Vorige week vrijdag leek het er even op dat we een relanceplan bis zouden krijgen. Maar de nuchtere vaststelling dat er geen geld is, schroefde de federale ambities onmiddellijk terug. Tegen de paasvakantie zou er toch nog een 'plan', nauwelijks die naam waardig, ineengeknutseld worden. Als tenminste de regeringspartijen hun electorale campagne even willen onderbreken. Want er is geen geld om elke partij een zichtbare maatregel te geven. Er zijn nochtans voldoende zaken die de regering wel kan doen.
...

Vorige week vrijdag leek het er even op dat we een relanceplan bis zouden krijgen. Maar de nuchtere vaststelling dat er geen geld is, schroefde de federale ambities onmiddellijk terug. Tegen de paasvakantie zou er toch nog een 'plan', nauwelijks die naam waardig, ineengeknutseld worden. Als tenminste de regeringspartijen hun electorale campagne even willen onderbreken. Want er is geen geld om elke partij een zichtbare maatregel te geven. Er zijn nochtans voldoende zaken die de regering wel kan doen. Ten eerste is er de tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Minister van Werk Joëlle Milquet (cdH) wil daar blijkbaar wel werk van maken. Maar eerst zijn de sociale partners nog aan zet. De vakbonden koppelen dit dossier aan het eenheidsstatuut arbeiders-bedienden. Ze schuiven daarmee het dossier op de lange baan. Het is nochtans nu dat de bedrijven dit systeem nodig hebben. De regering moet daarom een systeem toelaten dat beperkt in de tijd is (bijvoorbeeld enkel in 2009). Ten tweede moet de overheid alles inzetten op de opleiding en herscholing van de nieuwe werklozen. De conjuncturele werklozen van vandaag mogen geen structurele werklozen worden. Ook dat is werken aan de sanering van de overheids- financiën. En aan de kansen van expansieve bedrijven als de economie weer herneemt. Het is een taak die voor een groot deel kan gebeuren met de bestaande budgetten van de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten en de sectorale opleidingsfondsen. Ten derde moet de overheid zorgen dat haar eigen apparaat efficiënt werkt. Dat hoeft zelfs helemaal geen geld te kosten, integendeel. Laat onze politici starten met het aanstellen van een topman voor het ministerie van Financiën. Misschien hebben we daarvoor eerst een bekwame minister van Financiën nodig, maar dat terzijde. Professor in fiscaal recht Michel Maus verklaarde maandag in de kranten Het Nieuwsblad en De Standaard dat de fiscus tien miljard euro extra zou kunnen ophalen als de belastingen in België even efficiënt geïnd zouden worden als in de buurlanden. Tien miljard euro, daar kun je al een zeer stevig relanceplan mee opzetten. Ten vierde moet de overheid werken aan de concurrentiekracht van de ondernemingen. Een klein en open land als België profiteert meer van de herstelplannen van de buurlanden dan van een eigen plan. Maar het doet dat enkel als onze bedrijven competitief genoeg zijn om een graantje mee te pikken. Vandaag zijn ze dat niet. Er is een concurrentiehandicap tegenover Nederland, Frankrijk en Duitsland. Een handicap die alleen maar toeneemt. In Nederland staan werkgevers, vakbonden en overheid dicht bij een akkoord waarbij de lonen slechts met 0,5 procent zouden stijgen, wat minder is dan de inflatie van 1 procent. In Duitsland is die evolutie al langer bezig. In België werd eind 2008 een interprofessioneel akkoord gesloten met bovenop de inflatie een loonsverhoging van 250 euro, gelijk gespreid over 2009 en 2010. In de chemiesector heeft het ABVV recentelijk geweigerd een sectoraal akkoord te ondertekenen omdat de socialistische vakbond denkt dat er op bedrijfsniveau meer uit de brand valt te slepen. Met zo'n houding gaat ons land recht de dieperik in. Op zich kunnen meer bedrijfsakkoorden wel nuttig zijn. Op die manier kunnen bedrijven die echt diep in de problemen zitten verregaande akkoorden sluiten die bijvoorbeeld loonsverlaging of werktijdverkorting met loonverlies voorzien. Voor een grote lastenverlaging is er nauwelijks financiële ruimte. Toch zijn er mogelijkheden. Ten eerste het schrappen van die 250 euro loonsverhoging. Ten tweede een herziening van het automatische indexeringssysteem. De regering kan in 2009 en 2010 een overgangsregeling vastleggen: geen indexering of, minder ingrijpend, het tijdelijk koppelen van de lonen aan de gewone index (die momenteel lager ligt dan de gezondheidsindex). Tegen 2011 moeten we dan af van het huidige systeem van automatische indexering. Sommige economen voorspellen trouwens na deze crisis een periode van hoge inflatie. Het systeem van automatische indexering is dan dodelijk voor onze bedrijven. De jaren zeventig en tachtig hebben ons dat geleerd. Vier maatregelen. Geen enkele die veel geld kost. Het vergt alleen politieke moed en eensgezindheid. Maar laat dat nu juist zijn wat er vandaag ontbreekt. Dat toegeven, zou eerlijker zijn dan zich verschuilen achter het huidige begrotingstekort om geen maatregelen te nemen. (T) De auteur is hoofdredacteur.Guido Muelenaer