Vorig jaar presteerde de Belgische frank meer dan behoorlijk ; in elk geval veel beter dan men had kunnen verwachten op basis van fundamentele gegevens zoals de inktzwarte tewerkstellingssituatie en de blijvend torenhoge overheidsschuld. Gouverneur Fons Verplaetse van de Nationale Bank verdient dus oprechte gelukwensen met die stevige notering van zijn munt.
...

Vorig jaar presteerde de Belgische frank meer dan behoorlijk ; in elk geval veel beter dan men had kunnen verwachten op basis van fundamentele gegevens zoals de inktzwarte tewerkstellingssituatie en de blijvend torenhoge overheidsschuld. Gouverneur Fons Verplaetse van de Nationale Bank verdient dus oprechte gelukwensen met die stevige notering van zijn munt. In 1995 diende de NBB zelfs geregeld tussen te komen om een verdere stijging van de Belgische frank, en dus ook een nieuwe slag aan onze internationale concurrentiepositie, te voorkomen. Die tussenkomsten, waarbij de NBB buitenlandse valuta's aankoopt met franken om alzo het aanbod van die franken te verruimen, gebeurden ongeveer voor het bedrag van het vorig jaar gerealiseerde overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans, namelijk 485 miljard.Bij die tussenkomsten treedt, zoals al aangestipt, een verruiming op van de beschikbare liquiditeiten, wat via lagere rentevoeten de economische groei ten goede zou moeten komen. Gezien de manifeste toestand van onderbesteding en -tewerkstelling in België, zou een dergelijke evolutie van het monetaire beleid uiterst welkom zijn. Verplaetse wilde dat risico echter niet nemen, wegens de mogelijke impact op de Belgische frank ; daarom neutraliseerde hij de extra liquiditeit op twee manieren.Eerst en vooral werden voor ongeveer 260 miljard deviezen verkocht aan de Schatkist, die daarmee haar schuld in buitenlandse valuta's verder kon afbouwen. Daarnaast sloot onze Nationale Bank voor 230 miljard swap-overeenkomsten af : de buitenlandse valuta's (bijvoorbeeld Duitse marken), die initieel aangekocht waren om de stijging van de frank af te remmen, worden onmiddellijk weer verkocht op de contantmarkt én opnieuw aangekocht op de termijnmarkt. Bij afloop van deze termijnverrichting kan men dan twee dingen doen : het contract ten uitvoer brengen en de marken incasseren zodat men munitie heeft om de frank te ondersteunen, of het oude swap-contract laten overlopen in een nieuw. Deze uitpuilende spaarkous van ongeveer 370 miljard (140 miljard van 1994 plus 230 miljard nieuwe swap-overeenkomsten, aangegaan in de loop van 1995) heeft voor Verplaetse een zeer aantrekkelijk aspect : de aanwending ervan kan gebeuren op een volledig onzichtbare manier, m.a.w. hij creëert hiermee het perfecte instrument voor operaties die totaal niet identificeerbaar zijn als steunoperaties voor de frank. Bij de voorstelling van het jaarverslag stelde de gouverneur dat hij met deze techniek van "liquiditeitsverkrapping" een besparing van zowat 8 miljard gerealiseerd zou hebben voor de financiële instellingen. Hij verwijst hiermee naar een andere techniek om liquide geldmiddelen te bevriezen, namelijk het opleggen van hogere reserveverplichtingen aan de banken. Deze geblokkeerde reserves kunnen dan voor de banken niet meer dienen als noodzakelijke tegenpost van kredietverlening. Verplaetse wekt aldus de indruk dat deze hogere reserves per definitie niet vergoed zouden worden door de centrale bank. Niets is echter minder waar : verschillende westerse centrale banken passen actief een regime van vergoede reserves toe. De gouverneur prefereerde de swap-operaties omwille van het spaarkous-effect. J.V.O.