Hedendaagse kunst boomt. Volgens de vooraanstaande kunstdatabase Artprice leverde het werk van de twintig duurste levende kunstenaars de voorbije drie jaar niet minder dan 1,6 miljard euro op. De koploper is Gerhard Richter. Tussen januari 2011 en maart 2014 haalden zijn schilderijen een omzet van 504 miljoen euro. Drie andere kunstenaars gingen over de grens van 100 miljoen euro: de Chinese expressionist Fanzhi Zeng, de Amerikaan Jeff Koons en de Chinese neoclassicist Zeng Fan. Ook in de hedendaagse kunst is China dus aan een opmars bezig. Sommige toppers hebben de status van een popster, anderen zijn bij ons enkel bij insiders bekend. Een overzicht.
...

Hedendaagse kunst boomt. Volgens de vooraanstaande kunstdatabase Artprice leverde het werk van de twintig duurste levende kunstenaars de voorbije drie jaar niet minder dan 1,6 miljard euro op. De koploper is Gerhard Richter. Tussen januari 2011 en maart 2014 haalden zijn schilderijen een omzet van 504 miljoen euro. Drie andere kunstenaars gingen over de grens van 100 miljoen euro: de Chinese expressionist Fanzhi Zeng, de Amerikaan Jeff Koons en de Chinese neoclassicist Zeng Fan. Ook in de hedendaagse kunst is China dus aan een opmars bezig. Sommige toppers hebben de status van een popster, anderen zijn bij ons enkel bij insiders bekend. Een overzicht. Lange tijd moesten schilders kiezen tussen figuratief en abstract. Gerhard Richter, die nu 80 is, maakte die keuze niet. Hij beoefende zowat alle genres -- stillevens, portretten, naakten en geometrisch abstracte schilderijen -- en probeerde alle technieken uit -- tekeningen, schilderijen, foto's en beeldhouwwerk. Prestigieuze musea zoals het Centre Pompidou en Tate Modern hebben uitgebreide overzichtstentoonstellingen aan zijn oeuvre gewijd, en in de veilinghuizen wordt om zijn doeken gevochten. Zijn Domplatz, Mailand uit 1968 werd vorig jaar in New York voor meer dan 25 miljoen euro verkocht. "Richter was altijd al erg in trek. Toen de markt in 2011, na enkele speculatieve jaren, opnieuw gezonder werd, was dat in het voordeel van gevestigde kunstenaars die hun plaats in de geschiedenisboeken al bijna hadden veroverd. Ook Richter plukte daar de vruchten van", zegt Martin Brémond, de hoofdeconoom van Artprice. Fanzhi Zeng (50) haalt zijn inspiratie bij het westerse modernisme en cultiveert tegelijk zijn Chinese roots. "Hij is een van de zeldzame Chinese kunstenaars die bekend zijn buiten de grenzen van hun land, en toch Chinese verzamelaars blijven aanspreken", aldus Brémond. Net zoals veel van zijn landgenoten verkoopt Zeng zijn werk uitsluitend aan veilinghuizen, omdat het netwerk van kunsthandels in zijn land minder ontwikkeld is dan in het Westen. Internationaal wordt hij vertegenwoordigd door beroemde galeriehouders als Larry Gagosian, die zijn naambekendheid en zijn waarde hebben doen toenemen. Het Musée d'art moderne in Parijs organiseerde vorig jaar nog een tentoonstelling over Zeng. Jeff Koons (59), de koning van de kitschcultuur, wordt zowel aanbeden als verguisd. Door zijn originaliteit en zijn bekendheid is hij gewild bij verzamelaars over de hele wereld. Zelfs kopers uit het Midden-Oosten en Azië storten zich op zijn opblaasbare konijnen of op zijn porseleinen Michael Jacksons. Bovendien is zijn oeuvre exclusief: hij maakt maar vijfentwintig werken per jaar. Koons blijft in waarde stijgen. Zo bracht zijn beeldhouwwerk Turner Train (1986), dat in 2004 voor 4 miljoen euro werd verkocht, tien jaar later 22 miljoen euro op. Zijn oranje Balloon Dog liet de hoogste veilingprijs optekenen voor een werk van een levende moderne kunstenaar: bijna 39 miljoen euro. De 76-jarige Chinees Zeng Fan is schilder, schrijver en kalligraaf. Zijn werk is voorlopig vooral gewild bij verzamelaars in China. In het Westen is hij vrijwel onbekend, hoewel hij regelmatig naar Parijs trekt, waar hij een optrekje heeft. In de traditie van andere meesters van de traditionele Chinese kunst produceert hij aan de lopende band. Vorig jaar alleen al verkocht hij op veilingen meer dan 350 kunstwerken, en dat bijna uitsluitend in China. Ondanks dat ruime aanbod blijft zijn kunst in waarde stijgen. Elke Chinese politicus, militair of miljardair die zichzelf respecteert, moet een Fan in zijn salon hebben hangen. Damien Hirst, die vooral bekend is om zijn in formol bewaarde dieren, is een meester van de provocatie. De 45-jarige Brit heeft vanaf het begin van zijn carrière geprobeerd de markt te bespelen, maar is daardoor in zijn eigen val gelopen. Aanvankelijk kreeg hij de steun van prestigieuze galeries (de White Cube in Londen), vooraanstaande verzamelaars (Charles Saatchi) en gezaghebbende critici (Norman Rosenthal). Vanaf eind jaren negentig tot 2008 haalde zijn werk hoge prijzen. "Dat jaar besloot hij zijn creaties alleen te verkopen in veilinghuizen. De galeries liet hij links liggen. Dat ging eerst zonder problemen, maar daarna is zijn waarde fors gedaald", stelt de socioloog en kunstmarktexpert Alain Quemin. Met die opzienbarende actie joeg hij zijn galeries tegen zich in het harnas. Hij overspoelde de markt met zijn werk. Het bewijs van die neergang: een werk dat in 2008 nog 1 miljoen dollar opbracht, werd onlangs opnieuw te koop aangeboden, maar niemand was geïnteresseerd. De Japanse artieste Yayoi Kusama raakte in haar jeugd zo getraumatiseerd door de Tweede Wereldoorlog, dat ze er hallucinaties door kreeg. Die visioenen zijn de belangrijkste inspiratiebron voor haar werk. "Kusama is een bijzonder geval, omdat ze van haar waanzin de bron van haar creativiteit heeft gemaakt", bevestigt galeriehoudster Anne de Villepoix. Haar handelsmerk zijn steeds terugkerende motieven zoals stippen. Hoewel de waarde van haar kunstwerken razendsnel in de hoogte gaat, beweert de 85-jarige Kusama dat winstbejag voor haar nooit een drijfveer is geweest. Die bewering strookt niet met haar samenwerking met beroemde merken, zoals Lancôme en Vuitton. In 1968 begon ze al met de verkoop van avant-gardekleding in de 'Kusama Corner' van het Amerikaanse warenhuis Bloomingdale's. Sommige verdedigers van haar werk voeren aan dat ze haar kunst op die manier een grotere uitstraling probeert te geven. Kusama is een groot liefhebber van tentoonstellingen in de openlucht. De 82-jarige Colombiaan Fernando Botero, die vooral bekend is om zijn schilderijen en sculpturen van mollige vrouwen, wil met geen enkele kunststroming worden geassocieerd en grijpt vooral terug op de precolumbiaanse kunst. Hij brak wereldwijd door in 1957, twee jaar nadat hij na een rondreis door Europa was teruggekeerd naar Bogotá. Een jaar later won hij de eerste prijs op het kunstsalon van Colombia. "Botero heeft zijn eigen stijl ontwikkeld en heeft daarmee een internationaal verzamelaarspubliek aangetrokken. Zijn werk behoudt zijn waarde, omdat zijn vaste klanten altijd paraat staan", zegt de Parijse kunst- expert Pierre-Edouard de Souzy. De kleurrijke, op manga geïnspireerde doeken van de Japanse kunstenaar Takashi Murakami (51) zijn niet alleen heel herkenbaar, ze zijn ook erg toegankelijk voor het grote publiek. Toch slaagt hij er niet meer in de populariteit die hij in 2008 had te evenaren. Murakami staat aan het hoofd van een heus kunstbedrijfje en produceert zo veel kunstwerken dat het gevaar bestaat dat hij de markt overspoelt. "Toch vermindert zijn waarde niet, omdat hij goed in de markt ligt bij Aziatische kunstliefhebbers", stelt Martin Brémond van Artprice. Daarenboven ligt hij -- anders dan Damien Hirst -- niet overhoop met zijn galeries, die hem op de markt blijven verdedigen. L'EXPANSION