DISCUSSIE TUSSEN HARDEN EN ZACHTEN.
...

DISCUSSIE TUSSEN HARDEN EN ZACHTEN.De wetgeving rond de kredieten van staat tot staat bevat een aantal elementen die steeds dezelfde blijven :de ministers van Financiën en van Buitenlandse Handel hebben de beslissing in handen ;de leningen zijn voor het grootste gedeelte "gebonden" ;met die leningen wordt hoofdzakelijk de export van uitrustingsgoederen gefinancierd en maar zeer uitzonderlijk diensten ;het gaat om leningen die zo "zacht" zijn dat ze door het DAC ( Development Aid Committee) van de Oeso voor het grootste gedeelte ervan als ontwikkelingshulp gecomptabiliseerd mogen worden. Bij de toegestane leningen kunnen we twee modellen noteren : enerzijds programma- en anderzijds projectleningen.De programmaleningen ontstaan in "consultative country groups" van de Wereldbank of in sommige landenconsortia die in de Oeso opereren. Uit het overleg in die groepen resulteert vaak een door het Internationaal Moneatir Fonds (IMF) goedgekeurd financieringsplan waarin nogal wat externe hulp voorkomt, onder meer onder de vorm van goedkope kredieten. In het geval van een participatie vanwege België waren dit dan staatsleningen met een hoofdzakelijk gebonden karakter. Belgische ondernemingen die goederen konden leveren die in het ontwikkelingsplan van het geholpen land pasten, konden dan langs dit loket passeren om het exportkrediet voor het importland goedkoper te maken. De andere benadering bestond in de zogenaamde projectleningen. Een Belgische onderneming zocht in een ontwikkelingsland naar een project waarvoor belangstelling was, maakte daarvoor een prijs, maar kwam de Belgische overheid (Financiën, Buitenlandse Handel) overtuigen dat ze aan de importerende staat een zachte lening moest toestaan waarmee de te importeren uitrustingsgoederen konden betaald worden. Met beide soorten leningen verhuist de leensom van de Belgische schatkist naar een rekening bij de Nationale Bank van België, rekening op naam van het land dat de lening ontvangt. Later kwam er een andere methode bij om de middelen aan te spreken van het "fonds voor leningen aan vreemde staten", namelijk door kwijtschelding van een deel of van het geheel der openstaande schuld. Ook kwam het voor dat nieuwe leningen aan een bepaald land gewoon moesten dienen om een vroegere lening te delgen.Vooral na de olieschokken van de jaren '70 heeft België systematisch getracht dit soort leningen in de internationale boekhouding als ontwikkelingshulp geboekt te gebruiken als een exportbevorderend element. Inderdaad, de plotse verhogingen van de olieprijzen betekenden een gevoelige hap in de betalingsbalans en alle middelen waren goed om dat enigszins te verhelpen. Waar mogelijk werd het goedkoop geld van de staatslening meestal dertig jaar looptijd, ofwel zonder intrest ofwel aan 2 % vermengd met een gewoon exportkrediet zodat de totale export aanzienlijk hoger lag dan datgene wat aan de som van het staatskrediet beantwoordde. Soms werd ook nog getracht voor het gewone exportkrediet een staatswaarborg te verkrijgen en aldus een en ander door de Delcrederesluis te sleuren. In een aantal gevallen werd ook de Abos-begroting aangesproken door de financiering van de technische hulp die voor het lukken van het project nodig was : vormingsprogramma's van het inlandse personeel bijvoorbeeld.Ook werd vanaf het einde der jaren '70 de binding aan levering van Belgische uitrustingsgoederen (voor een hoog percentage althans) een regel waarvan omzeggens niet meer afgeweken werd. Maar later in de jaren '80 bijvoorbeeld was het niet zo vanzelfsprekend meer dat de landen die de leningen ontvingen zomaar zonder meer de Belgische voorwaarden aanvaardden. Pakistan en India waren daarvan de meest uitgesproken voorbeelden. Op hun rekeningen bij de Nationale Bank van België ontstonden er stuwmeertjes van ongebruikt geld. Dat geld had de schatkist verlaten ; was voor de Belgische belastingsbetaler verloren ; maar werd door de betrokken regeringen niet gebruikt omdat ze tot de conclusie gekomen waren, na internationale prijsvergelijkingen, dat de aangeboden waar te duur was.