Op 9 november 1993 waren de Amerikaanse politici Al Gore (toen vicepresident) en zakenman-politicus Ross Perot te gast bij nieuwszender CNN. Ze voerden een pittig debat over de oprichting van de Nafta, de Noord-Amerikaanse vrijhandelszone. Volgens Perot was de Nafta een uitvinding van de duivel die de VS massa's banen zou kosten. Daarom stelde hij voor als compensatie om bijkomende invoerrechten te heffen op Mexicaanse producten. Mexico zou deel uitmaken van de Nafta-vrijhandelszone.
...

Op 9 november 1993 waren de Amerikaanse politici Al Gore (toen vicepresident) en zakenman-politicus Ross Perot te gast bij nieuwszender CNN. Ze voerden een pittig debat over de oprichting van de Nafta, de Noord-Amerikaanse vrijhandelszone. Volgens Perot was de Nafta een uitvinding van de duivel die de VS massa's banen zou kosten. Daarom stelde hij voor als compensatie om bijkomende invoerrechten te heffen op Mexicaanse producten. Mexico zou deel uitmaken van de Nafta-vrijhandelszone. Gore counterde Perot door te verwijzen naar de beruchte Smoot-Hawley-wet van 1930. Door deze wet werden de invoerrechten verhoogd op 20.000 producten. Volgens Gore was dat een van de aanleidingen van de Grote Depressie van de jaren dertig. Perot spartelde nog wat tegen door te stellen dat beide situaties niet vergelijkbaar waren. Hij verloor het debat en enkele weken later werd de oprichting van de Nafta door het Amerikaanse congres goedgekeurd. Als het protectionistische spook opduikt, wordt steevast naar de Smoot-Hawley Act verwezen. Reed Smoot en Willis Hawley waren twee republikeinse parlementsleden. "Dat is geen toeval", schrijft auteur Douglas Irwin in Peddling Protectionism. Smoot-Hawley and the Great Depression. "De republikeinen waren ooit de citadel van het protectionisme." Ook president Herbert Hoover die de wet in 1930 goedkeurde, was een republikein. In het boek ontkracht Irwin de mythe dat deze wet de oorzaak was van de depressie van de jaren dertig. "Monetaire en financiële factoren waren veel belangrijker", stelt Irwin. Bovendien werden de bouwstenen van de wet al in 1928 gelegd toen de Amerikaanse economie nog goed draaide. De oorsprong van de wet ligt in de belofte van beide parlementsleden aan hun kiezers, vooral boeren, om de binnenlandse markt af te schermen van goedkope buitenlandse import. Dat twee jaar later een manifest ondertekend werd door 1028 (!) economen die stelden dat de wet contraproductief zou zijn, maakte geen enkele indruk op de politici. Ze verklaarden dat de academici te veel in hun ivoren toren verbleven en de echte wereld niet kenden. De economisten kregen uiteraard gelijk. Vrijhandel blijft de beste manier om de welvaart te verhogen. Irwin, een economist verbonden aan Dartmouth College, probeert enigszins begrip op te brengen voor deze Tariff Act, zoals de wet officieel heette. Invoerrechten waren toen een belangrijke bron van inkomsten voor de overheid. De inkomsten via de personenbelasting en de belasting op vennootschapswinsten waren toen heel beperkt. Oorspronkelijk werkte de invoering van Smoot-Hawley zelfs. De opbrengsten door deze verhoogde tarieven stegen zoals verwacht en de binnenlandse markt werd effectief afgeschermd. Het probleem ontstond pas toen andere landen, zoals Canada, vergeldingsmaatregelen namen tegen deze oneerlijke wet. Dat was het echte startschot van een protectionistische golf. Het uiteindelijk resultaat was dat de wereldhandel in elkaar stortte. Tussen 1929 en 1932 daalde de import in de VS met 40 procent, de export met de helft. Vandaag staat de Smoot-Hawley Act synoniem voor een kortzichtige en contraproductieve beslissingen van politici die denken dat protectionisme welvaartsverhogend kan werken. Douglas Irwin, Peddling Protectionism: Smoot-Hawley and the Great Depression, Princeton University Press, 2011, 256 blz., 25 euro. THIERRY DEBELS