Alsof de kater na het nieuwjaarsgefuif nog niet genoeg was, zette Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (de Federal Reserve of Fed), op 3 januari iedereen in één klap met beide voeten op de grond. De Fed deed twee ongewone dingen op die dag. Ten eerste verminderde ze haar belangrijkste rentevoet met 50 basispunten (0,5 procentpunt) en niet met de 25 basispunten die stilaan klassiek waren geworden. Ten tweede nam de Fed haar beslissing op een speciaal bijeengeroepen vergadering van het Federal Open Market Committee. De volgende vergadering van dat comité is pas voor 30 januari gepland.
...

Alsof de kater na het nieuwjaarsgefuif nog niet genoeg was, zette Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (de Federal Reserve of Fed), op 3 januari iedereen in één klap met beide voeten op de grond. De Fed deed twee ongewone dingen op die dag. Ten eerste verminderde ze haar belangrijkste rentevoet met 50 basispunten (0,5 procentpunt) en niet met de 25 basispunten die stilaan klassiek waren geworden. Ten tweede nam de Fed haar beslissing op een speciaal bijeengeroepen vergadering van het Federal Open Market Committee. De volgende vergadering van dat comité is pas voor 30 januari gepland. De reden waarom de Fed die twee ongewone stappen ondernam, moeten we niet ver zoeken. Het ziet er voor de Amerikaanse economie in 2001 een stuk slechter uit dan de consensusvisie op dit moment weergeeft. En dus komt Alan Greenspan in actie. "De zaken gingen op korte termijn snel achteruit. Dat geldt zeker voor de Verenigde Staten en Japan, in mindere mate ook voor de eurozone. Als we onze voorspellingen van midden december 2000 vandaag overdeden, zouden we zeker een stuk lager uitkomen," zeggen de makers van de Economic Outlook van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso). Hoe liggen nu, ruim één week in 2001, de conjunctuurkaarten echt geschikt? We bekijken achtereenvolgens de VS, de eurozone, Japan, China en India, en enkele individuele brandhaarden. De eerste vijf gebieden maken ruim 60% van het totale bruto binnenlands product (BBP) van de wereld uit (zie tabel: De wereldeconomie). Verenigde StatenAmerika, dat 21,5% van de totale wereldeconomie vertegenwoordigt, staat voor de grote ontnuchtering. Niemand betwist nog wat Paul Samuelson verderop in dit nummer stelt: "De vraag is niet langer of er een recessie komt, maar of ze lang of kort en mild of scherp zal zijn" (zie blz. 54). In het tweede kwartaal van 2000 groeide de Amerikaanse economie op jaarbasis nog met 5,6%, in het derde kwartaal nog slechts met 2,4%. Dat is historisch gezien een buitengewoon grote terugval tussen twee kwartalen. Bovendien zakte de index die de stemming onder de Amerikaanse aankoopmanagers meet in november tot het laagste peil sinds april 1991. En de algemene conjunctuurindicator van de gereputeerde Conference Board kende over de maanden oktober en november haar scherpste daling sinds maart 1995. Voeg aan die weinig opbeurende berichten toe dat de globale opbrengst van aandelen in 2000 met 11,6% daalde, de slechtste prestatie sinds 1974 (weliswaar na een gemiddelde jaarlijkse stijging van 30% in de voorgaande vijf jaar), dat steeds meer firma's winstwaarschuwingen en afdankingen de wereld insturen, dat het consumentenvertrouwen afneemt en dat de eindejaarsverkoop in de distributiesector behoorlijk tegenviel, en je krijgt het beeld van een economie die onvermijdelijk in een recessie glijdt.Er bestaan aanwijsbare oorzaken voor het gesputter van de zo geroemde Amerikaanse groeimachine. De forse stijging van de olieprijs in het halfjaar tot midden 2000 en de verhoging van de kortetermijnrentevoeten met 175 basispunten tussen mei 1999 en mei 2000 trokken een rood spoor door de bedrijfsresultaten. Die werden ook nog eens negatief beïnvloed door overinvesteringen, vooral in de hightechsectoren. Deze evolutie zette de aandelenkoersen onder een neerwaartse druk, wat de investeringen remde als gevolg van de verhoogde kosten van kapitaal. Ook het effect op de consumptie was negatief, omdat het rijkdomeffect dat de voorbije jaren de privé-consumptie aandreef nu in de andere richting begon te werken.Binnen de Fed leeft duidelijk de vrees dat de met schulden beladen Amerikaanse bedrijven en consumenten hun financiële verplichtingen niet meer zullen kunnen nakomen als een teruglopende conjunctuur samenvalt met hoge rentevoeten. Bovendien heerst er bezorgdheid over het Amerikaanse bankwezen. De hogere risicopremie die de obligatiemarkten sinds september 2000 voor papier van deze instellingen willen, zegt voldoende. De Amerikaanse banken worden geconfronteerd met nog een andere wet uit de oude economie: naarmate een economische expansie aanhoudt, gaat de kwaliteit van de bijkomende debiteuren erop achteruit.Op basis van deze gegevens voorspelt de Oeso 3,5% groei voor de VS dit jaar. Vergeet dat maar. Een groei van 2% zal lang niet slecht zijn. De voozichtigheid gebiedt dat we ons voorbereiden op nog minder.EurozoneHet eurogebied, dat 16,2% van de wereldeconomie voor zijn rekening neemt, lijkt over betere papieren dan de VS te beschikken - ook als je in aanmerking neemt dat de conjunctuur al in de eerste helft van vorig jaar piekte. International Herald Tribune maakt het onderscheid tussen de euro-line en de euro-whine. Het eerste slaat op het officiële verhaal van politici en centrale bankiers dat blaakt van optimisme. Het tweede betreft de boodschap van voorzichtigheid bij privé-analisten en ondernemingen. De tekenen die op tragere groei wijzen, kunnen we niet ontkennen. De groei van de globale vraag binnen de eurozone loopt sinds april 2000 terug. Ondertussen nemen de voorraden toe. De voorlopende conjunctuurindicator van de Oeso daalde in oktober voor de vijfde achtereenvolgende maand. De stemming onder de aankoopmanagers in de eurozone zakte in november voor de achtste maand op rij.Het is zeer moeilijk in te schatten hoe negatief de impact van de Amerikaanse recessie op het eurogebied zal zijn. We mogen bovendien een positieve impuls verwachten van de belastingverlagingen onder meer in Duitsland, Frankrijk en Italië. Die landen zijn samen goed voor 70% van de euro-economie.De Oeso voorspelt 3,1% groei voor euroland in 2001. Dat kunnen we enkel nog halen als de Europese Centrale Bank ( ECB) snel optreedt, zoals de Fed op 3 januari deed. Een groei van 2,5% moet kunnen, minder dan 2% zou verrassend zijn. JapanJapan sjokt verder op het slechte pad, ook al maakt het land nog altijd 7,8% van de wereldeconomie uit. Na 0,2% groei in 1999 en 1,9% in 2000, glijdt de economie weer weg. De werkloosheid stijgt, de bedrijfswinsten blijven beneden alle peil, het consumentenvertrouwen daalt en de Nikkei-index zakte van 20.000 in het voorjaar tot ongeveer 14.000. Bovenal komt er maar niets in huis van een grote schoonmaak in de financiële sector. De banken kunnen of willen hun normale rol in het doorgeven van een stimulerend, gericht monetair beleid niet spelen. Ondertussen joegen de van corruptie doordrongen pogingen om via infrastructuurwerken de economie weer op gang te krijgen de totale staatsschuld op tot boven de 140% van het BBP. Velen in het Westen schrijven Japan af; steeds meer Japanners doen dat ook. De Oeso voorspelt - lach niet - 2,3% groei voor Japan dit jaar. Laten we het erbij houden dat, tenzij de overheid de cijfers wederom zwaar masseert, iets boven 0% al opmerkelijk zou zijn.En de restChina en India, die respectievelijk 10,6% en 5,5% van de wereldeconomie vertegenwoordigen, zullen volgend jaar 6% reële economische groei wellicht halen, maar kampen toch ook met ernstige problemen. In China heeft de regering het vijfde stimuleringsprogramma sinds de Aziatische crisis aangekondigd. Na 44 miljard dollar extra te hebben gespendeerd met de vorige vier pakketten, zou het nu om 18 miljard dollar gaan.In India klimt dit jaar, tien jaar na de start van de liberalisering, het globale overheidstekort boven de 10% uit. Binnen en buiten India zorgt dat voor toenemende nervositeit.En dan zijn er nog landen als Brazilië, Rusland, Mexico, Indonesië, Argentinië en Turkije, die om uiteenlopende redenen roet in het eten kunnen gooien. Geen van deze landen weegt erg zwaar door in de wereldeconomie, maar contaminatie-effecten kunnen soms snel en diepgaand inwerken. Bovendien loert altijd ergens een verrassing. Wat denkt u van de Europese kandidatuur van Polen, dat af te rekenen heeft met een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans gelijk aan 7,5% van het BBP?johan van overtveldt