Het besparingsplan van 60 miljoen euro heeft niets te maken met de discussie over de kostendekkingsgraad of met de begrotingscontrole die de Vlaamse regering in februari plant. Die kan wel eens extra besparingsdruk veroorzaken, zeker als het van de N-VA afhangt. "De kostendekkingsgraad bij De Lijn is gewoon te laag", zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Lies Jans (N-VA). "Er moet nu iets gebeuren, een oplossing kan niet op de lange baan geschoven worden."
...

Het besparingsplan van 60 miljoen euro heeft niets te maken met de discussie over de kostendekkingsgraad of met de begrotingscontrole die de Vlaamse regering in februari plant. Die kan wel eens extra besparingsdruk veroorzaken, zeker als het van de N-VA afhangt. "De kostendekkingsgraad bij De Lijn is gewoon te laag", zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Lies Jans (N-VA). "Er moet nu iets gebeuren, een oplossing kan niet op de lange baan geschoven worden." Voor zijn exploitatie heeft de vervoersmaatschappij elk jaar een injectie van het Vlaams Gewest nodig van ruim 850 miljoen euro, maar de inkomsten uit tickets en abonnementen bedroegen in 2010 slechts 137,5 miljoen. Met die kostendekking van 15 procent doet De Lijn het minder goed dan het openbaar vervoer in onze buurlanden. Daarmee is ook meteen duidelijk dat de vervoersmaatschappij geen gewoon bedrijf is, maar veeleer een overheidsdienst die veel geld opslorpt. Het maakt de tram- en busmaatschappij volgens de N-VA tot een interessante prooi nu de Vlaamse regering op zoek is naar 500 miljoen extra besparingen om haar begroting in evenwicht te krijgen. De overheidsdotatie drukken door meer middelen te genereren via de verkoop van tickets en abonnementen, zou in dat geval een goede zaak zijn. Bij de coalitiepartners in de Vlaamse regering ligt dat echter moeilijk. De sp.a beschouwt openbaar vervoer en de bijbehorende basismobiliteit zowat als een heilige koe waaraan niet mag worden geraakt, terwijl CD&V met minister van Mobiliteit Hilde Crevits niet graag een slechte beurt maakt bij de 8600 werknemers en de duizenden kiezers die geregeld de bus of de tram nemen. Bijkomende besparingen - bijvoorbeeld door nog meer in het aanbod te snoeien - zijn vooral in theorie een optie. Ze zullen volgens de directie van De Lijn vol in het vlees van de vervoersmaatschappij snijden, want het meeste vet is er na twee jaar van saneren al wel af. "Onze overheadkosten bedragen minder dan 4 procent", benadrukt Roger Kesteloot, directeur-generaal van de Lijn. "Dat is het laagste percentage van alle Vlaamse administraties en overheidsbedrijven." Met andere woorden: als er nog besparingen nodig zijn om de Vlaamse begroting in evenwicht te krijgen, dan moet de politiek maar keuzes maken en korte metten maken met de verplicht lage tarieven die enkel de inflatie mogen volgen en met het idee dat overal te lande de basismobiliteit verzekerd moet zijn. Dat vergt niets anders dan de afgesproken beheersovereenkomst met de vervoersmaatschappij op de helling te zetten.