De populariteit van tak21-beleggingsverzekeringen lijdt onder de dalende rente. De voorbije jaren is de gewaarborgde rente op die producten fors teruggevallen. Bovendien wordt sinds 1 januari 2013 op elke storting een premiebelasting van 2 procent afgehouden. De intresten zijn vrijgesteld van de roerende voorheffing, maar daarvoor moet u die tak21 wel minstens acht jaar aanhouden. Kunt u het geld niet zo lang missen, dan opteert u het beste voor een andere belegging.
...

De populariteit van tak21-beleggingsverzekeringen lijdt onder de dalende rente. De voorbije jaren is de gewaarborgde rente op die producten fors teruggevallen. Bovendien wordt sinds 1 januari 2013 op elke storting een premiebelasting van 2 procent afgehouden. De intresten zijn vrijgesteld van de roerende voorheffing, maar daarvoor moet u die tak21 wel minstens acht jaar aanhouden. Kunt u het geld niet zo lang missen, dan opteert u het beste voor een andere belegging. Bij elke storting garandeert de verzekeraar een minimale rentevoet, die vastligt voor een vooraf bepaalde termijn, meestal acht jaar. Die rentevoet is niet gewaarborgd voor latere stortingen. Daar kunnen dus lagere of hogere rentevoeten voor gelden. De minimaal gewaarborgde rentevoet hangt samen met de OLO, de Belgische tienjarige rente, gecorrigeerd met een bepaald percentage. Met dat verschil compenseert de verzekeraar zijn beheerskosten, zijn kapitaalsgarantie en zijn verplichte bijdrage aan het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen (zie kader Overheidswaarborg tot 100.000 euro). Elke verzekeringsmaatschappij hanteert een eigen berekeningsmechanisme. De tienjarige rente schommelt momenteel rond 0,40 procent. De gewaarborgde rentevoeten van de tak21-producten op de Belgische markt liggen tussen 0,15 à 1,25 procent, met enkele uitschieters. De gewaarborgde rentevoet kan ook 0 procent bedragen -- de zogenoemde 0 procentcontracten. De opbrengst van zulke tak21-verzekeringen bestaat enkel uit een niet-gewaarborgde winstdeelneming. De verzekeraar geeft enkel een kapitaalgarantie. Een deel van het rendement van tak21-beleggingsverzekeringen bestaat uit een niet-gegarandeerde winstdeelneming -- een bonus die de verzekeraar mogelijk uitkeert boven op de gewaarborgde rentevoet. Het bedrag verschilt van jaar tot jaar. Dat komt doordat de winstdeelneming jaarlijks wordt bepaald afhankelijk van de beleggingsprestaties en de bedrijfsresultaten van de verzekeraar. In slechte jaren kan het dus gebeuren dat u geen bonus krijgt. Hebt u een 0 procentcontract, dan brengt uw kapitaal dat jaar niets op. De rendementen van het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De winstdeelneming wordt toegekend op basis van de spaarreserve -- de gestorte en gekapitaliseerde premies min de kosten -- op 31 december van het voorgaande kalenderjaar. Het percentage wordt in het begin van het jaar bekendgemaakt. De algemene vergadering van de verzekeringsonderneming moet de winstdeelneming vastleggen. De totale rendementen op tak21-producten over 2014 liggen lager dan die over 2013 (zie tabel Een mager jaar). Een tak21-belegging is een verzekeringsproduct. Daarom moet u altijd een begunstigde opgeven, die een rechtstreeks vorderingsrecht op de spaarreserve heeft als u zou overlijden. U kunt een wettelijke erfgenaam aanwijzen, die u zo meer kunt nalaten dan waarop hij wettelijk recht heeft. De begunstigde kan ook de partner zijn met wie u feitelijk samenwoont, of een goede vriend. Net zoals bij een testament moet u bij een levensverzekering de wettelijke reserves van uw erfgenamen respecteren. U mag de begunstigingsaanduiding dus niet gebruiken om bevoorrechte erfgenamen -- uw huwelijkspartner, uw kinderen of uw ouders -- deels of helemaal te onterven. Doet u dat toch, dan moet de begunstigde een deel van het uitgekeerde kapitaal teruggeven. Als u schuldeisers zou hebben, kunnen die geen beslag leggen op de spaarreserve van een tak21. Zelfs als de begunstigde een wettelijke erfgenaam is en hij uw nalatenschap verwerpt omdat u schulden hebt, kan hij het kapitaal toch ontvangen en valt het niet toe aan uw schuldeisers. Op een tak21-verzekering betaalt u kosten, die het rendement negatief beïnvloeden. Eerst en vooral is er de belasting van 2 procent, die de verzekeraar inhoudt op elke premie. Van elke 100 euro die u stort, gaat dus 2 euro naar de schatkist en wordt slechts 98 euro echt belegd. Die heffing is verschuldigd als u uw 'gewone verblijfplaats' in België hebt, ook als u de polis hebt gesloten met een buitenlandse -- bijvoorbeeld een Luxemburgse -- verzekeraar. Hoe langer u de tak21 aanhoudt, hoe minder de premiebelasting op uw opbrengst weegt. Op een termijn van acht jaar komt die heffing neer op een gemiddeld rendementsverlies van 0,25 procent per jaar. De premiebelasting van 2 procent geldt enkel voor levensverzekeringen die worden afgesloten door natuurlijke personen. Voor levensverzekeringen die worden aangegaan door rechtspersonen bedraagt die heffing 4,4 procent. De premies van schuldsaldoverzekeringen, pensioenspaarverzekeringen, vrij aanvullende pensioenen voor zelfstandigen (VAPZ) en groepsverzekeringen zijn fiscaal vrijgesteld. Op de stortingen betaalt u ook instapkosten. Die dalen vaak naarmate u meer investeert. Zo kan het gebeuren dat u voor een premie tot 12.499,99 euro 2,30 procent instapkosten betaalt. Op een premie tussen 12.500 tot 49.999,99 euro daalt dat percentage tot 1,80 procent, en tussen 50.000 en 124.999,99 euro tot 1,30 procent. Instapkosten vergelijken blijft de boodschap. Belangrijk om te weten is dat u vaak over die kosten kunt onderhandelen met uw verzekeraar. Of u een korting krijgt, hangt af van het bedrag dat u inlegt en of u bij de verzekeraar nog andere producten hebt. Daarnaast zijn er de beheerskosten. Die zijn niet eenmalig, u betaalt ze maandelijks of jaarlijks. Beheerskosten hebben een verdoken karakter: u ziet ze niet op uw jaarlijkse afrekening. Ze worden berekend op de verworven reserve, bijvoorbeeld maandelijks 0,01 procent. Het is dus zaak dat u de productfiche aandachtig bestudeert voordat u een tak21-contract afsluit. Als u uit het contract stapt, zijn er mogelijk uitstapkosten verschuldigd. Dat is zeker het geval als u vervroegd uitstapt. Zo betaalt u vaak uitstapkosten gedurende de eerste vijf jaar van het contract, waarbij in het eerste jaar 5 procent wordt aangerekend, in het tweede jaar 4 procent, in het derde jaar 3 procent, in het vierde jaar 2 procent en in het vijfde jaar 1 procent. Net zoals de instapkosten hangen de uitstapkosten vaak af van het kapitaal. De premies voor een tak21 komen niet in aanmerking voor een belastingvermindering, behalve die voor het fiscale pensioensparen. Op de intresten betaalt u geen roerende voorheffing, op voorwaarde dat u het contract minstens acht jaar aanhoudt. Vraagt u het kapitaal binnen de acht jaar op, dan betaalt u 25 procent roerende voorheffing op een fictieve rente van 4,75 procent per jaar. Haalde u een hoger rendement, dan is dat surplus belastingvrij. In het andere geval betaalt u belasting op intresten die u niet hebt ontvangen. Er is ook geen roerende voorheffing verschuldigd als de tak21 een overlijdensdekking van minstens 130 procent van de gestorte premies heeft. De meeste contracten hebben zo'n dekking niet, omdat die ten koste van het rendement gaat. Belangrijk om te weten is dat de termijn van acht jaar begint te lopen bij de opening van het contract. De looptijd vanaf de eerste storting is dus bepalend, niet de datum van de bijstortingen. Het kan een goede strategie zijn nu al een tak21 te openen, terwijl u er bijvoorbeeld pas over vijf jaar een belangrijk bedrag op stort. Die latere bijstorting kunt u dan al binnen de drie jaar belastingvrij opvragen. Net zoals tak23-verzekeringen worden tak21-producten vaak gebruikt als onderdeel van een successieplanning. Ouders of grootouders schenken hun kinderen of kleinkinderen eerst geld via een hand- of bankgift. Daarop zijn geen schenkingsrechten verschuldigd. De begunstigden investeren dat geld in een tak21. Het is belangrijk dat ze zelf de tak21 afsluiten, en dat ze zichzelf aanwijzen als de begunstigden en hun ouders of grootouders als de verzekerden. Bij het overlijden van de schenkers wordt het kapitaal uitgekeerd aan de begunstigden, zonder dat die daarop successierechten moeten afdragen. Ze moeten wel bewijzen dat de hand- of bankgift dateert van minstens drie jaar vóór het overlijden van de schenkers. Gebeurde dat binnen de drie jaar, dan zijn er successierechten verschuldigd. Doordat een tak21 een verzekeringsproduct is, kan ook voor een bijkomende overlijdensdekking worden gekozen, bijvoorbeeld een overlijdensuitkering van 110 procent van de waarde van het contract of een uitkering van een vast kapitaal. Op die manier kan de verzekeringnemer ervoor zorgen dat zijn erfgenamen de successierechten kunnen voldoen. Let wel: een deel van de premie brengt dan geen intresten op. Hebt u een beleggingshorizon van acht jaar of meer en zoekt u een gewaarborgd rendement, dan blijft een tak21-verzekering een goede keuze door de vrijstelling van roerende voorheffing. De winstdeelnemingen schommelen wel van jaar tot jaar. Met een 0 procentcontract kunt u mikken op een hogere winstdeelneming dan met een contract met een vaste rentevoet. Is uw beleggingshorizon korter dan acht jaar, dan zijn er betere alternatieven, zoals een hoogrentend spaarboekje. Bent u bereid enig risico te nemen, dan is een gemengd beleggingsfonds een andere optie. JOHAN STEENACKERSVaak kunt u over de instapkosten voor een tak21 onderhandelen met uw verzekeraar. Hebt u een beleggingshorizon van acht jaar of meer en zoekt u een gewaarborgd rendement, dan blijft een tak21-verzekering een goede belegging.