In de lente brengt premier Theresa May artikel 50 van het EU-verdrag tot ontploffing, de nitroglycerine waarmee een land dat tot de Europese Unie behoort een einde maakt aan zijn lidmaatschap. In Westminster hult die eerste dreun bijna al het andere regeringsbeleid in een stofwolk. Maar tegen het einde van het jaar heeft May weinig substantieels verwezenlijkt.
...

In de lente brengt premier Theresa May artikel 50 van het EU-verdrag tot ontploffing, de nitroglycerine waarmee een land dat tot de Europese Unie behoort een einde maakt aan zijn lidmaatschap. In Westminster hult die eerste dreun bijna al het andere regeringsbeleid in een stofwolk. Maar tegen het einde van het jaar heeft May weinig substantieels verwezenlijkt. Helemaal kalm blijft het evenwel niet nadat May op de rode knop gedrukt heeft. Elke kleinigheid die over haar onderhandelingsstrategie bekend raakt, wordt een nieuw strijdtoneel. Aan de ene zijde staan de brexiteers, ministers als David Davis, de eigenlijke brexitminister, conservatieve backbenchers als Iain Duncan Smith en, nog het luidruchtigst van al, tabloids zoals de Daily Mail. Zij pleiten allemaal agressief voor een snelle en totale breuk met de Unie. Aan de andere kant staat de echte oppositie: het pond. Naarmate de waarschijnlijkheid van het Britse vertrek uit de eenheidsmarkt groeit, nemen de economische vooruitzichten van het land af. Het pond sterling zal moeite hebben een bodemkoers aan te houden, de inflatie begint pijn te doen, de groei zakt tot onder die van de eurozone en de investeringen vertragen. De zakenwereld verheft de stem en smeedt een alliantie met de pro-Europese parlementsleden, de schatkist (in de persoon van minister van Financiën Philip Hammond) en een nieuwe, aandringende liberale vleugel van de conservatieve partij (geleid door zijn voorganger George Osborne). De spanning tussen die twee legers neemt toe. Sommige parlementsleden trachten, met beperkt succes, de discussie over artikel 50 aan te grijpen om Mays onderhandelingspositie te fatsoeneren. In de zomer wordt gestemd over de Great Repeal Bill, die de wetgeving moet herroepen die Groot-Brittannië in 1973 de Europese club binnenvoerde (maar ook alle huidige EU-wetgeving opneemt in de Britse wetgeving). Dat leidt opnieuw tot een krachtmeting. Het echte conflict barst evenwel aan het einde van het jaar los. In de herfst, wanneer de onderhandelingen goed en wel begonnen zijn, vallen ze in twee delen uiteen. Het eerste, eenvoudigste deel gaat over de eigenlijke echtscheidingsregeling, het proces waarbij Groot-Brittannië en de rest van de Europese Unie de instellingen en geldpotten van de EU verdelen, en grensoverschrijdende procedures en de beweging van migranten geregulariseerd worden. Het tweede deel is heikeler. Het betreft de nieuwe relatie tussen beide, die uiteindelijk kan lijken op de vrijhandelsovereenkomst van Canada met de EU. Er is echter weinig kans dat daar tegen begin 2019 een akkoord over is. Eind 2017 voelen de Britten dus aanzienlijk meer druk om een tussentijdse overeenkomst te bereiken voor de periode tussen de brexit en die permanente regeling. Daar zouden de onderhandelingen best weleens in een impasse kunnen verzeilen, omdat Groot-Brittannië een tijdelijke regeling vraagt waarbij het in de eenheidsmarkt blijft zonder volledig vrij verkeer van personen, en zijn Europese partners erop blijven hameren dat er geen EU-akkoord kan zijn dat beter is dan volledig lidmaatschap. In Groot-Brittannië begint men de rol van het Europees Parlement en zijn veto over de uiteindelijke regeling met het land stilaan beter te begrijpen. De eigenlijke brexit - de zwierige dreun waarmee de Britten afscheid nemen van de club - speelt zich af in 2018 en 2019, maar tegen het einde van 2017, als in de gesprekken geen vooruitgang geboekt wordt, zal het de Britten beginnen te dagen dat hun positie niet zo sterk is als velen ooit hebben aangenomen.De auteur is Bagehot-columnist van The Economist. Jeremy Cliffe