Ergens in 2006 zou Europa er wel eens een nieuw land bij kunnen krijgen. Dat gebeurt als een kleine Balkanstaat, Montenegro genaamd, zich afscheidt van Servië. Een verkiezing in het begin van het jaar zou een nipte goedkeuring kunnen opleveren voor de onafhankelijkheid van die voormalige Joegoslavische provincie.
...

Ergens in 2006 zou Europa er wel eens een nieuw land bij kunnen krijgen. Dat gebeurt als een kleine Balkanstaat, Montenegro genaamd, zich afscheidt van Servië. Een verkiezing in het begin van het jaar zou een nipte goedkeuring kunnen opleveren voor de onafhankelijkheid van die voormalige Joegoslavische provincie. Eén land dat de onafhankelijkheid van Montenegro met meer dan gewone aandacht zal gadeslaan, is Rusland. De voornaamste reden is dat Rusland zelf een kring van niet-landen rond zich heeft, die wel eens moed zouden kunnen putten uit het Montenegrijnse voorbeeld. Hoewel het Kremlin een hekel heeft aan separatisme in Rusland zelf, stelt het zich toch anders op als dergelijke vervelende kwesties zich voordoen in de kleine pro-westerse staten van zijn gewezen imperium. Er zijn een viertal van die ministaatjes die door Rusland in zijn vroegere machtsgebied gesteund worden. In 2006 staan ze allemaal voor spannende tijden. Het eerste is Transdnjestrië, dat zichzelf tot staat heeft uitgeroepen, maar door de rest van de wereld wordt gezien als een gebied dat zich heeft afgescheurd van Moldavië. Op bezoekers uit het Westen komt het over als een soort pretpark uit het sovjettijdperk, inclusief standbeelden van Lenin, geheime politie en bombastische leuzen. Het Westen doet pogingen om het autocratische en corrupte regime omver te werpen, niet het minst omdat het betrokken is bij wapensmokkel. Westerse spionnen voeren in 2006 hun inspanningen op en moedigen dissidenten aan. Het Westen hoopt ook dat Oekraïne de grenscontroles met Transdnjestrië verstrengt. Door de smokkelactiviteiten te verstikken, kan het regime immers verzwakt worden. Maar corrupte Oekraïense ambtenaren halen daar eveneens profijt van en zullen waarschijnlijk niet meteen hard optreden tegen hun gewiekste en nuttige buur. Het grootscheepse, door het Westen geïnspireerd protest in Transdnjesrtrië, en andere druk van buitenaf leiden echter tot nog meer steun van Rusland aan het regime. Het Kremlin houdt vol dat de verkiezingen legitiem waren. Rusland staat trouwens niet alleen. Ook Wit-Rusland en Armenië marcheren mee. Waarschijnlijk raakt de feitelijke opdeling van Moldavië tegen eind 2006 nog meer geconsolideerd en zal Moldavië gedwongen een federatie moeten aanvaarden waarin Transdnjestrië grotendeels kan verdergaan zoals voorheen, maar zonder goedkeuring van buitenaf. De toekomst ziet er waarschijnlijk veel minder somber uit voor Nagorno-Karabach, een door Armeniërs bewoond stukje territorium dat in naam tot Azerbeidzjan behoort, maar in praktisch alle opzichten deel uitmaakt van Armenië. Er ligt al jaren een duidelijk vredesakkoord op tafel dat het statuut van Nagorno-Karabach regelt via een territoriumruil. Sommigen vragen zich af of Rusland misschien in 2006 zijn gewicht in de schaal werpt om de zaak op te lossen en zo de aandacht af te leiden van zijn acties elders. De belangrijkste doelwitten van die andere Russische acties zijn Abchazië en Zuid-Ossetië, die zich hebben afgescheiden van Georgië. Het Kremlin wil beide gebieden aansluiten bij de naburige Russische Federatie. Er zijn in beide streken Russische troepen gestationeerd, theoretisch als vredestroepen. De meeste Abchazen en Zuid-Ossetiërs hebben nu al een Russisch paspoort. In 2006 nemen de Russische kansen toe door de steeds hardere houding van de Georgische regering, die nog altijd de ambitie koestert om de verloren gebieden met geweld terug te winnen, maar daarbij niet op westerse steun kan rekenen. De plannen van Rusland om zijn invloed bezuiden de Kaukasus uit te breiden stuit echter op één groot probleem: de afbrokkeling van het imperium van het Kremlin ten noorden van de bergketen. Als het op plekken zoals Dagestan, een straatarme Russische republiek die krioelt van de radicale islamieten, in 2006 tot een uitbarsting komt, dan zal het politieke plaatje aan de zuidelijke franje van Rusland er heel anders uitzien. Sommige oplettende Abchazen zeggen nu al dat een vredesakkoord met Georgië wellicht beter zou zijn dan te blijven schuilen onder een steeds dunner wordende Russische veiligheidsparaplu. De auteur is correspondent van The Economist voor Centraal- en Oost-Europa.Edward Lucas