Design is veel meer dan alleen esthetiek en heeft een veel prominentere plaats in de economie dan op het eerste gezicht lijkt. Dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling The Power of Object(s), een initiatief van ING België en MAD, het Brusselse centrum voor mode en design. Curator Danny Venlet, de artistiek directeur van MAD, koos voor een historische en economische insteek. "De Tupperware-potjes, de koffers van Samsonite en de Brusselse trams zijn allemaal in België ontworpen. Vaak beseffen mensen niet dat die producten van Belgische makelij zijn", zegt Venlet.
...

Design is veel meer dan alleen esthetiek en heeft een veel prominentere plaats in de economie dan op het eerste gezicht lijkt. Dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling The Power of Object(s), een initiatief van ING België en MAD, het Brusselse centrum voor mode en design. Curator Danny Venlet, de artistiek directeur van MAD, koos voor een historische en economische insteek. "De Tupperware-potjes, de koffers van Samsonite en de Brusselse trams zijn allemaal in België ontworpen. Vaak beseffen mensen niet dat die producten van Belgische makelij zijn", zegt Venlet. Op de expo is werk van 25 Belgische designers te zien. Van ieder van hen worden drie creaties getoond: het bekendste (het 'icoon'), het best verkopende en het meest rendabele stuk. Danny Venlet: "Ook voor mij als ontwerper was het soms verrassend welk stuk van mijn collega's het beste verkoopt, of waarmee ze de meeste winst hebben gemaakt. Vaak is dat niet op het icoon. Zo verdient Bram Boo veel meer op de stukken die hij zelf produceert dan op die waarvoor hij royalty's ontvangt. Voor Piet Stockmans daarentegen heeft een machinaal vervaardigde creatie het meeste geld opgebracht: zijn servies Sophie voor Mosa." Toch heeft Venlet niet van alle objecten cijfers. "Soms willen bedrijven ze niet vrijgeven. En vaak zijn designers meer artiesten dan rekenaars", zegt hij. "Maar dankzij de beschikbare cijfers zullen mensen beter begrijpen hoe een designer zijn boterham verdient, waarom een object een bepaalde prijs heeft en welke impact dat heeft op onze economie. Want hoewel designbedrijven als Extremis, Dark of Modular relatief klein zijn, voeden ze wel een hele industrie." De tentoonstelling probeert ook een verklaring te zoeken voor het internationale succes van het Belgische design. "Volgens mij is Maarten Van Severen een pionier in de internationale revival van het Belgische design", stelt Venlet. "Met zijn Stoel.03 voldeed hij aan de gevraagde functionele eisen, maar hij voegde daar ook een emotionele toets aan toe. Die combinatie is de kracht van het Belgische design. Onze culturele achtergrond zit daar wellicht voor iets tussen. Denk maar aan de schilderkunst van René Magritte: die vrijheid van denken zit ingebakken in onze cultuur." Als teken van de internationale interesse in ons land, nodigde Venlet ook Michael Young uit. "Brussel geniet een sterke reputatie in de kunstwereld, maar voor design is dat nog niet echt het geval. Dat Young Brussel koos als Europese locatie voor zijn studio, is een stap in de goede richting." Daarnaast spelen ook de bedrijven een belangrijke rol. "Vaak heerst in onze ondernemingen een heel open cultuur", aldus Venlet. "Meer en meer bedrijven schakelen designers in als consultants, om anders te leren denken. Ze beseffen dat ze in een doodlopend straatje terechtkomen als ze niet investeren in design. Zo is op de expo een emmer van Anthony Duffeleer voor Xala te zien. Dankzij een nieuwe injectietechniek is het mogelijk dat product in België te produceren." The Power of Object(s), tot 11 januari 2015 in het ING Art Center, Koningsplein 6 in Brussel. ELIEN HAENTJENS