Op de bedrijfsterreinen liggen grote stapels aluminium en stalen profielen. Het zijn stuk voor stuk op maat gemaakte onderdelen, die vervolgens als een complexe puzzel in elkaar worden geschoven tot constructies voor groente- en onderzoekserres, en tuin- en winkelcentra met beglazing.
...

Op de bedrijfsterreinen liggen grote stapels aluminium en stalen profielen. Het zijn stuk voor stuk op maat gemaakte onderdelen, die vervolgens als een complexe puzzel in elkaar worden geschoven tot constructies voor groente- en onderzoekserres, en tuin- en winkelcentra met beglazing. Het familiebedrijf Deforche Construct uit Izegem, waar de derde generatie aan het roer staat, maakt de serres. "Wij zijn begonnen met de bouw van gewone serres voor groenteteelt in West-Vlaanderen en bloementeelt in Gent. Daarmee is het bedrijf gegroeid. Vandaag gaan we verder dan de gewone landbouwserres", zegt gedelegeerd bestuurder Steven Deforche. "De landbouwactiviteit is een dalende markt voor ons, want wij produceren nu eenmaal tegen Belgische lonen. Veel andere kasten- en serrebouwers laten hun producten maken in Oost-Europa, en zelfs in China. Dat zijn pure standaardprojecten, met vaak grote oppervlaktes. Tegen die lage kosten kunnen wij niet concurreren. Wij maken alles op maat, met alle technieken erbij en alles erop en eraan: koeling, verwarming, automatisering en belommering. De eigenlijke serre maakt nog slechts een klein onderdeel van de prijs uit. En dan kunnen we wel meedingen. Als we toch nog iets doen in landbouw, gaat het om serres voor gespecialiseerde teelten, zoals tomaten, augurken of paprika's." Steven Deforche zegt het met een typisch West-Vlaamse nuchterheid. De balanscijfers van het familiebedrijf blaken nochtans van gezondheid. Van bankschulden is er geen spoor. En de website van de onderneming toont diverse opvallende referenties. Een met glas overkoepeld dakrestaurant van de Columbia University in New York, de koninklijke serres in het Londense Hyde Park, een vlindertuin in de Verenigde Staten met zeer specifieke klimaatregeling. In eigen land zijn er de serres van de Nationale Plantentuin in Meise en in het beursgenoteerde dierenpark Pairi Daiza. "Dat zijn allemaal projecten met een hoge toegevoegde waarde", zegt Christian Gombert, hoofd internationale ontwikkeling van Deforche Construct. "Bij Pairi Daiza hebben we mee het design ontworpen voor de combinatie van een cultuurevenement, dierenaccommodatie en tuinen. Dat doen we ook zo voor tuincentra. De beleving in een tuincentrum is nu totaal anders dan vijftien jaar geleden. Het gaat niet meer uitsluitend om de aankoop van planten of potgrond. Er zijn diverse afdelingen: binnen- en buitenhuisinrichting, huisdieren, tuinmeubelen. Ook het restaurant wordt steeds belangrijker. In Engeland hebben we onlangs een tuincentrum gebouwd waar 30 procent van de omzet uit de catering komt. Dagelijks worden er 1200 maaltijden opgediend. Alleen al in de keuken werken 54 mensen. Dat soort activiteiten doen we allemaal, via design, advies, ontwerp en uiteindelijke constructie." De zoektocht naar meer toegevoegde waarde ging gepaard met een nieuwe merknaam in 2015: Forzon. "We deden dat type van speciale projecten weliswaar al jaar en dag. Maar architecten met naam en faam wilden zich niet verbinden aan de gewone serrebouw", duidt Christian Gombert. "Tomaten, komkommers, paprika's: dat is niets voor architecten met een bepaalde reputatie. Vandaar het aparte merk Forzon." Het design en de productie gebeurt door dezelfde mensen bij Deforche Construct. Alleen het profiel van de verkoopploeg van Forzon is anders. "Het zijn technisch commerciële mensen. Meer ingenieurs, die met de architecten van a tot z kunnen meepraten en -denken", zegt Gombert. Onder de merknaam Forzon vallen daken met beglazing. Zoals de renovatie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Herman Teirlinck-gebouw, het nieuwe kantoor van de Vlaamse administratie in de gebouwen van Tour en Taxis aan de Brusselse Havenlaan. Een al oudere speciale constructie is het Euro Space Center in Transinne, langs de autosnelweg E411 naar Luxemburg. "Daar hebben we een constructie vol zonnepanelen over het gebouw heen getrokken. Enkele jaren geleden groeide de markt van zonnepanelen enorm. Vooral in Frankrijk bouwden we zonnepanelenvelden op landbouwgronden waarop voordien werd geteeld. Maar vanaf 2020 wordt de wetgeving rond zonne-energie herzien. Op die trends moeten we inspelen. We moeten onze volumes elders kwijt kunnen." De onderneming uit Izegem slaagt daar ook in. De omzetcijfers stegen de voorbije jaren ( zie tabel). Al wordt 2018 wellicht een minder jaar, met 22 miljoen euro omzet. "Maar die omzet schommelt vooral in functie van de grootte van onze projecten", nuanceert Steven Deforche. "In 2019 hebben we een groot project voor de veiling van Roeselare. We bouwen een grote onderzoekserre op het dak van de veiling. Die serre is een hectare groot, goed voor een project van 7 miljoen euro. Zo'n order krijg je maar een keer om de vijf tot tien jaar." De omzet in 2019 zal wellicht verder aanwakkeren door de eerste overname in de 86-jarige geschiedenis van het familiebedrijf. Vorige maand kocht Deforche de onderneming Thermoflor Construct BV in het Nederlandse Heeren. "Het bedrijf ging failliet. Wij maakten een doorstart, maar in afgeslankte vorm", zegt Peter Deforche. "Thermoflor Construct was top in de wereld voor tuincentra. Zij waren dé referentie. De Rolls-Royce van de tuincentra." Maar de Nederlandse onderneming was te afhankelijk geworden van één grote klant, die het bovendien liet afweten. "We waren eigenlijk niet op zoek naar een overname. Het was een kans die we gewoon niet wilden laten liggen."