Bedrijven die zuchten onder de combinatie van loonhandicap en sterke munt, structurele problemen inzake de samenstelling van ons productenpakket, delokalisatie, stijgende werkloosheid : de onderwerpen van vandaag waren ook in de jaren vijftig aan de orde. De Leuvense hoogleraar economische geschiedenis Eric Buyst geeft actualiteitsles.
...

Bedrijven die zuchten onder de combinatie van loonhandicap en sterke munt, structurele problemen inzake de samenstelling van ons productenpakket, delokalisatie, stijgende werkloosheid : de onderwerpen van vandaag waren ook in de jaren vijftig aan de orde. De Leuvense hoogleraar economische geschiedenis Eric Buyst geeft actualiteitsles. Historische parallellen met wat ons vandaag overkomt, moeten niet zozeer in de fameuze depressie van de jaren dertig gezocht worden maar wel in wat zich op het einde van de jaren veertig en in de loop van de jaren vijftig afspeelde, aldus Eric Buyst. Nu bijna drie jaar geleden trad Buyst in de voetsporen van Herman Van der Wee, decennialang het boegbeeld aan de KU-Leuven (en ver daarbuiten) van hoogstaand empirisch onderzoek inzake economische geschiedenis. Vooraleer Van der Wee als hoogleraar economische geschiedenis op te volgen, was Buyst enkele jaren conjunctuuranalist bij de Kredietbank. De man weet dus waarover hij praat als hij heden en verleden vergelijkt. BEDRIJVEN IN DE TANG.De problemen waar de Belgische economie zich tegen het einde van de jaren veertig mee geconfronteerd zag, vloeiden voort uit de spectaculaire economische ontwikkeling van ons land meteen na de tweede wereldoorlog. Eric Buyst : "Je kan gerust gewagen van een Belgisch mirakel, dat essentieel door vier pijlers gedragen werd. Ten eerste kwam onze industrie relatief onbeschadigd uit het krijgsgewoel tevoorschijn. Ten tweede, België was gespecialiseerd in intermediaire goederen zoals staal en non-ferrometalen waar in het kader van de wederopbouw een stevige vraag naar bestond. Ten derde, vanaf het najaar van 1944 was de weinig beschadigde Antwerpse haven dé logistieke draaischijf van Europa, iets wat ons ook veel dollars, toen de harde munt bij uitstek, opleverde. Ten vierde, de belangrijkste concurrent Duitsland lag er uitgeteld bij." Dit vie en rose-plaatje liep aanzienlijke averij op tegen het einde van de jaren veertig. Mede door de Marshall-hulp herwonnen landen als Frankrijk en vooral Duitsland hun competitiviteit terwijl restanten van het protectionisme van de jaren dertig ons parten bleven spelen, twee fenomenen die nog versterkt werden door intern Belgische ontwikkelingen. Eric Buyst : "Precies het weinig beschadigde machinepark begon nu in ons nadeel te spelen. Tegen het begin van de jaren vijftig waren de industriële machines in België gemiddeld 20 jaar oud. Bovendien ging ons land een hardemuntpolitiek voeren : bij de devaluaties t.o.v. de dollar van 1949 verminderde de Belgische frank minder in waarde dan de munten van onze voornaamste handelspartners." Net zoals de jongste jaren kwam de versteviging van de Belgische frank op de wisselmarkten ook toen nog eens bovenop een aanzienlijke toename van de loonkosten. Die oploop vloeide enerzijds voort uit aanzienlijke reële loonstijgingen, een typische uiting van oververhitting van een economie, en anderzijds voortdurende verhoging van de werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid die in die jaren volop werd uitgebouwd. Eric Buyst : "Die hogere loonkosten tastten de winstgevendheid van de bedrijven aan en zorgden ervoor dat wat er dan nog aan investeringen restte in hoofdzaak gebeurde om tot vervanging van de dure arbeid te komen."OVERHEIDSSCHULD.Wederom in opvallende parallel met vandaag wierp toen ook een hoge overheidsschuld roet in het eten. Eric Buyst : "Zelfs al wilden de bedrijven investeren, er was slechts een zeer beperkt aanbod aan vreemd vermogen, vooral bankleningen, voor hen beschikbaar. Net zoals de meeste andere landen kwam ook het onze uit de tweede wereldoorlog met een groot schuldvolume. Om de financiering daarvan veilig te stellen, verplichtte de regering de banken om een 65 % van hun activa te beleggen in staatspapier. Dit maakte dat er maar weinig middelen meer beschikbaar bleven ter financiering van investeringen en bedrijfskapitaal."Het voorspelbare resultaat van bovenvermelde ontwikkelingen : een werkloosheid die opliep van 67.000 in 1946-'47 naar bijna 250.000 in de jaren 1952-'53. Ook toen was men niet vies van statistische truucjes want de vrouwelijke werklozen werden uit de officiële cijfers gelicht. Hun werkloosheid nam voor dezelfde referentiejaren toe van 10.000 naar ruim 80.000. Eric Buyst : "Net als vandaag vormde de toestand van de openbare financiën toen een zware handicap voor de overheid om echt in te grijpen in de problematiek van de loonkosten. De werkloosheid trof in de jaren vijftig wel méér Vlaanderen dan Wallonië, wat aanleiding gaf tot de laatste migratiebeweging van Vlaanderen naar Wallonië toe."Dat de tewerkstellingsproblemen uiteindelijk toch opgelost raakten, schrijft de Leuvense hoogleraar in belangrijke mate toe aan het gevoerde beleid van loonmatiging. Eric Buyst : "Eigenlijk voerde de Belgische overheid voor een groot stuk van de jaren vijftig een deflatoir beleid waardoor tegen 1960 onze loonhandicap grotendeels weggewerkt was. Tegen deze tijd was Vlaanderen één van de weinige gebieden in West-Europa waar er een overschot aan geschoold personeel bestond. Aangezwengeld door buitenlandse investeringen konden de golden sixties beginnen." JVOERIC BUYST (KU-LEUVEN) Hoge loonkosten, sterke frank, zware overheidsschuld : opvallende parallellen met de jaren vijftig.