Terwijl de groei in de meeste industrielanden voort afkoelt, blijft de Russische economie bijzonder mooie groeicijfers voorleggen. In volle krediet- en liquiditeitscrisis versnelde de groei van het Russische bbp tot gemiddeld 8,4 %, jaar op jaar. Rusland is wereldwijd de tweede olieleverancier (na Saudi-Arabië) en voor gas staat Rusland zelfs op nummer één. Niet alleen de overheid profiteert van de veel hogere inkomsten uit gas en olie, ook de Russische gezinsinkomens zijn de voorbije kwartalen fors g...

Terwijl de groei in de meeste industrielanden voort afkoelt, blijft de Russische economie bijzonder mooie groeicijfers voorleggen. In volle krediet- en liquiditeitscrisis versnelde de groei van het Russische bbp tot gemiddeld 8,4 %, jaar op jaar. Rusland is wereldwijd de tweede olieleverancier (na Saudi-Arabië) en voor gas staat Rusland zelfs op nummer één. Niet alleen de overheid profiteert van de veel hogere inkomsten uit gas en olie, ook de Russische gezinsinkomens zijn de voorbije kwartalen fors gestegen. Het belang van de oliesector in de Russische economie is de jongste jaren alleen maar toegenomen (tot 31,7 % tegenover 12,7 % in 1999). Toch is de Russische economie op de wat kortere termijn veel minder gevoelig voor plotse olieprijsschommelingen dan in het verleden. Het gros van de extra energie-inkomsten als gevolg van de hogere olieprijzen wordt afgeroomd door de overheid en slechts een deel werd de voorbije jaren ook effectief gespendeerd. Die extra oliedollars parkeerde het Kremlin in het Stabiliteitsfonds, een oorlogskas voor moeilijkere tijden (of lagere olieprijzen). Ook als de olieprijs zou ineenklappen, wat overigens weinig waarschijnlijk is, kan de Russische economie dankzij de reusachtige spaarpot van de overheid nog een tijd het hoofd boven water houden. Niet zozeer fors lagere olieprijzen, maar wel de inflatie is momenteel de grootste bedreiging voor de Russische economie. De inflatie liep de voorbije maanden op tot 14,3 % en in tegenstelling tot de VS of Europa blijft de prijsstijging niet beperkt tot de voeding en de energie. De voorbije jaren bleef de investeringsgroei buiten de energiesector beperkt tot vervangingsinvesteringen. Na de roebelcrisis in 1998 zakte de Russische economie weg in een diepe recessie en de capaciteitsbezettingsgraad viel terug tot nauwelijks iets meer dan de helft. Dankzij die overcapaciteit kon de verwerkende nijverheid aanvankelijk gelijke tred houden met het bijzonder krachtige herstel van de binnenlandse vraag. Die overcapaciteit is intussen zo goed als verdwenen en de centrale bank moet actie ondernemen om te verkomen dat de inflatie voort ontspoort. Als Rusland haar extra oliebonus bovendien op de langere termijn wil blijven verzilveren, moet het ook werk maken van een investeringsvriendelijker klimaat. Zonder extra productiecapaciteit in de verwerkende nijverheid dreigt de combinatie van een permanent hoge inflatie, een overgewaardeerde wisselkoers en toenemende invoer een steeds groter deel van de olie-inkomsten teniet te doen. (T)