Nu de democraten weer in de lift zitten op Capitol Hill, stevent de Amerikaanse regering af op een impasse in 2007. De democraten in het Huis van Afgevaardigden zijn gefrustreerd door jaren van onmacht en voelen zich nog altijd gekwetst door de impeachment van Bill Clinton in de jaren negentig.
...

Nu de democraten weer in de lift zitten op Capitol Hill, stevent de Amerikaanse regering af op een impasse in 2007. De democraten in het Huis van Afgevaardigden zijn gefrustreerd door jaren van onmacht en voelen zich nog altijd gekwetst door de impeachment van Bill Clinton in de jaren negentig. Ze zullen president George Bush dan ook graag blokkeren waar ze dat kunnen. En ze zullen hem ook belagen met onderzoeken naar de foute inlichtingen die geleid hebben tot de Amerikaanse inval in Irak en de incompetenties tijdens de bezetting van het land. Aantonen dat Bush gelogen zou hebben, zal moeilijk worden. Laat staan dat ze erin zullen slagen om hem af te zetten. Maar ze zullen wel trachten de aandacht van het publiek vast te pinnen op de foute manier waarop de regering haar grootste onderneming in het buitenland heeft aangepakt. Nancy Pelosi, de nieuwe democratische speaker in het Huis van Afgevaardigden, zegt dat ze zal pogen samen te werken met de president. Optimisten denken dat ze dat misschien ook wel meent. Verdeeld regeren, heeft in het verleden al gewerkt. Op het niveau van de staten, in Virginia en Massachusetts bijvoorbeeld, heeft een gouverneur van één partij al vaker gediend als waakhond over de wetgevende vergadering die door de andere partij gedomineerd werd. Op federaal vlak toonde Clinton zich een meester in de kunst van het 'trianguleren'. De geschiedenis wijst bovendien uit dat een gedeeld federaal bestuur doorgaans minder spilziek is dan een regime waarin een enkele partij het voor het zeggen heeft. Maar verwacht geen ernstige poging om de meest nijpende binnenlandse kwestie op te lossen, namelijk de hervorming van Medicare (gezondheidszorg voor de ouderen) en van de sociale zekerheid (pensioenen). Beide stelsels hellen over naar insolventie, maar het evenwicht herstellen, zou pijn veroorzaken die geen van beide partijen het kiespubliek wil aandoen. Intussen zullen de kandidaten voor de presidentsverkiezingen in 2008 beginnen te dingen naar cash en schouderklopjes. Hillary Clinton zal trachten haar greep op de democratische nominatie te versterken. Er zijn nog maar weinigen die eraan twijfelen dat Amerika klaar is voor een vrouwelijke president. Maar kan mevrouw Clinton wel een nationale verkiezing winnen? Ze zou immers als geen andere kandidaat de republikeinen motiveren om massaal naar de stembus te trekken. Jerry Falwell, een bekende donderpreker, zegt dat zelfs de duivel niet zo'n tegenstand zou uitlokken. Clinton is zich ervan bewust dat ze niet populair is onder de conservatieven in een over het algemeen conservatief land. Ze is al zo ver naar rechts overstag gegaan als ze maar kon om nog geloofwaardig te blijven. Als senator steunde ze heel wat wetsvoorstellen samen met haar republikeinse collega's. En die zeggen dat Hillary, tot hun grote verwondering, iemand is waar best mee samen te werken valt. Als het over de nationale veiligheid gaat, klinkt ze vastberaden en goed geïnformeerd. Haar binnenlandse agenda blijft weliswaar gematigd progressief, maar ze praat met meer respect over de motieven van diegenen die haar tegenstanders zijn in heikele kwesties zoals abortus. Ze gokt erop dat de kiezers in de democratische voorverkiezingen haar zullen vergeven dat ze de oorlog in Irak gesteund heeft, omdat ze willen winnen; en geen enkele andere democraat kan tippen aan haar sterallures, haar financiële middelen en haar organisatie. Mocht Clinton toch struikelen, dan staat een aantal minder befaamde voeten klaar om een stap voorwaarts te zetten. John Edwards, de voormalige senator voor Noord- Carolina en John Kerry's running mate in 2004, beschikt over voldoende charme en aanzien. Hij kan ook bogen op een redelijk opbeurend levensverhaal, maar hij is wel de meest oppervlakkige van alle ernstige mededingers. Hij zegt dat de Verenigde Staten uit twee naties bestaan: één ervan is rijk en de andere zo arm dat kleine meisjes zich geen winterkleding kunnen veroorloven. Zijn oplossing bestaat erin de vrijhandel te onderdrukken en efficiënte retailers die goedkope, geïmporteerde winterjassen verkopen, aan de kaak te stellen. Maar zullen de Amerikanen, nu de kosten voor de gezondheidszorg exploderen, echt een president willen die een fortuin verdiend heeft met het aanklagen van dokters? Andere democratische aspiranten zijn onder meer Evan Bayh en Barack Obama, allebei sympathiek en gematigd. Obama, de enige zwarte senator, is de meer charismatische van de twee, maar hij is ook een relatieve nieuwkomer. Hij werd pas in 2004 in de Senaat verkozen. Bayh, een voormalige gouverneur van Indiana, kan zich beroepen op meer ervaring in de uitvoerende macht dan de meeste senatoren, Hillary Clinton inbegrepen. Als gouverneur zette hij een indrukwekkende prestatie neer, onder meer door de belastingen te verlagen, de begroting in evenwicht te brengen en zijn post te verlaten met een populariteitspercentage van 80 %. Aan de kant van de republikeinen is senator John McCain van Arizona de koploper. Hij is een oorlogsheld die ooit nog door de Vietcong gefolterd werd. Hij beschikt over de nodige ernst om de oorlog tegen het terrorisme voort te zetten, maar ook over voldoende wijsheid om te beseffen dat de overwinning deels afhangt van Amerika's bereidheid om hoge morele normen te hanteren bij de oorlogsvoering. Onbesliste kiezers kunnen het appreciëren dat hij in verzet komt tegen Bush. Republikeinen vinden het goed dat hij dat doet zonder de president schaamteloos te ondermijnen. Maar de sociaal-conservatieve vleugel binnen de partij heeft twijfels over hem. En zijn leeftijd (in 2008 wordt hij 72) en opvliegendheid zouden de kiezers wel eens kunnen afschrikken. Alternatieven voor McCain zijn onder meer Rudy Giuliani en Mitt Romney. Giuliani, die op 11 september 2001 burgemeester was van New York, kan onwrikbare antiterreurgeloofsbrieven voorleggen en heeft aantrek over de partijgrenzen heen. Maar zijn privéleven is niet onbesproken en het zou kunnen dat hij besluit om niet mee te doen. Romney daarentegen wordt niet door twijfels geteisterd. Hij maakte zijn fortuin als durfkapitalist en redde ooit de Olympische Winterspelen in Salt Lake City. Hij was een redelijk succesvolle republikeinse senator van een van de meest liberale staten, Massachusetts. Hij zal zichzelf willen verkopen als iemand die zaken voor elkaar krijgt. Zo werkte hij samen met de democraten om het algemeen ziekteverzekeringsprogramma van Massachusetts in het leven te roepen. Sommige kiezers zullen er echter een handicap in zien dat hij een mormoon is. Kortom, de race ligt zo wijd open als de grens met Mexico. De auteur is correspondent van The Economist in Washington. Robert Guest