Veel inspiratie moeten economische beleidsmakers vandaag niet meer tentoonspreiden. Ze kunnen in de meeste gevallen een voorbeeld nemen aan andere landen, aan zogenaamd andere economische modellen. Of moeten we spreken over modetendenzen ? Net zoals mode op voortdurende afwisseling en vernieuwing drijft en vooral ook op recuperatie van oude ideeën en concepten , zo krioelde het de voorbije decennia van de tot voorbeeld strekkende modellen.
...

Veel inspiratie moeten economische beleidsmakers vandaag niet meer tentoonspreiden. Ze kunnen in de meeste gevallen een voorbeeld nemen aan andere landen, aan zogenaamd andere economische modellen. Of moeten we spreken over modetendenzen ? Net zoals mode op voortdurende afwisseling en vernieuwing drijft en vooral ook op recuperatie van oude ideeën en concepten , zo krioelde het de voorbije decennia van de tot voorbeeld strekkende modellen. Wie herinnert zich niet met hoeveel passie in de jaren '70 en '80 werd gepleit voor het Skandinavische model. Het heette de perfecte derde weg tussen het rauwe kapitalisme en het versmorende collectivisme. Ook het Duitse model van overleg en Mitbestimmung gold lange tijd als een hoogst bewonderenswaardig sociaal-economisch model. Groot-Brittannië en Nederland evolueerden binnen één decennium van zieke broeders naar modelvoorbeelden. Vandaag moeten we dan weer een voorbeeld nemen aan het Deense en jawel zelfs het Spaanse Manchamodel. Het is duidelijk : de modellen verdwijnen even snel als ze komen. Kunnen we binnenkort ook een kruis maken over het ooit zo geroemde Aziatische model ? Het kenmerkte zich door een wat vage mengeling van oosterse waarden, een strenge werkethiek, hoge spaar- en investeringsquotes en een overheidsbeleid dat onder meer was gebaseerd op een indicatieve planning die werd uitgestippeld door een verlichte bureaucratie. De eerste golf Tijgers Japan, Taiwan, Singapore, Hongkong en Zuid-Korea kreeg in de jaren '80 het gezelschap van een tweede groep landen die fenomenale economische groeicijfers en al even uitmuntende exportprestaties konden voorleggen. Uitblinkers waren Indonesië, Thailand, Maleisië, de Filipijnen en last but not least China. Dat Aziatische model kraakt vandaag in al zijn voegen. Terwijl Japan gebukt gaat onder een structurele economisch-maatschappelijke depressie, werd het waardepapier van Zuid-Korea, Thailand en Indonesië door het internationale ratingbureau Standard & Poor's en door kredietbeoordelaar Moody's herleid tot de status van junk. Zakt de Aziatische taart dan werkelijk in elkaar ? Zoals zo vaak in economisch-monetaire materies gaat het ook nu niet op te denken in termen van extremen. Neen, de Oost-Aziatische crisis is beslist geen storm in een glas water. Maar het is minstens even dom te denken dat de crisis gelijk staat met een alles vernietigende catastrofe.De toestand in Azië is ernstig, en zeker niet zonder gevaar voor de stabiliteit van het internationale economische en financiële weefsel. De crisis zal ook de economische groei in die landen afremmen en het aantal werklozen opdrijven. Maar het zou overdreven zijn te geloven dat de Oost-Aziatische landen compleet zijn uitgeteld. De stevige industriële structuur, bemand door een zich snel verder ontwikkelende schat aan menselijk kapitaal, zal niet zomaar van de de aardbol verdwijnen. Talrijke bedrijven zullen failliet gaan, andere zullen van eigenaar veranderen en vele persoonlijke fortuinen zullen als sneeuw voor de zon smelten. Maar, net zoals het krukkende Japan, zullen ook deze landen hun rol blijven opeisen.Misschien is de grootste les uit deze Oost-Aziatische crisis wel dat de financiële markten over ontzettend veel macht beschikken. Het was de beurs die als eerste opmerkte dat Thailand het eerste slachtoffer van de crisis ernstig ziek was omwille van de veel te grote schuldenlast in dollars. Dankzij de moderne informatie- en communicatiemiddelen zetten de financiële markten binnen de kortste keren landen waarvan het beleid compleet uit de hand loopt, met de rug tegen de muur. Of zoals de gewezen Amerikaanse onderminister van Financiën Roger Altman zei : "De markten balden hun spieren en de tijgers veranderden in lammeren". De architecten van de Economische en Monetaire Unie ( EMU) houden deze les best goed in het achterhoofd. Hoewel het nagenoeg zeker is dat de EMU op 1 januari 1999 van start gaat, blijft het hele project baden in risico's en onzekerheden (zie ook blz. 28). De financiële markten geloven vandaag in het EMU-project. Als dat geloof omslaat, staat de hele Europese constructie een flinke orkaan te wachten. Azië leert dat bij zo'n wijziging de zaken razendsnel kunnen gaan. En de politici kunnen in dergelijke gevallen niet veel meer doen dan toekijken. Voor veel politici en economen vormt de macht van de internationale geld- en kapitaalmarkten dan ook een bron van ergernis. Ze gaan ervan uit dat de markten al te vaak over-reageren en soms relatief kleine misstappen laten uitgroeien tot zware crisissen. Dat argument klinkt weinig overtuigend. De politieke besluitvorming kenmerkt zich nagenoeg overal ter wereld door een vrij grote inertie. Zelfs al is een bepaald beleid manifest fout, dan nog duurt het jaren eer het roer wordt omgegooid. De snelle en sterke druk vanuit de financiële markten kan ervoor zorgen dat de kentering vlugger plaatsvindt, zodat een nog zwaardere crisis wordt vermeden. Johan Van Overtveldt