Enkele weken geleden wijzigde de Duitse regering de klimaatwet. Die bepaalt hoe Duitsland tegen 2045 klimaatneutraal moet worden. De Duitse industrie, energiebedrijven en consumenten staan voor een krachttoer. De vraag wie de lasten van de klimaatverandering draagt, zal bepalend zijn.
...

Enkele weken geleden wijzigde de Duitse regering de klimaatwet. Die bepaalt hoe Duitsland tegen 2045 klimaatneutraal moet worden. De Duitse industrie, energiebedrijven en consumenten staan voor een krachttoer. De vraag wie de lasten van de klimaatverandering draagt, zal bepalend zijn. Volgens berekeningen van Felix Matthes van het Öko-Institut in Berlijn heeft Duitsland nog een emissiebudget van 6,1 miljard ton CO2. Als het zo doorgaat, blijft nauwelijks iets over voor de jaren na 2030. "De technologieën voor de verandering zijn beschikbaar", meent Matthes. In een studie voor de Climate Neutrality Foundation berekenden hij en een team van onderzoekers welke weg Duitsland moet afleggen. Het belangrijkste instrument: de CO2-prijs. Hoe hoger, hoe groter de stimulans om de emissies te beperken. Maar dat is volgens Matthes niet genoeg. Er zijn andere financieringsinstrumenten nodig. "Het komt erop aan de mechanismen slim te combineren", zegt hij. "Zo snel mogelijk, maar ook op zo'n manier dat niemand achterblijft." De ingenieur kreeg van de Duitse regering de opdracht uit te werken welke lasten de burgers dragen en hoe ze eerlijk kunnen worden verdeeld. Het energieverbruik van gebouwen veroorzaakt bijna een derde van de broeikasgasemissies in Duitsland. Toch wordt elk jaar maar 1 procent van de gebouwen gerenoveerd. Dat tempo moet hoger, tot 1,75 procent per jaar, stelt de denktank Agora Energiewende. Olie- of gasverwarmingssystemen zouden na 2025 nog maar in uitzonderlijke gevallen worden gebruikt, warmtepompen winnen aan belang. De overheid steunt al de vervanging van ramen, de isolatie van gevels en de vernieuwing van verwarmingssystemen. Bij de installatie van warmtepompen betaalt ze tot de helft. Toch mist Duitsland nu al zijn klimaatdoelstellingen in de bouwsector. Overheidsgeld alleen zal dus niet volstaan. Maar wie moet meebetalen? Daarover is een sociaal conflict aan de gang, vooral tussen huurders en verhuurders. Sinds januari is de bouwsector opgenomen in de nationale handel in emissierechten. Het kost 25 euro om 1 ton CO2 uit te stoten. Stookolie is daardoor 7,9 cent per liter duurder geworden, aardgas 0,6 cent per kilowattuur. Tot nu toe konden de verhuurders die kosten doorrekenen aan hun huurders. In de toekomst zullen zij de heffingen delen. Een gezin met één kind dat in een huurwoning woont, zou maar de helft van de heffing hoeven te betalen: 43,30 in plaats van 86,60 euro per jaar. En de prijs zal snel stijgen. De eigenaars protesteren: zij hebben geen invloed op het elektriciteits- en warmteverbruik van de huurders, luidt de kritiek. De sleutel tot klimaatneutraliteit is elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, zoals de zon of wind. Het Öko-Institut berekende dat de vraag naar elektriciteit in Duitsland tegen 2030 met 9 procent zal stijgen. Bruinkool- en steenkoolcentrales moeten sluiten. De gevolgen: een enorm productietekort, een schaars aanbod en hoge elektriciteitsprijzen. De tendens op de energiemarkt versterkt dat. Al maanden stijgen de prijzen die exploitanten van elektriciteitscentrales per ton CO2 moeten betalen snel. Met meer dan 50 euro is een emissiecertificaat nu meer dan twee keer zo duur als zes maanden geleden. Dat stimuleert de exploitanten om over te schakelen op hernieuwbare-energiebronnen. De Duitse regering wil de opbrengsten van de CO2-belasting gebruiken om de elektriciteitskosten te verlagen. Of en wanneer dat zal gebeuren, is onduidelijk. Er is zelfs nog geen compensatie voor burgers met een laag inkomen, die de hoge elektriciteitsprijzen nauwelijks kunnen betalen. De enige oplossing is de uitbreiding van wind- en zonne-energiecentrales. Maar in plaats van de geplande 3 gigawatt aan nieuwe windenergiecapaciteit per jaar is Duitsland er slechts in geslaagd 1 gigawatt extra te produceren. De belangrijkste oorzaken zijn de lange goedkeuringsprocedures en de weerstand van natuurbeschermers en omwonenden. De oude doelstelling van 65 procent groene stroom tegen 2030 wordt al jaren niet gehaald.Volgens de nieuwe klimaatwet moet het aandeel van duurzame energie tegen die tijd minstens 70 procent bedragen, aldus Matthes' berekeningen. Een noodprogramma, dat de coalitie tegen het einde van de legislatuur wil aannemen, kan helpen. Als de industrie al in 2045 klimaatneutraal moet zijn, mogen er na 2030 vrijwel geen voertuigen met een verbrandingsmotor meer worden verkocht, heeft het adviesbureau BCG berekend. Ruim 90 procent van de nieuw ingeschreven personenauto's zou elektrisch moeten zijn. Christian Hochfeld, de directeur van de denktank Agora Verkehrswende, pleit voor een drastische aanscherping van de uitstootlimiet, die nu 95 gram CO2 per kilometer bedraagt. "In 2030 moeten we daar ongeveer 75 procent onder zitten", zegt hij. Ook de consumenten hebben een stimulans nodig om over te schakelen op elektrische mobiliteit, zoals een aanzienlijk hogere CO2-prijs voor brandstoffen. Sinds januari bedraagt de prijstoeslag 6,9 cent per liter benzine en 7,8 cent per liter diesel. Als de CO2-prijs volgend jaar zou stijgen van 25 naar 45 euro per ton, zoals de CDU had voorgesteld, zou benzine nog eens 5,5 cent en diesel 6,2 cent duurder worden. De SPD weigert dat te doen uit angst voor de toorn van chauffeurs met een laag inkomen. De partij is erin geslaagd de verhoging uit het noodprogramma te halen. Dat kan veranderen, als de CDU/CSU en de Groenen de volgende regering vormen. Of het nu gaat om huisvesting, vervoer of elektriciteitsprijzen, de kosten van de klimaatbescherming wegen onevenredig zwaar op mensen met een laag inkomen. Ottmar Edenhofer, de directeur van het Potsdam Institute for Climate Impact Research, stelt een stappenplan voor. Ten eerste moet de regering haar CO2-inkomsten gebruiken om de elektriciteitskosten te verlagen, die voor mensen met een laag inkomen een groter deel van het gezinsbudget uitmaken dan voor de rijken. In de tweede stap zou de overheid aan alle burgers een gelijke klimaatpremie moeten uitkeren. Dat zou de verliezen voor de laagverdieners meer dan compenseren en de sociale kloof tussen rijk en arm verkleinen.Klaus Müller, het hoofd van de Federatie van Duitse Consumentenorganisaties, gaat verder: "Alle extra inkomsten uit de CO2-toeslagen moeten terugvloeien naar de burgers." Dat zou een belangrijke stap zijn om ervoor te zorgen dat klimaatbescherming een breed maatschappelijk draagvlak vindt.