"Mijn schilderijen tonen mijn argwaan tegenover onze visueel georiënteerde samenleving", zeg ik. Ik kijk dromend naar het plafond. De journalisten knikken en noteren. "Ik stel beelden voortdurend in vraag. Ik bewerk ze en onthecht ze."
...

"Mijn schilderijen tonen mijn argwaan tegenover onze visueel georiënteerde samenleving", zeg ik. Ik kijk dromend naar het plafond. De journalisten knikken en noteren. "Ik stel beelden voortdurend in vraag. Ik bewerk ze en onthecht ze." Ik begrijp zelf niet altijd goed wat ik uitkraam, maar op persconferenties slaat het duidelijk aan. "En dan volgt nu het grote nieuws waarvoor jullie hier zijn", zeg ik plechtig. Geroezemoes in de zaal... Maar mag ik eerst teruggaan in de tijd. Twee jaar geleden aanvaardde ik een jobaanbieding in de kunstensector. Een vlotte babbel en discretie waren de voornaamste vereisten. Dat is voor een functie van woordvoerder in een museum of een galerij, dacht ik. Maar bij het intakegesprek bleek dat ik de kunstenaar zelf zou zijn. Ik moest niet schilderen, maar naar de buitenwereld pretenderen dat ik een schilder was. Het was een bizarre uitdaging. Maar de baan was goed betaald, dus nam ik ze aan. Eerst moest ik studeren, tientallen boeken doornemen over de kunststrekking waartoe ik behoorde. Dan werden op een avond laat bij mij thuis de werken geleverd die ik zogezegd in mijn atelier had geschilderd. En, eerlijk gezegd, ik was onder de indruk, ontroerd zelfs. Want mijn kunst was schitterend. Al snel werd ik een vurige pleitbezorger van mijn eigen oeuvre, zonder ooit een penseel te hebben aangeraakt. Kenners schreven boeken over mij. Galerijhouders adoreerden mijn creaties. Ik ging zo op in mijn opdracht dat ik bijna geloofde dat ik de schilder zelf was. Maar vooral de impact van mijn schilderkunst op het publiek was fenomenaal. In musea waren mensen tot tranen toe bewogen. Ik werd dan ook op slag beroemd. Ik genoot van het succes, maar wie leeft graag in een leugen? Ik zat met vragen. Was mijn alter ego, de echte schilder, te verlegen om naar buiten te treden? Of zat ik in een zwendel of een oplichtingszaak? Ik eiste opheldering. In het huis van mijn opdrachtgever wachtte ik in de inkomhal. Bij het bordje 'Atelier' kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en duwde de deur open. Mijn mond viel open. In de ruimte was een robot aan het schilderen. Een metalen schepsel met twee mechanische armen en in elke vuist een penseel. Naast hem stonden een rist verfpotten waarin hij met snelle, precieze bewegingen zijn borstels doopte, om daarna trefzeker het doek te besmeren. Toen ik dichtbij kwam, aarzelde hij geen seconde en werkte onverdroten verder. "Hij schildert ook in het pikdonker." Verrast keek ik om. Achter mij stond de vrouw die mij had aangeworven. "Blij dat je gekomen bent", zei ze. Ik luisterde aandachtig naar haar uitleg. "Ik ben wetenschapster, geen artiest. Ik heb via dieptescans in de hersenen van mensen geanalyseerd wat hen precies raakt in de schilderkunst. Welke kleuren, welke vormen, welke composities. Met die gegevens heb ik de algoritmen geschreven om het perfecte kunstwerk te maken. Mijn robot is zo geprogrammeerd dat hij schildert wat mensen diep ontroert. Hij calculeert de impact van zijn creaties op het publiek. De kracht van kunst is voorspelbaar en niet het exclusieve domein van wispelturige genieën als Van Gogh of Picasso. Kijk." Aan de muur hingen nieuwe, fantastische werken. "Maar waarom ik?" vroeg ik. "Waarom toon je de robot niet aan het publiek ?" "Mensen willen dat een artiest een getormenteerd mens van vlees en bloed is. Van een koele robot zullen ze nooit houden." "Ik hou ermee op", zei ik, danig de war. "Ik kan dit niet aan. Ik ben aan iets nieuws toe." "Niet te snel", zei ze. "Luister." Een prachtige melodie weerklonk. "Mijn nieuwe project is muziek. Ik werk aan een robotcomponist. Op basis van algoritmen componeert hij muziek die geen mens onberoerd laat." Terwijl ze sprak welden de tranen onweerstaanbaar op in mijn ogen. Die muziek was echt hemels. "En dan volgt nu het grote nieuws waarvoor jullie hier zijn", herhaal ik op de persconferentie. Iedereen is muisstil. "Ik stop met schilderkunst." Teleurstelling klinkt door de zaal. "Maar ik zal niet verdwijnen, want mijn nieuwe passie is componeren. Luister naar mijn eerste requiem." Een rood fluwelen doek valt naar beneden. Een orkest zet in. En na een paar minuten is iedereen tot tranen toe bewogen.