Een kwart van het economische wereldgebeuren speelt zich af in één land: de Verenigde Staten. En wanneer in de VS zowat alle potten op het economische vuur staan te dansen, dan houdt de rest van de wereld de adem in. Daar komt nog bij dat in de tweede belangrijkste geïndustrialiseerde economie, Japan, de monetaire chaos alleen maar toeneemt. Intussen krijgen we wel volstrekt ongeloofwaardig geleuter over het nakende herstel van groei en werkgelegenheid over ons heen.
...

Een kwart van het economische wereldgebeuren speelt zich af in één land: de Verenigde Staten. En wanneer in de VS zowat alle potten op het economische vuur staan te dansen, dan houdt de rest van de wereld de adem in. Daar komt nog bij dat in de tweede belangrijkste geïndustrialiseerde economie, Japan, de monetaire chaos alleen maar toeneemt. Intussen krijgen we wel volstrekt ongeloofwaardig geleuter over het nakende herstel van groei en werkgelegenheid over ons heen.In de Amerikaanse toestand zijn er drie ontwikkelingen die ons zorgen baren. Ten eerste: de economische groei. Het groeicijfer voor het eerste kwartaal kwam uiteindelijk uit op 6,1%, het beste cijfer sinds het laatste kwartaal van 1999. Maar voor het tweede en derde kwartaal ziet het er veel minder positief uit. De meeste analisten houden het officieel nog bij telkens ongeveer 3% op jaarbasis, maar de angst voor een double dip, een nieuwe terugval in de conjunctuur, zit er steeds dieper in. Ten tweede: het economische beleid. Hier gaat het de verkeerde kant uit met de begroting en de handelspolitiek. In 2000 realiseerde de VS nog een begrotingsoverschot van 1,7% van het bruto binnenlands product (BBP). Dit jaar zal het deficit zeker boven de 1% uitstijgen. De belastingverlagingen van president George W. Bush, de impact van de recessie en de uitgaven als gevolg van de oorlog tegen het terrorisme jagen het begrotingstekort omhoog. Qua handelsbeleid trekt Bush openlijk de protectionistische kaart. Dat is een nefaste keuze, zowel voor de VS als voor de rest van de wereld. Ten derde, en meest fundamenteel: de Enronitis, al liggen de woordspelingen met andere bedrijfsnamen voor het grijpen. WorldCom en Xerox zijn de jongste toevoegingen aan de lijst van onverholen fraudeurs. Het is lippenbijten geblazen voor de Amerikanen, die de voorbije jaren de Aziaten en voor een stuk ook de Europeanen (denk aan ons eigenste L&H) toch zo graag de levieten lazen over transparantie en betrouwbaarheid van de financiële gegevens van ondernemingen. Het vertrouwen in het Amerikaanse zakenleven zonk de voorbije maanden diep weg. Helden van de nieuwe economie worden nu als ouderwetse boeven beschouwd. In plaats van optimisme en risicobereidheid drijft Wall Street dezer dagen op een bijna hysterische achterdocht en het verlangen om zoveel mogelijk risico's te ontlopen. Die Enronitis werkt als een kwalijke kanker in op de werking van het hele economische systeem. De impact daarvan gaat dieper en verder dan die van de aanslagen op New York en Washington van 11 september 2001. Vertrouwen is finaal de grondslag van elk succesvol economisch systeem. In het verleden kwam het Amerikaanse systeem van politieke democratie en vrijemarkteconomie versterkt uit 'maatschappelijke etterbuilen' als Vietnam en Watergate. De vraag is of de VS er ook deze keer in slaagt om zijn systeem opnieuw uit te vinden. Die opdracht neemt het best niet te licht op. De hele politieke en militaire dominantie stoelt immers op de veerkracht en productiviteit van het economische systeem. Anders gezegd: zonder een ernstige aanpak van de Enronitis zal het de Amerikanen niet lukken om de oorlog tegen het terrorisme te winnen. Peking en Moskou kijken geboeid toe. Johan Van Overtveldt [{ssquf}]