De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.
...

De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.Tot 1994 kende ons land een verplichte dienst. De militaire dienstplicht werd in 1963 voor gewetensbezwaarden uitgebreid met de keuze voor een burgerplicht. Het einde van de Koude Oorlog, de discriminatie tussen man en vrouw en de tijdsgeest in het algemeen lagen aan de basis van de afschaffing. Voeg daarbij een ijverige minister die er toen electoraal voordeel in zag en de klus was wel heel snel geklaard. Ook in vele andere Europese landen werd rond die tijd de dienstplicht afgeschaft. Vandaag kunnen we betreuren dat er geen verplichte dienst aan de gemeenschap meer is. Toegegeven, de dienst gold lang niet voor iedereen en baadde niet direct in een sfeer van groot enthousiasme. Voor velen waren het deels verloren, lege maanden. Toch waren er ook positieve elementen. Jongeren werden geconfronteerd met meer discipline, met verplicht dagelijks sporten, met kosteloze inzet, met werken in teamverband, met verantwoordelijkheidszin. Hoewel de tijden veranderd zijn, blijft dienst aan de gemeenschap nuttig. Misschien kan het idee op andere manieren opnieuw zinvol ingevuld worden. Het liefst op vrijwillige basis, maar waar nodig met enige druk. Wie vandaag door omstandigheden voor zijn dagelijkse kosten moet terugvallen op gemeenschapsgeld zou hiervoor toch iets kunnen terugdoen, ieder naar mogelijkheden en talenten. Uiteraard zijn er tegenargumenten. Zoiets organiseren, wordt niet gemakkelijk en het spook van administratieve rompslomp loert om de hoek. En misschien vormt het concurrentie voor de reguliere economie? Toch mogen we niet blind zijn voor de mogelijke voordelen. Een zinvolle taak geeft waardigheid aan het leven en bevordert de maatschappelijke integratie. Een verplichte dienst vermindert ook de sociale fraude en het daarmee gepaard gaande oneigenlijke gebruik van gemeenschapsgeld. Ook ondernemingen kunnen een cruciale rol spelen. Wie de actualiteit in onze grote steden volgt, beseft dat we met een immens probleem zitten dat echter schromelijk wordt onderschat. Massa's jongeren, onder wie velen van allochtone origine, verlaten de school zonder diploma, geraken moeilijk geïntegreerd in de samenleving en komen veelal terecht in de werkloosheid. In de jaren zestig moest de Antwerpse chemie bakkers en slagers aantrekken om te kunnen groeien. Vijftig jaar later zullen de bedrijven opnieuw verplicht zijn hun poorten te openen voor laag- of verkeerd geschoolden. Dat is een gevolg van een weinig doordachte migratiepolitiek en onvoldoende belangstelling voor technische opleidingen. Ondernemingen zullen die jongeren zelf moeten opleiden, en hen wat discipline en motivatie bijbrengen. Er is geen alternatief. Om die economische dynamiek aan te sturen, mist de politiek slagvaardigheid en geloofwaardigheid. Ondernemers kunnen die leemte opvullen en een voortrekkersrol spelen. Noem dit de plicht om maatschappelijk dienstig te zijn of maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Een goede onderneming onderscheidt zich door de centrale plaats die de klanten en de medewerkers krijgen. Wie alleen het eigen kortetermijngewin achternaloopt, mist duurzaamheid en belazert vroeg of laat zijn klanten. Veel banken kunnen erover meepraten. Maar ook wie de begeleiding, de opleiding en de opvolging van zijn medewerkers verwaarloost, legt een hypotheek op de toekomst van het bedrijf. Wie aan het hoofd staat van een bedrijf heeft de plicht goed te zorgen voor de medewerkers van vandaag en voor de generatie van morgen. Deze plicht is geen ondraaglijke last wanneer ze mee gedragen wordt door een breed maatschappelijk respect en wanneer ze voortvloeit uit passie en uit de overtuiging dat wij in staat zijn bakens en bergen te verzetten. Om al die plichten naar behoren te vervullen, is er nood aan doordacht handelen, maar ook aan evenwichtigheid en aan kritische zelfreflectie. Ondernemers hebben daarom nog een bijkomende plicht. Ze zijn het aan zichzelf, aan hun omgeving, aan hun bedrijf, aan hun klanten en aan hun medewerkers verplicht mentaal en fysiek in topvorm te zijn. Zij hebben de plicht goed te zorgen voor zichzelf. Door naast keihard te werken ook geregeld uit te rusten, te bezinnen, te luisteren en te genieten van momenten van stilte en reflectie. Het nieuwe jaar biedt een ideale gelegenheid voor goede voornemens! JOHN DEJAEGERHoewel de tijden veranderd zijn, blijft dienst aan de gemeenschap nuttig.