Aanvankelijk wilde Po Bronson zijn businessroman The First $20 Million is Always the Hardest de titel Not Gates meegeven. Dat zou de vertalers heel wat hoofdbrekens bezorgd hebben. Not Gates verbergt immers een fijnbesnaarde dubbele betekenis. Daarvoor moeten we heel even uitleggen dat de basis van een computer gevormd wordt door de siliciumtransistor. Transistors zijn verbonden met drie soorten eenvoudige logische poorten. Eén ervan is de niet-poort. Wanneer elektrische stroom in een niet-poort komt, wordt de lading uitgeschakeld. Kortom, 1 wordt 0. Het Engels voor poort, gate, verwijst uiteraard ook naar de Microsoft-topman.
...

Aanvankelijk wilde Po Bronson zijn businessroman The First $20 Million is Always the Hardest de titel Not Gates meegeven. Dat zou de vertalers heel wat hoofdbrekens bezorgd hebben. Not Gates verbergt immers een fijnbesnaarde dubbele betekenis. Daarvoor moeten we heel even uitleggen dat de basis van een computer gevormd wordt door de siliciumtransistor. Transistors zijn verbonden met drie soorten eenvoudige logische poorten. Eén ervan is de niet-poort. Wanneer elektrische stroom in een niet-poort komt, wordt de lading uitgeschakeld. Kortom, 1 wordt 0. Het Engels voor poort, gate, verwijst uiteraard ook naar de Microsoft-topman. BILL GATES.Precies in de verwijzing zit het venijn. Toen de auteur in opdracht voor het tijdschrift Wired onderzoek verrichte over de machtsverhoudingen in het Mekka van de elektronica- en softwarebedrijven rond de baai van San Francisco (spreek uit: Silicon Valley), kreeg hij een stortvloed van verhalen te verwerken over ondernemers die tegengewerkt, bedrogen of uitgeschakeld waren door de poortwachters van de macht. De beeldspraak stamt van Bronson zelf. Wanneer de kleine garnalen een belangrijke innovatie willen commercialiseren, happen de haaien toe. Vaak zijn dat de Goliaths, die de uitdagende Davids liefst in de kiem smoren, voor ze een echte bedreiging vormen. "Misschien gaat dit boek impliciet over Bill Gates", wikt en weegt de auteur in een nawoord. "Doordat hij het brein is achter een bijna-monopolie op besturingssystemen voor pc's, is hij de ultieme poortwachter van de macht in Silicon Valley." In 1996 nam de belegering van de Microsoft-burcht eindelijk ernstige proporties aan. Bronson heeft het niet over het recentelijk opgelaaide juridische steekspel, maar over de talloze "ondernemende geesten die probeerden de poorten van Gates volledig te passeren door een nieuw technologisch paradigma uit te vinden dat besturingssystemen negeerde. Als ze er niet doorheen konden komen, zouden ze eromheen gaan. Het was een inspirerende golf van positief vernuft." Over zo'n kwartet koppige programmeurs gaat het nu juist in zijn nieuwe roman, die op Internet al heel wat sites in beroering gebracht heeft. Hij houdt het wel bij fictie. De vier horzels in de Valley-pels zijn verzonnen, net als hun tegenstrevers. Al nemen ze wel eens herkenbare trekken aan. Af en toe heeft het jonge hoofdpersonage Andy Caspar iets van Steve Jobs, maar helemaal gaat de vergelijking niet op. Dat geldt ook voor de ondernemingen en de technologische snufjes. Voor nerds, geeks en andere computerfanaten leent het boek zich uitstekend voor een Wat is wat? en Wie is wie? voor gevorderden. Maar het echt geniale van de roman is nu net dat ook leken zich stellig verkneukelen in deze roman. De heldere taal, de strak gehouden satire en de stevige kijk op het kluwen van de vele starters en de reuzen in de bedrijvenjungle rond de Stanford University zijn om van te snoepen. VOLKSWAGEN-PC.Een sterke plot heeft de roman niet eens en de hier en daar nochtans geroemde psychologie is evenmin voorbeeldig. Bronson moet het vooral hebben van sfeer, herkenbaarheid, veelzeggende details en journalistieke informatie. Blijkbaar heeft hij een patent op romans met een hoge documentaire inslag. In zijn megaseller De poenjagers (1995) nagelde hij de hebzucht en de waanzin van de Wall Street-handelaars aan de schandpaal. Hij wist waarover hij schreef. Hij werkte zelf als obligatieverkoper voor de gerenommeerde First Boston Bank. In zijn nieuwe roman doemen alweer freaks op, die hun beroep laten primeren op ander geluk. Relaties breken of geraken niet eens op het spoor. Toch is er een groot verschil met de whizzkids van Wall Street. Zij werden verschroeid door hebzucht en geldingsdrang. Ook nu hebben we niet bepaald met lieverdjes te maken. Een geniaal programmeur neemt zelfs satanische trekken aan. Toch krijgt bijna elk personage ook sympathieke eigenschappen. Ondanks alle balorigheid, onhebbelijkheden en het eendimensionale leven, worden de vier uitdagers gedreven door een zeker idealisme. Het kwartet wil een computer ontwikkelen die voor 300 dollar verkocht kan worden. Ze willen een betaalbare pc. Hun project dopen ze dan ook de VWPC, de Volkswagen-pc. Ondertussen streven de giganten nerveus naar complexer, imposanter en sneller (lees: duurder, rendabeler). Voor iedereen die zich interesseert voor de perikelen van een startersbedrijf, is dit boek gesneden koek. Tussen het ijzige gemanipuleer dat de roman de nodige spanning meegeeft, krijgen we alle fasen van een starter voorgeschoteld. Veel illusies over de overlevingskansen van beginners in Silicon Valley hoeven we ons niet te maken. De meeste verdwijnen in "de Bermudadriehoek van mislukte starters." Po Bronson, De eerste miljoenen zijn altijd het zwaarst. Arbeiderspers, 293 blz., 799 fr.LUC DE DECKER