"Mijn oom en tante hadden een snoepkraam op de markt", mijmert Ann Bautil. "Ik deed niets liever dan achter hun kraam te staan en in de vele snoeppotten te graaien. Dan dacht ik altijd: snoepverkoper is de mooiste baan ter wereld. Nu ik volwassen ben, weet ik wel beter. Er komt een hoop administratie bij kijken, maar...

"Mijn oom en tante hadden een snoepkraam op de markt", mijmert Ann Bautil. "Ik deed niets liever dan achter hun kraam te staan en in de vele snoeppotten te graaien. Dan dacht ik altijd: snoepverkoper is de mooiste baan ter wereld. Nu ik volwassen ben, weet ik wel beter. Er komt een hoop administratie bij kijken, maar die neem ik er graag bij. Ik kom elke dag met veel plezier naar mijn werk." "Toen ik het idee voor mijn snoepwinkel kreeg, wist ik al helemaal hoe hij eruit moest zien", lacht Ann Bautil. "Alles moest roze zijn. En mijn rekken moesten vol staan met snoepjes die je in andere snoepwinkels niet zomaar tegenkomt. De handelsreizigers weten dat en presenteren me dan ook vaak de grappigste dingen. Lollies in de vorm van een hotdog? Bierpralines? Ik heb het allemaal. Toch laat ik me niet enkel leiden door de vorm of de verpakking. De snoepjes die ik verkoop, moeten in de eerste plaats lekker zijn. Want eens ze in je mond zitten, is de smaak natuurlijk het enige wat telt." Maar Ann Bautil kent haar pappenheimers. Op de roze rekken in haar snoepshop staan bokalen vol snoepklassiekers. "Zwarte muizen, smoelentrekkers, neuzen... er zijn dingen waar je als snoepwinkel echt niet buiten kunt. Maar ook daar probeer ik enkel de originele snoepjes te vinden, geen moderne varianten of namaak. Die smaken zitten zo in ons collectief geheugen, dat iedereen meteen doorheeft wanneer je een modern afkooksel voorschotelt." Een groepje kinderen wandelt wuivend voorbij het etalageraam. "Een snoepwinkel zorgt altijd voor blije gezichten", lacht Ann Bautil. "En zeker een knalroze."