Het boek van Thomas Piketty oogstte een storm aan lof, maar de laatste tijd lijkt een storm aan kritiek op te steken. De blikvanger was de aanval van de Financial Times vorige maand. De Britse zakenkrant had het gemunt op de data die Piketty gebruikt als bewijs voor de groeiende vermogensongelijkheid. Volgens Piketty hadden de 10 procent rijkste Britten 71 procent van het totale Britse vermogen in handen in 2010. De Financial Times komt uit op 44 procent.
...

Het boek van Thomas Piketty oogstte een storm aan lof, maar de laatste tijd lijkt een storm aan kritiek op te steken. De blikvanger was de aanval van de Financial Times vorige maand. De Britse zakenkrant had het gemunt op de data die Piketty gebruikt als bewijs voor de groeiende vermogensongelijkheid. Volgens Piketty hadden de 10 procent rijkste Britten 71 procent van het totale Britse vermogen in handen in 2010. De Financial Times komt uit op 44 procent. "Dat zou betekenen dat Groot-Brittannië een van de meest egalitaire landen uit de geschiedenis is, zelfs meer dan Zweden ooit is geweest", sneerde Piketty vorige week in een paginalang antwoord op zijn website. De Financial Times baseerde zich op vermogensenquêtes bij gezinnen. Zulke enquêtes, waarbij mensen zelf moet zeggen hoe rijk ze zijn, onderschatten de grote vermogens, aldus Piketty. Bovendien hebben te weinig mensen de enquête beantwoord om besluiten te kunnen trekken. Piketty zelf baseerde zich op belastingen op onroerend goed. Bij het verschijnen van zijn boek heeft Piketty al zijn data netjes op internet gezet, precies om het debat over de meetbaarheid van vermogens te stimuleren en de kwaliteit van zijn data verder te verbeteren, schrijft hij nog. Het zou bijna een tweede boek vergen om alle kritieken en commentaren op Piketty's werk te bundelen. Volgens een aantal critici beschouwt Piketty kapitaal te veel als een homogeen blok met een uniform rendement. In werkelijkheid kent kapitaal een breed gamma aan verschijningsvormen en rendementen. Anderen trekken Piketty's stelling over de snelle accumulatie van kapitaal in twijfel, omdat mensen een groot deel van hun vermogen uitgeven op hun oude dag, en het dus niet oppotten. Nog anderen vinden Piketty te drammerig in zijn waarschuwingen voor "een inegalitaire spiraal die aan alle controle zal ontsnappen". Hij zou zijn lezers de vermogensongelijkheid als de hoogste prioriteit voorschotelen, alsof er in deze wereld geen andere problemen zijn. En bij zijn zware belastingen op topinkomens en grote vermogens stelt hij zich geen vragen over de negatieve effecten op de economie en het ondernemerschap. Het moet nog blijken of de kritiek fataal is voor zijn stellingen. Misschien doen sommige critici er niet slecht aan zijn boek echt te lezen. "We hebben geen vermogensbelasting nodig," donderde Harvard-econoom Martin Feldstein vorige maand in zijn column in The Wall Street Journal, "maar sterkere groei." De ironie wil dat bijna heel het boek van Piketty gaat over de trendmatige groeiverzwakking die ons te wachten staat, vooral door de demografische achteruitgang. Maar dat zal aan de aandacht van Feldstein ontsnapt zijn.