Ahrend is een multinational die wereldwijd 1000 werknemers telt. De groene gedachtegang gebeurde vrij spontaan. "Wij hebben onze productievestigingen in dichtbevolkte woongebieden", zegt algemeen directeur Patrick Junius. "We willen dan ook een stille, groene buurman zijn die de bewoners zo weinig mogelijk last bezorgt."
...

Ahrend is een multinational die wereldwijd 1000 werknemers telt. De groene gedachtegang gebeurde vrij spontaan. "Wij hebben onze productievestigingen in dichtbevolkte woongebieden", zegt algemeen directeur Patrick Junius. "We willen dan ook een stille, groene buurman zijn die de bewoners zo weinig mogelijk last bezorgt." In eerste instantie spitste de milieuzorg bij Ahrend zich toe op het productieproces, daarna ook op producten zelf. Dat resulteerde in 1992 in een Ecodesign Voorbeeldproject voor het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) met de ontwikkeling van de Ahrend-220 stoel. Het was de bedoeling de milieubelasting in de hele keten te meten met de ECO-indicator en die zo laag mogelijk te houden. Om het duurzaamheidsbesef bij de bevolking te vergroten, werd Ahrend een paar jaar later uitgenodigd door de Stichting Natuur en Milieu om namens de sector te participeren in 'Economie Light'-projecten. Er werden onderzoeken en metingen gestart om integraal de kosten en milieubelastingverschillen van diverse inrichtingsconcepten in kaart te brengen. Naast meubels werden in de berekening ook plafonds, wanden, verlichting, oppervlakte, volume, energieverbruik, verwarming en koeling meegenomen. Potentiële klanten kunnen op deze manier snel zien welk concept vanuit milieuoogpunt het gunstigst is. Door zijn initiatieven op vlak van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, werd het bedrijf in 1997 door de minister van VROM genomineerd voor de Europese Milieuprijs. Tot op vandaag is Ahrend nog steeds de enige in zijn sector die zo'n nominatie in de wacht heeft gesleept. Sinds vorig jaar gaat Ahrend ook mee in de cradle to cradle-filosofie (C2C). "Die onderscheidt twee kringlopen waarin grondstoffen telkens weer worden gebruikt: de biosfeer en de technosfeer. Ontwerp en productie voor de biosfeer betekent grondstoffen in het productieproces niet vervuilen met schadelijke chemicaliën. Bij ontwerp voor de technosfeer moeten onderdelen die van verschillend materiaal gemaakt zijn, eenvoudig geschei-den kunnen worden. Dit jaar proberen we met drie producten - het Ahrend 550-bureau en de Ahrend 230- en Ahrend 250- stoelen - het C2C-certificaat te behalen." Om de levenscyclus van producten te verlengen, werd in 2009 de nieuwe service Next Life gelanceerd. Ahrend heeft nu een proefproject met de Ahrend 220-stoel en -kasten. Wie zijn oude stoel binnenbrengt, ontvangt daarvoor een vergoeding. Binnen Next Life kan Ahrend zijn meubilair preventief onderhouden, reinigen, aanpassingen doen of repareren - zoals het vervangen van een armlegger of de stoffering - en tenslotte terugnemen met als doel een tweedehands leven of de recyclage van materialen." "Een archiefkast laten herlakken betekent een energieverbruik dat 40 procent lager ligt dan de productie van een splinternieuwe kast. Een ander initiatief is Co-Create NOW, een platform dat gecreëerd werd om samenwerking te stimuleren. "Het doel van Ahrend is om samen met klanten, architecten, partners, studenten en leveranciers toekomstgerichte ideeën uit te werken. Dat streven past perfect in onze visie: geef mensen de ruimte en ze ontplooien zich vanzelf." Maar wat hebben alle moeite en investeringen nu concreet opgeleverd? Mooie cijfers, zo blijkt. "Sinds 1990 is onze CO2-uitstoot afgenomen met bijna een kwart, we verbruiken 63 procent minder water en de vervuilingsgraad van het afvalwater ligt 70 procent lager. Het gevaarlijk afval daalde met 85 procent en de oplosmiddelenuitstoot met 90 procent. Tot slot is de hinderlijke geuruitstoot gereduceerd met 95 procent. Deze cijfers zijn nog indrukwekkender als je bedenkt dat de productie intussen wel meer dan verdubbeld is. Onze ambitie is dan ook de meest duurzame fabrikant in onze sector te worden en tegen 2020 volledig CO2-neutraal te produceren." Door Annick Claus