Allicht omdat ze ook nu niet zal ontsnappen aan recensies met verwijzingen naar de taal, de omgeving en de sfeer in de boeken van Louis Paul Boon, opent Geertrui Daem haar nieuwe roman Olympia (Van Halewyck, 336 blz., 19,50 euro) boudweg met een personage dat op dezelfde redactie werkt als Boon: een journalist van het dagblad Vooruit. "Orgaan van de socialistische partij," voegt ze er demonstratief aan toe. We bevinden ons in het Vlaanderen van de jaren vijftig en de journalist maakt een bedrijfsprofiel van de vleeswarenfabriek van de broe...

Allicht omdat ze ook nu niet zal ontsnappen aan recensies met verwijzingen naar de taal, de omgeving en de sfeer in de boeken van Louis Paul Boon, opent Geertrui Daem haar nieuwe roman Olympia (Van Halewyck, 336 blz., 19,50 euro) boudweg met een personage dat op dezelfde redactie werkt als Boon: een journalist van het dagblad Vooruit. "Orgaan van de socialistische partij," voegt ze er demonstratief aan toe. We bevinden ons in het Vlaanderen van de jaren vijftig en de journalist maakt een bedrijfsprofiel van de vleeswarenfabriek van de broers Roland en Robert Van Dale. Het familiebedrijf produceert boulogneworst, een donkere salami met paardenvlees. Al vrij vlug verschijnen er nare barstjes in het vernis van kleinburgerlijk geluk en welvarend kmo-bestaan. Het bedrijf kaapt weliswaar nog kwaliteitsprijzen weg, maar staat voor verscheurende keuzes. De ene broer vaart een conservatieve koers, kiest voor het ambacht en daarmee ook voor kleinschaligheid. De andere broer opteert voor modernisering. Voor vele familiale ondernemers is die portrettering ongetwijfeld pijnlijk herkenbaar. Daem voegt er nog een soap familiale perikelen aan toe, tot incest en zelfmoord toe. Niet alleen het ondernemersvernis brokkelt af, ook de schone schijn van familiefatsoen en gezinsgeluk loopt lelijke kneuzingen op. Met Olympia levert Geertrui Daem (1952) haar indrukwekkendste roman tot dusver af. Helaas heeft ze iets te veel personages willen profileren, waardoor de soapindruk nog vergroot wordt. Meer focus en uitdieping van de psychologie hadden van Olympia een Grote Vlaamse Roman gemaakt, nu houden we er nog altijd een interessante roman aan over. Dat is al heel wat. De jaren vijftig spelen ook een belangrijke rol in Een vrouw met negen levens (De Geus, 221 blz., 22,50 euro). Het is de eerste roman voor volwassenen van Elisabeth Marain (1943) in tien jaar. Marain, vooral bekend van de bestseller Rosalie Niemand (1988), maakt een literaire comeback met een maatschappelijk geëngageerde roman over een vrouw die na de terreur van 9/11 terugblikt op haar leven als rebel in een bekrompen, katholiek Vlaanderen. Boeiend, maar te stereotiep om helemaal te overtuigen. Classicus Joris Tulkens (1944) gaat veel verder in de tijd terug. In De schaduw van Erasmus (Houtekiet, 264 blz., 17,50 euro) voert hij Joannes Hovius ten tonele, de dienaar van de humanist Erasmus. Hovius volgt zijn meester van Basel naar Leuven, waar een turbulente periode aanvangt. Er ontstaat onder meer heel wat trammelant over Erasmus' vertaling van het Nieuwe Testament. Ook de kleine kantjes van de eigengereide Erasmus worden pittig beschreven. Op de flap prijkt dan ook terecht een citaat van historicus Huizinga: "Ik heb de grote Erasmus altijd bewonderd, hoezeer de kleine ook geprobeerd heeft me dat te verhinderen." Luc De Decker