypocriet. McCain wil het federale begrotingstekort van 500 miljard dollar beperken door te bezuinigen op de grote federale uitgavenposten. Obama wil met hogere belastingen juist meer federale uitgaven. De uitslag van de verkiezingen is bepalend voor de koers van het Amerikaanse economische beleid. Het energie-, handels- en fiscaal beleid raakt rechtstreeks vrijwel alle Europese landen. Gaan de VS naar een recessie? Het lot van Amerika is dat van Europa. De keuze tussen Obama en McCain is daarom meer dan een gezelschapsspel. President Obama is historisch, inspirerend en magnetiserend. President McCain is minder spectaculair, maar voor Europeanen misschien een praktischer keuze. (T)Derk Jan Eppink