D e verschillen tussen de VS en Europa nemen toe: Europa groeit evenwichtiger, haalt meer uit de globalisering en heeft een ander sociaal model. Ook op het vlak van defensie is er een diepe kloof merkbaar: dankzij de sterke Amerikanen geniet Europa van een extra vredesdividend.
...

D e verschillen tussen de VS en Europa nemen toe: Europa groeit evenwichtiger, haalt meer uit de globalisering en heeft een ander sociaal model. Ook op het vlak van defensie is er een diepe kloof merkbaar: dankzij de sterke Amerikanen geniet Europa van een extra vredesdividend. Defensie is zowat het laatste waarover de gemiddelde Europeaan zich zorgen maakt. Dat was ooit anders: in de jaren tachtig van de vorige eeuw circuleerden nog stickers met liever een raket in mijn tuin, dan een Rus in mijn keuken. Toch werd de toenmalige vijand niet militair, maar wél door financiële uitputting verslagen. Het Oostblok kon de wapenwedloop niet langer betalen en viel uiteen. Vandaag zien de Europeanen geen onmiddellijke vijand. De terrorismedreiging is hier bijvoorbeeld minder tastbaar dan in de VS. En Europa wil ook geen enkele rol spelen in de wereldwijde ordehandhaving. Vredesdividend. De Europese defensie-uitgaven zijn in vergelijking met de jaren tachtig van de vorige eeuw ongeveer gehalveerd. In België en Nederland betekent dit een jaarlijkse besparing van bijna 1,5 % van het bruto binnenlands product (bbp). Maar ook de Verenigde Staten hebben de uitgaven de jongste decennia sterk verminderd. Toch is defensie daar nog altijd goed voor 4,1 % van het bbp. Historisch gezien is dat weinig voor de Amerikanen, temeer omdat het land zich in een oorlog (tegen het terrorisme) bevindt. Tijdens de Koreaanse oorlog bedroegen de uitgaven 11,7 % van het bbp, tijdens de Vietnamoorlog 8,9 %, en tijdens de Golfoorlog 5 %. Europa geeft vandaag dus minder dan de helft (1,8 % van het bbp) aan defensie uit. De enige Europese landen die een eigen defensiepolitiek voeren - Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk - spenderen respectievelijk 2,6 % en 2,3 % van hun bbp aan landsverdediging. De vraag is echter niet of de Verenigde Staten een dergelijk defensiebudget kunnen dragen (de uitgaven in het verleden waren nóg hoger). De vraag is wel of dit de VS geen competitief nadeel bezorgt. Want uiteindelijk betalen de Amerikanen het jaarlijkse (vredes)dividend aan Europa. Zonder de militaire machtspositie van Uncle Sam zouden de Europese defensie-uitgaven vandaag veel hoger liggen. Sommigen beweren weliswaar dat de Amerikanen ook economische voordelen halen uit die hogere uitgaven. Zo vloeien er veel resultaten van onderzoek en ontwikkeling uit militaire hoek terug naar de privésector. Het mooiste voorbeeld daarvan is misschien wel dé uitvinding van de jaren negentig: het internet. Dat groeide uit de militaire noodzaak om computernetwerken te bouwen die kunnen blijven werken als een schakel breekt. Toch vormen deze hoge militaire uitgaven een zware last voor de economie van een supermacht. Amerika torst alle lasten, maar geniet niet van alle voordelen. In The Rise and Fall of the Great Powers (1) beschreef Paul Kennedy de opkomst en val van supermachten in de afgelopen vijf eeuwen. Kennedy voorpelde in 1987 al de val van het Oostblok, de verzwakking van de VS en de opkomst van China. Niet op basis van geopolitiek, maar op puur economische gronden. Chinese strategie. Daarom is het ook zo interessant om de Chinese militaire strategie in de komende jaren te volgen. China lijkt een duidelijk pad uit te stippelen: eerst een economische supermacht worden, dan een financiële, en slechts in laatste instantie een militaire. China rolt af en toe zijn spierballen, zoals in het conflict met Taiwan. Maar het vermijdt conflicten. China leeft nog altijd de wijsheden van generaal-schrijver Sun Tzu na: "Het beste is te winnen zonder te vechten". China heeft nu al meer macht over de VS dan wanneer het duizenden raketten op het land zou richten. Met meer dan duizend miljard aan Amerikaans waardepapier in de Chinese schatkist, kan het land de VS in een complete chaos storten zonder ook maar één bombardement te moeten uitvoeren. Politiek analist Robert Kagan verwoordde de verschillen tussen de militaire aanpak van de VS en Europa erg treffend: "Als je een hamer hebt, lijken alle problemen al vlug op nagels. Maar als je geen hamer hebt, wil je niet dat er nagels zijn."Ik zou graag diezelfde vergelijking doortrekken: China zal eerder de nagels produceren dan de hamer. Europa profiteert. Er is een kloof aan het groeien tussen Europa en de Verenigde Staten. De VS hebben de globalisering van de wereldeconomie op gang gebracht, maar vandaag is het vooral Europa dat daarvan de vruchten plukt. Europa is immers een naar buiten gekeerde economie die geniet van de groei van de wereldhandel. De VS is een in zichzelf gekeerde economie, die afhangt van de obesitas van de binnenlandse consument. Europa groeit ook evenwichtiger, zowel op economisch, financieel als sociaal vlak. Europa geniet van het extra vredesdividend dat het krijgt van de VS. Het moet echter opletten dat het niet alleen oog heeft voor de verschillen met de VS, maar ook wil ijveren voor de overeenkomsten: een democratisch regime, vrijheid van meningsuiting, vrijhandel. Dat betekent wellicht dat Europa zijn dividend op termijn ook daarin zal moeten investeren. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be(1) Paul Kennedy, 'The Rise and Fall of the Great Powers: Economic Change and Military Conflict From 1500 to 2000', eerste druk 1987. (2) Robert Kagan: 'Of Paradise and Power', gebaseerd op zijn column, http://www.carnegieendowment.org/publications/index.cfm?fa=view&id=985&prog=zgp&proj=zusrGeert Noels