Afrika schreeuwt om investeerders. Maar ondanks naleving van alle officiële reglementeringen, worden ook Belgische investeringen in de kortste keren genekt. Herbert Capelle uit Brugge werd gevloerd in de Centraalafrikaanse Republiek.
...

Afrika schreeuwt om investeerders. Maar ondanks naleving van alle officiële reglementeringen, worden ook Belgische investeringen in de kortste keren genekt. Herbert Capelle uit Brugge werd gevloerd in de Centraalafrikaanse Republiek.Het zijn geen uitzonderingen. De pogingen vanuit Nigeria om buitenlandse investeerders met aanlokkelijke voorstellen te misleiden, zijn genoegzaam bekend. Steeds vaker duiken ook berichten op van Belgische investeerders die in Afrikaanse landen bedrijven oprichtten daarin warm aangemoedigd door de plaatselijke overheden maar er heel snel bekaaid vanaf komen. Het gaat om regelrechte "georganizeerde" afpersing. Met aktieve medewerking van de hoogste bewindvoerders.Enkele recente voorbeelden : onder de titel "Maffiapraktijken in Luanda" bracht Trends op 5 oktober '95 de zaak van de Belgisch-Libanese Nathaly's Group in de openbaarheid (afgelopen week door de Franse toppleiter Jacques Vergès nog extra in de media gebracht door spectaculaire inbeslagnames van Angolese staatsbezittingen en een claim van 25 miljoen VS-dollar op Petrofina). Op 12 oktober jl., onder de hoofding "Genekt door Afrikaanse grillen", bracht dit blad het relaas van Affimet dat in Burundi zijn miljoenen-investering teniet zag gaan, niettegenstaande een officiële toelating ( certificat d'entreprise franche n 001/93). In Brugge legt Herbert Capelle een zware turf op tafel : lovende persknipsels en brieven met gewichtige briefhoofden van een rist ministers uit de Centraalafrikaanse Republiek. Het zijn toelatingen en bonne et due forme, felicitaties, aanmoedigingen van zowat alle ministers. Er zijn brieven bij van de minister van Handel, van Financiën, van Binnenlandse Zaken en hun kollega's van Industrie, Veiligheid en Ekonomische Zaken. En van de eerste minister Jean Luc Mandaba, die op 14 september '94 uitdrukkelijk toestemming geeft om Capelles projekt te laten starten. Herbert Capelle kwam in mei '94 in Banguy aan om er de LNC, Loterie Nationale de la Centrafrique op te starten. De investeerdersgroep Balot (van de Belg Guy Lemmens uit Hasselt en de Nederlanders Guido Vioen en Hein Swinkels) had 20 miljoen Belgische frank veil voor het opstarten van deze nationale loterij. FARMACEUTICA.Balot zou 50 procent van de winst ontvangen en deze vanaf het derde jaar aanwenden voor de bouw van een farmaceutische produktie-eenheid SNPM/Société Nationale de Production de Médicaments. De andere helft van de winst zou naar de staatskas vloeien. Herbert Capelle heeft 25 jaar Afrika-ervaring in verschillende landen als konsulent voor onder andere de Wereldbank, het Europees Ontwikkelingsfonds, Franse en Nederlandse privé-firma's. Tot februari '94 was hij in Zaïre financieel direkteur bij l'Office des Routes. Zijn lokale partner en direkteur van de nieuwe Nationale Loterij in Banguy was de Brusselaar Edouard Petit, een man die jarenlang een naaste medewerker was van president Ange-Félix Patassé van de Centraalafrikaanse Republiek. In augustus '94 werden acht miljoen loterijbriefjes in Nederland gedrukt. Capelle : "We hoopten op een maandelijkse verkoop van 350.000 briefjes. De dag dat we zouden starten, 1 september, verzette de minister van Handel zich hiertegen. Op 14 september schreef de eerste minister aan zijn kollega dat dit tegenstrijdig was met de goedkeuring van het projekt op de ministerraad van 7 juli '94 en dat alles comform de wettelijke voorschriften was verlopen en dus moest doorgaan. Het werd een sukses. We verkochten 600.000 lotjes per maand. De Loterij stelde algauw 300 mensen te werk, ook striptekenaars, orkestjes. Met een publiciteitsbudget van 600.000 frank per maand deden we aan sponsoring, organizeerden we sportaktiviteiten en steunde de loterij sociale werken (zoals voor weeskinderen Voix du coeur en Onapha). Tot op 1 januari '95 de minister van Handel alweer verzet aantekent en op 1 maart manu militari de loterij wordt stilgelegd. We moesten van alles veranderen. Het werd ons zodanig moeilijk gemaakt, dat we er de brui aan gaven en eind april '95 vertrokken. President Patassé die aanvankelijk een entoesiaste supporter was zijn vrouw was lid van de raad van bestuur , wil ons zelfs niet meer ontvangen. Resultaat : 300 mensen zijn werkloos, het wagenpark is geplunderd, de gebouwen staan te verkommeren." Een noodkreet van Herbert Capelle in een brief van 3 maart 1995 aan de Belgische ambassadeur in Brazzaville (bevoegd voor de Centraalafrikaanse Republiek) is zonder meer onbeantwoord gebleven. Achteraf verneemt Capelle dat een Franse en een Italiaanse groep eveneens een licentie hadden ontvangen voor een nationale loterij. Hij vermoedt dat op het hoogste regeringsniveau verschillende belangen zijn gaan botsen. "Wij hebben ons verzet tegen steekpenningen. Alle financiële transfers zijn verlopen via BBL in Rijsel en de BIAO/Banque Internationale de l'Afrique de l'Ouest in Banguy. Ik wil ervoor waarschuwen dat dit soort mensen hun eigen handtekening of wetgeving niet respekteren. Ik ben gevraagd door een Westvlaamse kartonfabriek die in Uganda wil investeren. Wat moet ik doen ?" zucht Capelle. E.B.HERBERT CAPELLE (AFRIKA-KONSULENT) Afrikaanse leiders misbruiken buitenlandse investeerders.