Wie zich tot het Nederlandse taalgebied beperkt, zou haast denken dat schrijven voor de Britse historicus Max Hastings bandwerk is. Nog geen jaar geleden verscheen zijn boek over de Koreaanse oorlog, en nu het 800 pagina's tellende werk over de Vietnamoorlog. In werkelijkheid was het eerste een wat late vertaling - zo'n dertig jaar na de oorspronkelijke publicatie in het Engels - terwijl het tweede vrijwel onmiddellijk zijn weg naar de ver...

Wie zich tot het Nederlandse taalgebied beperkt, zou haast denken dat schrijven voor de Britse historicus Max Hastings bandwerk is. Nog geen jaar geleden verscheen zijn boek over de Koreaanse oorlog, en nu het 800 pagina's tellende werk over de Vietnamoorlog. In werkelijkheid was het eerste een wat late vertaling - zo'n dertig jaar na de oorspronkelijke publicatie in het Engels - terwijl het tweede vrijwel onmiddellijk zijn weg naar de vertaler vond. Maar een stevige bedrijvigheid is hem niet vreemd. Op zijn zeventigste heeft hij zowat 28 werken op zijn actief en het lijkt wel of hij over elke oorlog schreef. Van Vietnam was Hastings als journalist voor de BBC een kroongetuige. Hij bezocht soldaten op het terrein, was op persconferenties van de Amerikaanse president, maar tekende ook present toen Saigon viel. Toch is het ver zoeken naar enig persoonlijk perspectief, daar is hij te professioneel voor. Wat betekende de oorlog voor de burger en de soldaten, ongeacht tot welk kamp ze behoorden? Dat is de insteek. Twee derde van de Amerikanen die naar ginder trokken, werden nauwelijks aan enige gevaar blootgesteld. Dat lag voor de Vietnamezen anders. Voor elke Amerikaan stierven veertig Vietnamezen, 2 miljoen in totaal. Vaak wordt het conflict als een louter Amerikaans-Vietnamees treffen gezien, maar Hastings heeft ook aandacht voor de rol van de Fransen. Ze waren bijzonder wreedaardig, en daar hebben ze de prijs voor betaald. Interessant blijft de communistische leider Ho Chi Minh. De man bezat, onder een laagje vernis van minzaamheid, een eigenschap eigen aan alle revolutionairen: meedogenloosheid. Bij de Amerikanen spelen zelfoverschatting en een gebrek aan vermogen zich te verplaatsen in de anderen een belangrijke rol. De Fransen hadden gefaald, maar dat zou met het machtigste leger ter wereld anders zijn, dacht men. Churchill waarschuwde de Amerikanen voor de gevaren, maar dat bracht Washington niet op andere gedachten. De Vietnamezen zouden bezwijken voor de Amerikaanse droom en welvaart, meende men naïef. Het militaire aspect wordt vaak overschat. In werkelijkheid draaide het rond het winnen van de harten en hoofden van de Vietnamezen. En daarin faalden de Verenigde Staten.