In Engeland werd ook aan het eind van de zeventiende eeuw gezocht naar creatieve manieren om de staatsschuld te verlichten. In het voorjaar van 1720 leek de oplossing gevonden: in navolging van Frankrijk werd de burgerij aangespoord staatsobligaties te converteren in aandelen van een letterlijk 'veelbelovende' onderneming: de South Sea Company. Met die aandelen werd volop gespeculeerd. De South Sea Bubble was een feit.
...

In Engeland werd ook aan het eind van de zeventiende eeuw gezocht naar creatieve manieren om de staatsschuld te verlichten. In het voorjaar van 1720 leek de oplossing gevonden: in navolging van Frankrijk werd de burgerij aangespoord staatsobligaties te converteren in aandelen van een letterlijk 'veelbelovende' onderneming: de South Sea Company. Met die aandelen werd volop gespeculeerd. De South Sea Bubble was een feit. De South Sea Bubble van 1720 viel samen met de snelle ontwikkeling van de financiële markten. In die periode werd een actieve secundaire markt in zowel obligaties en aandelen ingevoerd, en verschenen nieuwe financiële tussenpersonen, bekend als de stock jobber (een handelaar die enkel met makelaars werkt), en monied men (harteloze speculanten). Mensen die fortuin maakten op de beurs werden door de bevolking met zowel minachting als afgunst bekeken. Over de zeepbel en de crash van 1720 zijn heel wat boeken geschreven. The Great Mirror of Folly kiest een originele invalshoek. De auteurs baseren zich op een bestaand boek: Het Groote Tafereel der Dwaasheid. Dat is een merkwaardige verzameling van 77 oude spotprenten, gedichten en blijspelen over deze aandelenhandel, die begon in Engeland en in 1720 overwaaide naar de Nederlanden. In het najaar van 1720 stortte de handel in die South Sea-aandelen in en gingen vele ondernemingen en heel wat particulieren failliet. Aan actualiteit heeft het Tafereel volgens de huidige auteurs niets ingeboet. "Gedrukt tot waarschouwinge voor de Nakomelingen, in 't noodlottige Jaar, voor veel Zotte en Wyze. 1720", staat op de titelpagina. Veel hedendaagse economische auteurs wijzen voor de verklaring van de crash van 1720 op de nieuwe financiële technieken die toen werden geïntroduceerd. Maar de auteurs van The Great Mirror of Folly volgen vooral een brede culturele benadering. Beurshandel is een bij uitstek menselijke activiteit en de emoties vieren dan hoogtij. Afgunst, jaloezie en woede zijn altijd aanwezig, zo leert het boek. De auteurs gaan ook na hoe over die financiële transacties werd gecommuniceerd. In 1720 waren er geen Reuters of Bloomberg die de beleggers overstelpten met financiële informatie. Handelaren en investeerders moesten aan het begin van de achttiende eeuw grotendeels vertrouwen op het koffiehuis voor (des)informatie over de investeringen en marktbewegingen. Er was ook een beperkte financiële geschreven pers. Deze twee bronnen van informatie waren afhankelijk van elkaar omdat 'journalisten' veel van hun nieuws via het koffiehuis kregen. Kortom, de meeste informatie kwam via het roddelcircuit, en dat is vandaag eigenlijk niet eens zo anders. Want hoe vaak kopen mensen geen aandelen omdat ze een gouden tip gekregen hebben, een tip die meestal op niets gebaseerd is? In dit rijk geïllustreerde boek brengen wetenschappers uit uiteenlopende gebieden -- economie, geschiedenis, kunstgeschiedenis, literatuur -- een breed scala aan inzichten. Het boek reproduceert ook veel van de gravures van het Tafereel. De lezer krijgt dus twee boeken voor de prijs van een. Een transactie die je zelden op de beurs kan krijgen. William N. Goetzmann (eds.), The Great Mirror of Folly: Finance, Culture, and the Crash of 1720, Yale Series in Economic and Financial History. Yale University Press, 2013. 360 blz, 30 euro THIERRY DEBELS