Na de succestentoonstelling over de hedendaagse Britse beeldhouwer Antony Gormley, richt de Londense Royal Academy zijn blik op Lucian Freud (1922-2011). Van de Britse schilder zijn 60 zelfportretten samengebracht. Zijn grootvader Sigmund Freud indachtig, kijken we in zijn getormenteerde zie...

Na de succestentoonstelling over de hedendaagse Britse beeldhouwer Antony Gormley, richt de Londense Royal Academy zijn blik op Lucian Freud (1922-2011). Van de Britse schilder zijn 60 zelfportretten samengebracht. Zijn grootvader Sigmund Freud indachtig, kijken we in zijn getormenteerde ziel. En dat levert een beeld op van een dominante observator, die zijn eigen verval niet maskeerde in zijn zelfportretten. Dat genre beoefent Freud al sinds de jaren veertig. Het vroegste werk op de show, uit 1948, toont Freud als een zelfverzekerde twintiger met volle lippen en een licht arrogante blik vol gretigheid. Maar gaandeweg zie je Freud worstelen met zijn zelfbeeld en zijn verouderingsproces. Obsessief schildert hij hoe zwak het vlees is: het verzakt en verslapt, maar Freud verheerlijkt het met bijzonder veel serieux. De co-curator van de expo is David Dawson, Freuds studioassistent. Uit eerste hand maakte hij mee in welke staat Freud was toen hij besloot nog maar eens een zelfportret te borstelen of te tekenen. Na een handgemeen met een taxichauffeur kwam hij met een blauw oog het atelier binnen. En zijn eerste reflex was: ik schilder mezelf in deze staat. Op andere zelfportretten is Freud amper te zien: hij is een schaduw over een naakte vrouw of een paar voeten in de hoek van het schilderij. Maar zijn aanwezigheid is altijd voelbaar, als een onderhuidse dreiging.