Dat de Fransen een stuk chauvinistischer en nationalistischer denken en handelen dan les petits Belges, is een open deur intrappen. Maar vanuit die vaststelling de conclusie trekken dat het logisch is dat Renault Vilvoorde zijn deuren sluit om niet te sterk te moeten ingrijpen in de Franse vestigingen, is een zeer grote stap. Daarbij gaat men er immers vanuit dat de Renault-top met voorzitter Louis Schweitzer op kop (zie ook Eminent, blz. 122) volledig de trappers kwijt is.
...

Dat de Fransen een stuk chauvinistischer en nationalistischer denken en handelen dan les petits Belges, is een open deur intrappen. Maar vanuit die vaststelling de conclusie trekken dat het logisch is dat Renault Vilvoorde zijn deuren sluit om niet te sterk te moeten ingrijpen in de Franse vestigingen, is een zeer grote stap. Daarbij gaat men er immers vanuit dat de Renault-top met voorzitter Louis Schweitzer op kop (zie ook Eminent, blz. 122) volledig de trappers kwijt is. Als Renault Vilvoorde werkelijk een afdoend rendabiliteitsniveau haalt, zou het hallucinant zijn dat de top van het Renault-concern effectief deze draconische beslissing neemt. Meer nog, als het bovengaande klopt, kan men zeer kort zijn over de toekomst van de Franse autoreus. Als Renault omwille van nationalistische motieven een rendabele, buitenlandse eenheid sluit om met minder rendabele Franse vestigingen te blijven zitten, is de groep ten dode opgeschreven. Binnen de huidige, bijzonder felle internationale concurrentiestrijd op de automarkt (zie Omslagverhaal, blz. 30), kan niemand zich dergelijke gekheden veroorloven. Allicht zijn er veel redenen waarom Renault Vilvoorde zijn deuren sluit. De overcapaciteit in de automobielsector, de bijzonder moeilijke interne logistiek binnen de Vilvoordse vestiging, de hoge Belgische loonkosten ; het zijn maar drie elementen die zeker hebben meegespeeld bij de fatale beslissing. Dat men die beslissing op een uitermate onbehouwen en zelfs beledigende manier in de openbaarheid heeft gebracht, is een andere zaak. Het Renault-imago liep hierdoor zonder twijfel averij op, maar specialisten schatten dat dit een vlug voorbijgaand fenomeen zal zijn.Voor federaal premier Jean-Luc Dehaene (CVP) en Vlaams minister van Economie Eric Van Rompuy (CVP) kwam de Renault-dreun extra hard aan, aangezien deze werd uitgedeeld in het hart van hun electorale thuishaven. Vandaar kloeke verwijten aan het adres van de Renault-top als "brutaal" en "terrorisme". Niettegenstaande westerse politici steeds weer herhalen dat men met terroristen niet kan/mag onderhandelen, zaten de Vlaamse excellenties Van den Brande, Van Rompuy en Van den Bossche (SP) toch snel met Renault-baas Schweitzer rond de tafel. Zoals te verwachten viel, leverden de onderhandelingen niets op. De sluiting van Renault Vilvoorde is uiteraard een drama, op de allereerste plaats voor alle direct en indirect (toeleveranciers !) betrokken werknemers. Daarnaast verzwakt deze gebeurtenis opnieuw het al zo broze vertrouwen van consumenten en producenten, en dit op een ogenblik dat vanuit de Batibouw-beurs positieve geluiden zijn op te vangen met betrekking tot de conjuncturele evolutie binnen de bouwsector. Wie niet direct betrokken is bij het Renault-debacle beseft dat ook hij morgen zijn job en inkomen kan verliezen. Het grootste drama achter deze gebeurtenissen situeert zich echter niet zozeer op het vlak van de 3100 jobs die bij Renault verdwijnen, maar bij het ontbreken van enig alternatief. De Belgische economie creëert te weinig nieuwe banen. In de normale welvaartscyclus is het onvermijdelijk dat enerzijds bepaalde sectoren inkrimpen en zelfs verdwijnen en anderzijds andere sectoren expanderen. Net zoals tijdens de voorbije eeuw een massa mensen vanuit de landbouw naar de industrie vloeide, zo is nu de leegloop van de industrie en dus ook de autosector volop aan de gang. Deze bewegingen zijn niet alleen onvermijdelijk, maar zelfs wenselijk. Ze zijn immers een uiting van productiviteitsverbeteringen, ultiem de enige bron van welvaarts- en welzijnstoename. Dat Louis Tobback dit een uiting vindt van wild kapitalisme, kan men best alleen voor rekening van de SP-voorzitter laten. Politici als Tobback dromen ervan in alles een vinger in de pap te houden. Dat dit tot nog veel "wildere" toestanden leidt, weet intussen iedereen in België. De kans is zeer groot dat, nog los van de platte demagogie van Tobback, onze politici de foute lessen trekken uit de Renault-catastrofe. Ja, er moet een degelijk begeleidingsplan komen en ja, er mag gerust worden onderzocht in hoeverre Renault eventueel nationale en internationale wetten met de voeten heeft getreden. Maar de Dehaenes, de Van den Brandes en de Van Rompuys moeten zich vooral ernstig bezinnen over de redenen waarom België inzake jobschepping zo achterop hinkt tegenover de Verenigde Staten, Engeland en zelfs Nederland (zie ook Economie & Ondernemen, blz. 24).Als zo'n gewetensonderzoek ernstig gebeurt, zullen zij tot de conclusie komen dat deze nijpende achterstand van België te maken heeft met institutionele omkadering van het ondernemingsgebeuren : de soepelheid van de arbeidsmarkt, de beschikbaarheid van investeerbaar kapitaal, voldoende human capital, de aantrekkelijkheid van de fiscale en parafiscale omgeving, de doorzichtigheid van de reglementeringen enzovoort. Onze ondernemers zijn niet minder bekwaam of minder sociaal bewogen dan bijvoorbeeld de Nederlandse. Maar in hoeverre laat de omgeving waarbinnen zij moeten werken en ondernemen hen toe om bekwaam of sociaal voelend te zijn ? Johan Van Overtveldt