Voor de Chinese president Hu Jintao zal 2007 uitdraaien op een politieke krachtmeting. Naar het einde van het jaar toe zal hij het vijfjaarlijkse congres van de Communistische Partij voorzitten. Dat congres is een cruciaal forum voor de aanstelling van de volgende generatie Chinese leiders. Voor Hu wordt het zijn eerste congres als partijleider
...

Voor de Chinese president Hu Jintao zal 2007 uitdraaien op een politieke krachtmeting. Naar het einde van het jaar toe zal hij het vijfjaarlijkse congres van de Communistische Partij voorzitten. Dat congres is een cruciaal forum voor de aanstelling van de volgende generatie Chinese leiders. Voor Hu wordt het zijn eerste congres als partijleider Hu heeft na dat conclaaf nog vijf jaar te doen. En de spanning zal stijgen. Want China bereidt zich voor op de Olympische Spelen, zet zich schrap zet voor verkiezingstumult in Taiwan en spant zich in om een op hol geslagen economie te stabiliseren. Het congres - het zeventiende sinds de oprichting van de partij in 1921 - valt net halverwege de ambtstermijn van Hu. Sinds zijn aanstelling als partijleider, net na het jongste congres in 2002, heeft hij getracht om het imago van de partij te verbeteren. Zijn beleid was erop gericht tegemoet te komen aan de verzuchtingen van al wie tijdens de economische hervorming uit de boot viel: de landbouwers, de werklozen en de armen in de steden, die zich de pijlsnel stijgende kosten van huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg niet langer kunnen veroorloven. De resultaten van dat beleid zullen in de aanloop naar de bijeenkomst nauwkeurig onder de loep genomen worden door de partij en het publiek. Heel wat gewone Chinezen zullen zich daarbij afvragen wat er nu precies veranderd is. Maar een grotere zorg voor Hu in de komende maanden is het organiseren van de promotie van zijn eventuele opvolgers. Hu bracht zelf tien jaar door in de politieke coulissen vooraleer hij zijn huidige functie opnam. Na het congres en een bijeenkomst van het centraal comité onmiddellijk daarna zal waarschijnlijk iemand (ongetwijfeld een man) bevorderd worden naar een ondergeschikte positie in de permanente commissie van het politbureau om dan uiteindelijk de macht over te nemen. Onder de verwachte kandidaten zijn er drie provinciale partijleiders: Li Keqiang van de noordoostelijke provincie Liaoning, Li Yuanchao van de kustprovincie Jiangsu en Xi Jinping van de provincie Zhejiang ten zuiden van Jiangsu. De twee laatstgenoemden hebben ooit al toezicht gehouden op kleine, lokale hervormingsexperimenten. Maar algemeen wordt toch verwacht dat de opvolgers van Hu niet zullen afwijken van zijn uiterst voorzichtige benadering van politieke verandering. In 2007 zal Hu ook eigenzinnige districten moeten intomen. Ze dwarsbomen zijn inspanningen om de economie, die nog altijd dreigt te oververhitten, te bedwingen. Hoezeer het leiderschap de markteconomie ook in de armen lijkt te sluiten, toch blijft het uiterst behoedzaam als het erover gaat om de interestvoeten en de waarde van de munt door de markt te laten bepalen. Hu en zijn eerste minister Wen Jiaboa zullen hun pogingen opdrijven om de lokale overheden zo bang te maken, dat ze hun investeringswoede in bedwang houden. Enkele van de meest flagrante verstoorders van het centraal gezag zullen worden gestraft. Een dergelijke tactiek heeft doorgaans echter hoogstens een kortetermijneffect. En het naderen van het partijcongres en van de Olympische Spelen in 2008 zal Hu bijzonder afkerig maken van ingrijpende maatregelen om de economie te temmen. Ondanks een nieuw recordoverschot op de handel met Amerika in 2006, zal hij niet buigen voor de eisen van sommige Amerikaanse politici om de yuan aanzienlijk op te waarderen. Want dat, zo vreest China, zou alleen maar de werkloosheid aanzwengelen en bijgevolg de sociale stabiliteit ondermijnen. Andere hoofdbrekens voor Hu in 2007 worden de relaties met Hongkong en Taiwan. In Hongkong kan de centrale overheid er gerust op zijn dat haar favoriete kandidaat voor de functie van chiefexecutive, de regerende Donald Tsang, in maart voor de vijf volgende jaren herkozen wordt. De China-aanhangers domineren immers het verkiezingscomité. Tsang zal echter onder toenemende druk komen te staan om het algemeen stemrecht in te voeren, iets wat China niet wil. De tiende verjaardag van de machtsoverdracht aan China in juli 1997 zal het debat over het trage tempo van de democratisering aanzwengelen. Terwijl de partij zich voorbereidt op haar congres, zal de campagne voor de parlementsverkiezingen in Taiwan volop lopen. Zoals gebruikelijk, zal de centrale vraag zijn in welke mate Taiwan zijn onafhankelijkheid ten opzichte van het vasteland moet bevestigen. China zal waarschijnlijk wel zijn ongerustheid inslikken, omdat het zich een welwillend imago wil aanmeten in de aanloop naar de Olympische Spelen. Met de nog meer cruciale verkiezingen voor het presidentschap (maart 2008) in het vooruitzicht, wil China het zijn criticasters op het eiland ook niet te gemakkelijk maken. De kans is immers groot dat de nationalistische oppositiepartij Kuomintang, die betere relaties met China voorstaat, het haalt in de presidentsverkiezingen en de heerschappij over het eiland, die ze vijftig jaar lang voerde tot de overwinning van Chen Shui-bian van de Democratische Progressieve Partij in 2000, herwint. Ook de aanloop naar de Spelen kan nog voor verrassingen zorgen. Hu zou vóór het evenement kunnen proberen om het imago van China op te poetsen door een of ander gebaar van verzoening te maken naar de Dalai Lama, het Vaticaan of zelfs naar Taiwan, zodra daar de presidentsverkiezingen achter de rug zijn. Het is evenwel zeker dat critici van de partij, zowel in als buiten China, de Olympische Spelen zullen aangrijpen om hun zaak meer onder de aandacht te brengen in de komende maanden. Hu zal waarschijnlijk reageren met een nog nadrukkelijkere poging om de media, het internet en om het even welke georganiseerde dissidentie te onderdrukken. De auteur is correspondent van The Economist voor China. James Miles