Voor de pandemie uitbrak, culmineerde de economische en culturele macht almaar meer in de centra van de grote steden. In 2000 was het totale dagloon van iedereen die in het centrum van Londen werkte twee keer zo hoog als in de buitenste stadswijken; in 2019 was het drie keer zo hoog. In dezelfde periode groeide de werkgelegenheid in het centrum van Sydney 40 procent sneller dan in de agglomeratie. De toekomst was aan de megasteden. In 2011 schreef Edward Glaeser van Harvard University niet toevallig het boek Triumph of City.
...

Voor de pandemie uitbrak, culmineerde de economische en culturele macht almaar meer in de centra van de grote steden. In 2000 was het totale dagloon van iedereen die in het centrum van Londen werkte twee keer zo hoog als in de buitenste stadswijken; in 2019 was het drie keer zo hoog. In dezelfde periode groeide de werkgelegenheid in het centrum van Sydney 40 procent sneller dan in de agglomeratie. De toekomst was aan de megasteden. In 2011 schreef Edward Glaeser van Harvard University niet toevallig het boek Triumph of City. Zijn nieuwste boek heet evenmin toevallig Survival of the City. Door de pandemie en de vrees voor grote massa's liepen veel steden leeg. Nu het ergste gevaar geweken is, blijkt dat dat geen tijdelijk fenomeen was. The Economist berekende dat in de centra van wereldsteden als Parijs, Londen, Tokio en New York de activiteit veel trager herneemt dan in de regio's daarrond. In andere steden is dat net zo. Volgens het boekingplatform OpenTable zijn er in Canada nu 9 procent meer restaurantreservaties dan voor de pandemie, maar in Toronto zijn er dat 8 procent minder. Amper een vijfde van de bedienden in het centrum van San Francisco komt nog naar kantoor. Sommige delen van de stad lijken op die van de zogenoemde rustbelt. De winnaars zijn de suburbs, de buitenwijken. Île-de-France is nu een pak levendiger dan Parijs zelf, blijkt uit de data van The Economist. In de Amerikaanse grootsteden zijn de huurprijzen met 5 procent gedaald, daarbuiten blijven ze onveranderd. De koffieketen Starbucks voelt de trend ook. "De activiteit trekt weg uit de drukke stadscentra, richting de buitenwijken", zegt een topman. Of dat een goede zaak is, daarover zijn de meningen verdeeld. Een studie van Princeton University wijst erop dat minder drukke steden slecht nieuws zijn voor de sociaal zwakke beroepsgroepen, zoals barista's en taxichauffeurs. De realiteit lijkt die bewering al naar de prullenmand te verwijzen. De Pret A Manger naast de redactie van The Economist sluit, maar in de buitenwijk gaan nieuwe vestigingen open. In het Verenigd Koninkrijk is de werkgelegenheid in de suburbane wijken met 2 procent toegenomen, terwijl die in de rest van het land stabiliseert. In Australië daarentegen, waar covid-19 nauwelijks voet aan de grond krijgt, floreren de centra nog altijd. Een tweede vrees is een vertraging van de innovatie. In de grootsteden komen traditioneel veel mensen met verschillende ideeën bij elkaar op een kleine ruimte. Als die intense persoonlijke contacten wegvallen, dreigen er minder revolutionaire zaken te gebeuren en de productiviteit te dalen. Of dat ook zo is, blijft voorlopig onduidelijk. Dat alles betekent niet dat de steden geen toekomst meer hebben, wel dat ze een andere toekomst krijgen. Terwijl ze vroeger vooral bedrijven wilden aantrekken, proberen ze nu nieuwe bewoners te verleiden met een goede levenskwaliteit. George Street in Edinburg en Oxford Circus in Londen worden binnenkort voetgangerszones. San Francisco maakt meer ruimte vrij voor terrassen. In andere Californische steden wordt bekeken of leegstaande kantoren kunnen worden omgevormd tot appartementen. De pandemie zal de stad niet doden, maar ze wel veranderen.