Komt er na regen altijd zonneschijn? Vergeet het. Europa moet zelfs beter zijn best doen om van de regen niet in de drop te komen: de moeilijke relatie tussen het academische universum en het bedrijfsleven ondermijnt nog steeds de concurrentiepositie van het oude continent. Amerikaanse bedrijven vragen jaarlijks per miljoen inwoners zo'n 400 octrooien aan, Europese bedrijven slechts 170 per miljoen. En dat is geen nieuw fenomeen. De EU-norm van Lissabon (3 % van het bruto binnenlands product of BBP besteden aan research) mag een waardevolle belofte lijken, de vraag blijft of die pr-stunt ooit resultaat zal opleveren voor het BBP. Toponderzoekers zi...

Komt er na regen altijd zonneschijn? Vergeet het. Europa moet zelfs beter zijn best doen om van de regen niet in de drop te komen: de moeilijke relatie tussen het academische universum en het bedrijfsleven ondermijnt nog steeds de concurrentiepositie van het oude continent. Amerikaanse bedrijven vragen jaarlijks per miljoen inwoners zo'n 400 octrooien aan, Europese bedrijven slechts 170 per miljoen. En dat is geen nieuw fenomeen. De EU-norm van Lissabon (3 % van het bruto binnenlands product of BBP besteden aan research) mag een waardevolle belofte lijken, de vraag blijft of die pr-stunt ooit resultaat zal opleveren voor het BBP. Toponderzoekers zijn immers nog altijd verliefd op de Verenigde Staten. De reputatie van de Amerikaanse universiteiten is beter, en daar mogen ze tenminste voortdoen aan hun controversiële onderzoek. Zo'n 75 % van de Europese bollebozen die tussen 1991 en 2000 in de VS afstudeerden, wilde niet naar de EU terugkeren. Daarom trekt Europees commissaris voor Onderzoek Philippe Busquin (63) steeds nadrukkelijker aan de kar voor een beter researchklimaat in Europa. Het meest in het oog springt zijn belofte dat Europa tussen 2007 en 2010 de Europese onderzoeksbudgetten wil verdubbelen tot 10 miljard euro per jaar. Vorige week lanceerde Busquin ook 'Plants for the Future'. In tegenstelling tot wat sommige kranten gemakshalve schreven, is het document geen pleidooi voor meer genetisch gewijzigde gewassen, maar kadert het initiatief juist in de vernieuwing van de Europese researchpolitiek. De nota ziet plantenveredeling via biotechnologie weliswaar als een noodzakelijke weg, maar wil die vanuit een ethische consensus bewandelen. Het past in de visie van de EU om via een dergelijk 'technologieplatform' voor bepaalde technologiedomeinen een toekomstperspectief uit te zetten. Bijna tegelijk - sinds 16 juni - zette Busquin de oprichting van een European Research Council op de rails. Die moet ervoor zorgen dat Europa meer 'centres of excellence' telt en dat de braindrain stopt. Beide initiatieven tonen aan dat het de EU-commissaris menens is om een florerende kenniseconomie op poten te zetten. Constante is daarbij ook het idee om de bureaucratie af te slanken. Zo zal de European Research Council als een extern orgaan opereren. Prachtig, maar de grote vraag blijft hoe je ervoor zorgt dat dit ook resultaat oplevert. Voor veel academici blijven bedrijven vies, laat staan dat ze winst aanvaarden als motor van vernieuwing. De Europese traditie mag dan langzaam aan het veranderen zijn, ondertussen betalen Amerikaanse bedrijven onze toponderzoekers wel vette dollars. Dus hoe houd je die brains hier? Door interessante researchprojecten ruimte te geven, door het ondernemingsklimaat gunstig te houden, met lagere fiscale lasten voor onderzoekers en een vlotte toegang tot durfkapitaal. Eigenlijk niets nieuws, alle Europese landen spelen met die trucs. In Finland werkte het. In Vlaanderen boekt onder meer het VIB zijn eerste successen in het terughalen van Vlaamse experts uit de States. Misschien wel een teken dat de inhaalbeweging is begonnen, maar het duurt zo lang. De prijs van de Europese consensuscultuur zijn nu eenmaal halfslachtige maatregelen waarvan niemand boos wordt, maar waarvan ook niemand gelukkig wordt. Roeland Byl