Helmut, Kostas en de anderen hadden een gemeenschappelijke geschiedenis die eeuwen terugging. Sinds enkele decennia hadden ze allemaal hun eigen winkel in een succesvolle wijk van de stad. Hoewel ze heel wat van hun producten aan de man brachten in de andere wijken, boekten ze de meeste omzet toch bij elkaar. Daarom besloten ze op een zekere dag om samen een coöperatieve te starten. Ze waren al een tijdlang elkaars beste klanten en het dus werd het hoog tijd om de handel wat makkelijker te maken. Voortaan zou hetzelfde logo boven alle facturen prijken. Bovendien zouden hun individuele schuldbewijzen zonder probleem bij de overige winkeliers aanvaard worden.
...

Helmut, Kostas en de anderen hadden een gemeenschappelijke geschiedenis die eeuwen terugging. Sinds enkele decennia hadden ze allemaal hun eigen winkel in een succesvolle wijk van de stad. Hoewel ze heel wat van hun producten aan de man brachten in de andere wijken, boekten ze de meeste omzet toch bij elkaar. Daarom besloten ze op een zekere dag om samen een coöperatieve te starten. Ze waren al een tijdlang elkaars beste klanten en het dus werd het hoog tijd om de handel wat makkelijker te maken. Voortaan zou hetzelfde logo boven alle facturen prijken. Bovendien zouden hun individuele schuldbewijzen zonder probleem bij de overige winkeliers aanvaard worden. Een afspraak die later nog belangrijk zou blijken, was het verbod op koopjes. Wie moeite had om zijn producten verkocht te krijgen, mocht niet zomaar overal kortingsbordjes in zijn etalage hangen. Die slechte gewoonte had immers al vaak tot instabiliteit geleid. Iedereen pikte tijdelijk klanten van elkaar in, maar aan het einde van de rit ging niemand er werkelijk op vooruit. Erger nog, het leverde de wijk een slechte reputatie op van wispelturigheid en instabiliteit. Nee, wie moeite had om zijn winkel draaiende te houden, die moest voortaan maar andere oplossingen verzinnen. Een ander productaanbod, een renovatie van de winkel of een efficiëntere administratie. Iedereen ging er dan ook vanuit dat het verbod op koopjes zou leiden tot een positieve concurrentie. Geen zwaktebod door om de haverklap prijzen te verlagen, maar wel een voortdurende zoektocht naar de beste producten en de mooiste winkel. Dat kon een prachtige zaak worden voor de aantrekkingskracht en uitstraling van de wijk als geheel. Over Helmut werd in de stad met ontzag gesproken. Hij werkte hard, was spaarzaam en had hoogopgeleid personeel. Hij was altijd op zoek naar nieuwe afzetmarkten en slaagde erin zichzelf telkens opnieuw uit te vinden. Bijzonder slechte ervaringen verklaarden bovendien zijn bloed-hekel aan koopjes. Hoewel hij aanvankelijk zijn twijfels had bij de slaagkansen van de coöperatieve, ging hij uiteindelijk toch overstag. Ze waren in de wijk immers al zo lang buren. Kostas was zo blij als een kind met zijn lidmaatschap van de coöperatieve. Zijn boekhouder had wel heel creatief met de cijfers moeten omspringen om in aanmerking te komen voor toetreding, maar hij was uiteindelijk toch lid kunnen worden. Een fantastische nieuwe wereld ging voor hem open! Een schuldbewijs met als hoofding 'NV Kostas' had bij leveranciers altijd moeilijk gelegen. Nu er bovenaan 'Coöperatieve Helmut & co' stond, gingen bij banken en kredietverstrekkers alle deuren open en kreeg hij de allerbeste voorwaarden. Kostas genoot volop van zijn herwonnen aanzien, lag niet wakker van een renovatie van zijn winkel, gaf zijn personeel elk jaar een mooie loonsverhoging en ging meer kredieten aan dan hij redelijkerwijs dragen kon. Wat kon het leven toch mooi zijn... De raad van bestuur van de coöperatieve waarschuwde Kostas echter regelmatig voor het feit dat zijn concurrentiepositie zienderogen verzwakte. Toen werd de stad getroffen door de Grote Crisis. Klanten bleven massaal weg en de inkomsten vielen pijlsnel terug. Kredietverstrekkers werden voorzichtiger en waren niet meer zo happig om aan Kostas te lenen. Hij kreeg het moeilijk om zijn personeel te betalen en ook herfinanciering van schulden werd problematisch. "Kon ik nu toch nog maar eventjes een koopjesperiode houden", bedacht hij radeloos, goed beseffend dat zoiets niet langer mogelijk was. Helmut keek met lede ogen naar wat verderop in de straat gebeurde. Want dit was geen goed nieuws: niet voor Kostas en al zeker niet voor Helmut. Door hun lange gemeenschappelijke geschiedenis was het in stand houden van de coöperatieve een prioriteit. Dit ging om meer dan alleen economische belangen: ze waren ook al jaren goede buren. Zonder hulp zou Kostas deze crisis niet overleven. Helmut zou dus financieel moeten bijspringen, maar zat met grote vragen. Hoe kon hij er zeker van zijn dat Kostas deze keer wel werk zou maken van een renovatie? Ten langen leste hakte Helmut de knoop door: hij zou Kostas de nodige middelen toestoppen om te overleven. Maar die laatste moest het grootst denkbare offer brengen. Tot de renovatie van Kostas' winkel voltooid zou zijn, kreeg hij een boekhouder van de coöperatieve toegewezen. Bovendien moest hij zijn winkel voortaan samen beheren met Helmut... Sinds die dag twijfelde niemand ooit nog aan het nut van renovaties binnen een coöperatieve. Allemaal dankzij de parabel van Helmut en Kostas. DE AUTEUR IS CHIEF ECONOMIST VAN PETERCAM. Peter De KeyzerEen schuldbewijs met als hoofding 'NV Kostas' had bij leveranciers altijd moeilijk gelegen. Nu er bovenaan 'Coöperatieve Helmut & co' stond, kreeg Kostas de allerbeste voorwaarden.