De Benelux werpt zich op als de fiscale poort tot Europa voor buitenlandse investeerders", zegt Enrico Schoonvliet, tax partner van het advocatenkantoor Loyens & Loeff in Brussel. Op het congres van de International Fiscal Association (IFA) vorige week boog deze specialist - tevens hoofdredacteur van het vaktijdschrift Fiskoloog International - zich met zijn Nederlandse en Luxemburgse collega's over de toekomst van de fiscale gunstregimes in de Benelux. Vooral het holdingregime van Luxemburg trekt veel investeringen aan. In het groothertogdom hoeven financiële participatiemaatschappijen namelijk geen vennootschapsbelasting te betalen op inkomsten die zij ontvangen of uitkeren. "Ondertussen kennen België en Nederland gelijkaardige voordelen toe", stelt Teun Akkerman, tax partner van Loyen...

De Benelux werpt zich op als de fiscale poort tot Europa voor buitenlandse investeerders", zegt Enrico Schoonvliet, tax partner van het advocatenkantoor Loyens & Loeff in Brussel. Op het congres van de International Fiscal Association (IFA) vorige week boog deze specialist - tevens hoofdredacteur van het vaktijdschrift Fiskoloog International - zich met zijn Nederlandse en Luxemburgse collega's over de toekomst van de fiscale gunstregimes in de Benelux. Vooral het holdingregime van Luxemburg trekt veel investeringen aan. In het groothertogdom hoeven financiële participatiemaatschappijen namelijk geen vennootschapsbelasting te betalen op inkomsten die zij ontvangen of uitkeren. "Ondertussen kennen België en Nederland gelijkaardige voordelen toe", stelt Teun Akkerman, tax partner van Loyens & Loeff uit Luxemburg vast. "Bovendien genieten buitenlandse groepen, die in de Benelux investeren, een deelnemingsvrijstelling. Wat betekent dat ze geen belastingen hoeven te betalen op dividenden en intresten van dochtermaatschappijen. In België is deze 'DBI-aftrek' beperkt tot 95 %, maar de holding kan de heffing op het saldo van 5 % verzachten door flexibel met de renteaftrek te spelen." "De verschillende belastingsystemen in de drie landen beginnen steeds meer op elkaar te gelijken", stelt Schoonvliet vast. "Het mooiste voorbeeld vormt de fiscale behandeling van inkomsten uit octrooien, ook wel patenten genoemd. Nederland voerde deze maatregel twee jaar geleden in om innovatie in het bedrijfsleven te stimuleren. Sinds 1 januari 2007 mogen ook Belgische vennootschappen voor 80 % de winsten van hun uitvindingen in mindering brengen van hun belastbare basis. Enkele maanden geleden volgde Luxemburg met een nog betere regeling." Toch blijven nog altijd verschillen tussen de drie buurlanden bestaan. Zo eist België geen participatievoorwaarden om de meerwaardebelasting op aandelen te vermijden. Ook is de notionele-intrestaftrek een unieke troef. Nederland beschikt over voordelige verdragen met een honderdtal landen om dubbele belastingen te vermijden. En in Luxemburg denkt de fiscus veel constructiever mee over mogelijke structuren en transacties. Vooral investeringsfondsen genieten een zeer liberaal belastingregime: 2868 fondsen beschikten eind 2007 over een gemeenschappelijke portefeuille van meer dan 2000 miljard euro. Maar snijden de respectieve regeringen niet in eigen vingers door zo met cadeautjes aan bedrijven te zwaaien? Schoonvliet vindt van niet: "Je mag niet vergeten dat bedrijven de vrije keuze van vestiging hebben. In deze geglobaliseerde wereld kunnen ze staan en gaan waar ze willen. Bovendien leveren de investeringen de schatkist ook werkgelegenheid en geld op. Kijk maar naar de coördinatiecentra, die samen meer dan 70 miljard euro aan maatschappelijk kapitaal gene- reerden." Ondertussen tracht de Europese Commissie een gemeenschappelijke basis voor de belastbare grondslag uit te werken. Internationale bedrijven zijn daar grote voorstander van. Nu moeten ze per lidstaat een aparte balans opstellen, die de lokale fiscus telkens anders interpreteert. Uniformiteit is belangrijk voor de economie. Normaliter moet het ontwerp in maart 2009 op tafel liggen. In de praktijk zal dat echter veel meer tijd in beslag nemen. Kijk maar naar de Europese spaarrichtlijn. Fiscale harmonisering zien de specialisten van Loyens & Loeff in de toekomst niet snel gebeuren. Partner Michiel Van Kempen: "Uiteindelijk behouden de lidstaten hun vetorecht op het vlak van belastingen. Die vrijheid zullen ze niet gauw prijsgeven. Dat is ook goed voor de onderlinge competitie. Aan de andere kant vindt geen 'race to the bottom' plaats. Want de overheden hebben altijd inkomsten nodig om hun uitgaven te financieren. Ten slotte is fiscaliteit niet het zaligmakende criterium voor bedrijven om zich in een land te vestigen. Andere factoren - zoals de scholingsgraad van de werknemers en de flexibiliteit van het arbeidsrecht - spelen een even belangrijke rol. " E.P.