Hoewel er een daling merkbaar is van het aantal banen, blijft de textiel- en kledingsector met 37.250 werknemers de tweede belangrijkste industriële speler op de regionale markt en is Nord-Pas de Calais de belangrijkste textielregio in Frankrijk. Sinds een tiental jaar hebben België en deze regio met de steun van de Europese Unie gezamenlijk grensoverschrijdende programma's op het getouw gezet. In 1998 werd Innotex opgericht, een centrum dat een kweekvijver wil zijn voor projecten rond innoverend textiel. Innotex werkt samen met twee Europese pa...

Hoewel er een daling merkbaar is van het aantal banen, blijft de textiel- en kledingsector met 37.250 werknemers de tweede belangrijkste industriële speler op de regionale markt en is Nord-Pas de Calais de belangrijkste textielregio in Frankrijk. Sinds een tiental jaar hebben België en deze regio met de steun van de Europese Unie gezamenlijk grensoverschrijdende programma's op het getouw gezet. In 1998 werd Innotex opgericht, een centrum dat een kweekvijver wil zijn voor projecten rond innoverend textiel. Innotex werkt samen met twee Europese partners: de Heriot Watt University-School of Textile in Edinburg (Groot-Brittannië) en Celabor (België). In België heeft de textielindustrie veel te lijden gehad onder de concurrentie met de lagelonenlanden, waarnaar veel bedrijven hun productie hebben verplaatst. Aanleiding hiertoe waren vooral de hoge sociale lasten. Maar ook een rist beslommeringen op lokaal niveau, zoals de heffing op afvalwater, speelden mee. De federale regering voerde enerzijds een verlaging van de vennootschapsbelasting door, maar schafte anderzijds tal van aftrekposten af om de operatie in evenwicht te houden. Hierdoor kwam de beloofde belastingverlaging voor de textielbedrijven eerder neer op een belastingtoename. Desondanks genereren de ongeveer 40.000 werknemers een omzetcijfer van 6,6 miljard euro, waarvan 70 % voor de export is bestemd. De massaproductie wordt stilaan verlaten. In plaats daarvan leggen de bedrijven zich toe op technische textielstoffen. De regio Kent staat niet bekend voor zijn textielindustrie, maar bezit toch enkele topbedrijven. Denk maar aan de dassenfabrikant Sharps, en Sturges, een familiebedrijf dat hemden produceert. De eerste plaatsen in de ranglijst met snelst groeiende grote textielbedrijven uit de euregio worden nagenoeg volledig ingenomen door Belgen. Op één staan de Gebroeders De Poortere, de Moeskroense fabrikant van meubeltextiel die in 2000 van het failliet werd gered door over te schakelen op de productie van fluweel. Tapijtproducent Mc Three Carpets (de nummer 2 in de euregio) maakt deel uit van de Belgische groep Mc Three Industries. De belangrijkste productie-eenheid Orion Rugs bevindt zich echter in de Verenigde Staten. Monks International (de nummer 3 in de euregio) produceert dan weer satijnen bedbekleding. De topdrie bij de middelgrote ondernemingen is eveneens Belgisch. De lijst hier wordt aangevoerd door Sioen Fabrics. Het Waalse filiaal van de gelijknamige Vlaamse beursgenoteerde groep heeft zich gespecialiseerd in alles wat met coating te maken heeft. In Dottenijs bevindt zich Procotex Corporation. De nummer 2 in de euregio-rangschikking is een filiaal van de Vlaamse groep Douchy, marktleider in de productie van linnen vezels. Deslee Knitting (de nummer 3 in de euregio) produceert gebreide stoffen voor matrassen. Navano bekleedt de derde plaats in de categorie van de snelst groeiende kleine Europese textielbedrijven.