De verantwoordelijkheid die de centrale banken van de grote economische blokken - zeg maar de Verenigde Staten, de eurozone, Japan en China - moeten opnemen, komt wezenlijk neer op twee elementen. Eerst en vooral gaat het om het in toom houden van de inflatie. Sommigen koppelen hier in één adem de opdracht aan vast om ook de economische groei te ondersteunen. De ervaring leert dat centrale banken op dit vlak veeleer over beperkte mogelijkheden beschikken.
...

De verantwoordelijkheid die de centrale banken van de grote economische blokken - zeg maar de Verenigde Staten, de eurozone, Japan en China - moeten opnemen, komt wezenlijk neer op twee elementen. Eerst en vooral gaat het om het in toom houden van de inflatie. Sommigen koppelen hier in één adem de opdracht aan vast om ook de economische groei te ondersteunen. De ervaring leert dat centrale banken op dit vlak veeleer over beperkte mogelijkheden beschikken. De tweede basisopdracht: ingrijpen wanneer er zich een belangrijke crisis voordoet die het financieel-economische systeem dreigt te ontwrichten. In dat geval komt het er veelal op neer dat de betrokken centrale bank(en) voor voldoende liquiditeiten in de markt moet(en) zorgen om een kettingreactie aan faillissementen en paniek in de kiem te smoren. Verantwoordelijkheid. Ondanks de commotie van de voorbije weken op de geld-, kapitaal- en aandelenmarkten, werden de belangrijkste centrale banken nog niet aangesproken op hun tweede functie. Wat hun eerste opdracht betreft, geven de Europese Centrale Bank (ECB) en de Amerikaanse Federal Reserve Board (Fed) blijk van zin voor verantwoordelijkheid. De ECB verhoogde eind 2005 voor het eerst in twee jaar haar basisrentevoet met een kwartje tot 2,25 %. Na twee bijkomende renteverhogingen staat die basisrentevoet nu op 2,75 %. De Fed verhoogde sinds begin 2004 haar basisrentevoet continu van 1 % tot 5,25 %. Beide centrale banken laten uitschijnen dat verdere verhogingen in de pijplijn zitten. Wie naar de inflatiecijfers en de daaraan gerelateerde gegevens kijkt, begrijpt waarom, zeker in het geval van de ECB. Belangrijk bij die overwegingen is dat de ervaring leert dat een reële rentevoet (de nominale rentevoet min de inflatie) van 1 % à 2 % een neutrale monetaire koers inhoudt. De echte inflatie, de reële rente. De inflatie in de eurozone schommelt nu op jaarbasis rond 2,5 %. Het argument dat de kerninflatie zich tussen de 1,3 % en 1,5 % situeert, maakt niet echt indruk. De kerninflatie is de algemene inflatie uitgezuiverd van energie en voeding, twee items die nu eenmaal erg belangrijk zijn in de bestedingspatronen. Energie en voeding wegtoveren uit de inflatie heeft iets van een doktersrapport dat stelt dat iemand kerngezond is op de vernauwingen in zijn slagaders na. De reële rente van de ECB ligt dus vandaag op 0,25 %, wat wijst op een nog altijd expansieve koers. Die conclusie wordt ondersteund door de cijfers van de aangroei van zowel de geldhoeveelheid als van de kredietvolumes. Die laatste groeien vandaag op jaarbasis met bijna 12 % aan, terwijl de geldhoeveelheid in enge zin met 10 % toeneemt en volgens de brede definitie met 9 %. Met een reële groei van 2 % tot 2,5 % zouden die percentages pakweg een derde lager moeten liggen. Met een Amerikaanse inflatie rond de 3,5 % zit de Fed qua reële rentevoet met 1,5 % (5 % min 3,5 %) op eerder neutraal terrein. De aangroei van de geldhoeveelheid ondersteunt dat. In enge zin stijgt ze op jaarbasis met 2 % en in brede zin met 5 %. De aangroei van de uitstaande kredietvolumes buigt zich ook stilaan om. Dat alles voltrekt zich tegen de achtergrond van een reële groei die nog altijd ver boven die van de eurozone ligt, ergens tussen 3 % en 3,5 %. Nog 0,50 % te gaan. De conclusie van het verhaal ligt voor de hand. Op het gebied van de eerste opdracht van een centrale bank zit de Fed stilaan waar ze hoort te zitten. De ECB heeft op zijn minst nog 0,50 % te gaan inzake renteverhogingen om hetzelfde te kunnen zeggen. Wat de tweede hoofdopdracht van de centrale banken betreft, valt te hopen dat we de bewijzen van hun alertheid en bekwaamheid niet aan den lijve moeten ondervinden. De auteur is directeur van de denktank VKW Metena.Johan Van Overtveldt