Tot voor 2008 bestond er geen twijfel over de toekomst van India. Het land, dat kan rekenen op een jonge en dynamische bevolking, was vastbesloten om een einde te maken aan de armoede. Het leek vast te staan dat India het nieuwe economische succesverhaal zou worden. Vier jaar later komen we tot een pijnlijke conclusie: de Indiase economie heeft zware klappen gekregen door de financiële en economische crisis.
...

Tot voor 2008 bestond er geen twijfel over de toekomst van India. Het land, dat kan rekenen op een jonge en dynamische bevolking, was vastbesloten om een einde te maken aan de armoede. Het leek vast te staan dat India het nieuwe economische succesverhaal zou worden. Vier jaar later komen we tot een pijnlijke conclusie: de Indiase economie heeft zware klappen gekregen door de financiële en economische crisis. Tussen 2003 en 2007 kon India prat gaan op een gemiddelde economische groei van 9 procent. Het land maakte er bovendien geen geheim van dat het nog beter wilde doen. Dat is anders uitgedraaid: in 2008 daalde de groei door de crisis tot 4,93 procent. In 2009 ging het bruto binnenlands product (bbp) weer vooruit met 9,10 procent, in 2010 met 8,81 procent en in 2011 nog maar met 6,9 procent. Het eerste kwartaal van 2012 was het slechtste sinds 2002: de groei vertraagde tot 5,3 procent, terwijl analisten hadden gerekend met 6,1 procent. Vooral de industrie en de dienstensector hebben het moeilijk. De informaticabedrijven in het land hebben grote contracten verloren en de industriële productie is in het eerste kwartaal van dit jaar gedaald met 0,3 procent, wat wijst op een gebrek aan animo bij de lokale consument. De armoede, die een van de grote uitdagingen van India blijft, zet een rem op de groei. De Indiase politici hebben al vaak aangekondigd dat ze dat probleem zouden aanpakken, maar door een schrijnend gebrek aan middelen zijn die beloftes dode letter gebleven. Volgens de Wereldbank moeten 455 miljoen Indiërs rondkomen met minder dan 1,25 dollar per dag, wat nog lastiger is door de torenhoge inflatie van 7,55 procent. Nu de buitenlandse handel het laat afweten, kan de Indiase economie daardoor moeilijk terugvallen op de binnenlandse consumptie. India heeft bovendien de zwaarste schuldenlast van de vier BRIC-landen. Het begrotingstekort bedraagt 5,9 procent van het bbp, terwijl de regering dat deficit in 2012 wilde beperken tot 5,1 procent. Het land zou bezuinigingsmaatregelen moeten treffen om dat doel te bereiken, maar het kampt met hetzelfde probleem als Europa: is het mogelijk efficiënt te saneren als er grote ongerustheid heerst over de economische groei? De chaos in de Indiase economie maakt het ook moeilijk om belastingen te innen, wat bijkomend drukt op de inkomsten van de overheid. De corruptie en de inefficiënte bureaucratische administratie zijn twee andere problemen die India moeilijk van zich kan afschudden en elk jaar een beetje zwaarder wegen op de begroting. In het Doing Business Report van de Wereldbank, dat de economische aantrekkelijkheid van een regio meet, staat India pas op de 83ste plaats. Het rapport beschouwt het zakenklimaat in het land als zeer middelmatig. In tijden dat India een groei van bijna 10 procent kan voorleggen, willen buitenlandse beleggers die handicap nog door de vingers zien, maar zodra de groei niet meer op de afspraak is, haakt het buitenlandse kapitaal massaal af. De Indiase zakenkrant Business Standard heeft aan het licht gebracht dat er 65 vergunningen nodig zijn om in India een thermische centrale te bouwen. Een Franse industrieel zegt in het artikel: "We botsen voortdurend op een gebrek aan infrastructuur, transport of energie, en op andere moeilijkheden waardoor we geen vooruitgang boeken met onze dossiers. Het is zelfs zo erg dat we onze investeringsplannen fors terugschroeven. Onze huidige doelstelling is de bestaande investeringen te rentabiliseren." Het gevolg is dat buitenlandse beleggers sinds begin dit jaar elke maand 8 à 10 miljard dollar uit de Indiase economie hebben weggehaald. Die evolutie is zeer pijnlijk voor het land, omdat de helft van de beleggers op de beurs van Bombay buitenlanders zijn. Met zijn chronische begrotingstekort heeft India een grote behoefte aan extern kapitaal om de infrastructuurwerken te financieren die essentieel zijn voor zijn ontwikkeling. Toch heerst onder economen en in regeringskringen een brede consensus over wat er zou moeten gebeuren om India uit het slop te halen: een verlaging van de overheidssubsidies om het begrotingstekort terug te dringen; een hervorming van de wetten die de aankoop van land of mijnen regelen; en de openstelling van sectoren zoals de grootdistributie, defensie, verzekeringen en het luchtvervoer voor buitenlandse beleggers. De regering lijkt echter steeds opnieuw goede redenen te vinden om de hervormingen op de lange baan te schuiven. KARINE HUET